Zo bereid je kandidaten voor op het examen Boekhouden
Een inkoopfactuur lijkt een overzichtelijke oefening. Toch moet een kandidaat meer doen dan het bedrag overnemen: het boekingsstuk herkennen, de juiste rekeningen kiezen, de btw verwerken en controleren of debet en credit in evenwicht zijn. In het examen Boekhouden komen zulke stappen samen in één administratie. Hoe help je kandidaten om die samenhang te zien?
Maak de balans concreet
Begin met een eenvoudige inventaris van bezittingen, schulden en eigen vermogen. Laat kandidaten daaruit een beginbalans opstellen en vraag waarom het saldo op de bank iets anders is dan het eigen vermogen. Breng vervolgens een verandering aan, zoals een betaling aan een leverancier. Wat verandert er op de balans en wat blijft gelijk? Met zulke kleine stappen leg je de basis voor grootboekrekeningen en de resultatenrekening.
Oefen ook het indelen van rekeningen. Bank, voorraad en crediteuren horen op de balans; huurkosten en opbrengst verkopen komen terug in het resultaat. Een kandidaat die begrijpt waar een rekening thuishoort, kiest later makkelijker de juiste journaalpost.
Volg één boekingsstuk door de administratie
Gebruik tijdens de lessen steeds herkenbare boekingsstukken: een inkoopfactuur, een verkoopfactuur, een bankbetaling en een contante ontvangst. Laat kandidaten eerst bepalen in welk dagboek het financiële feit hoort. Daarna kiezen zij de rekeningen, schrijven de journaalpost uit en verwerken die in het grootboek. Bespreek niet alleen wat debet en credit wordt geboekt, maar ook waarom. Een boeking die in evenwicht is, kan inhoudelijk nog steeds verkeerd zijn.
Laat de route daarna doorlopen naar de proefbalans, saldibalans, resultatenrekening en eindbalans. Het lesboek Boekhouden bouwt deze onderdelen stap voor stap op. Een gezamenlijke casus helpt kandidaten om de overzichten als onderdelen van dezelfde administratie te zien, in plaats van als losse opdrachten.
Gebruik fouten als controleoefening
In de praktijk klopt een administratie niet altijd meteen. Laat kandidaten bijvoorbeeld een verkoopfactuur corrigeren waarop een bedrag inclusief btw ten onrechte als bedrag exclusief btw is geboekt. Vraag eerst wat er misging en welke rekening en welk bedrag aangepast moeten worden. Oefen daarna met een retourboeking, privéopname en geld onderweg. Zo leren kandidaten gericht corrigeren in plaats van een nieuwe boeking uit het hoofd na te doen.
Laat hen ook de aansluiting tussen het grootboek en de debiteuren- of crediteurenadministratie controleren. Is het totaal in de subadministratie anders dan het saldo op de grootboekrekening? Dan moeten zij kunnen aangeven waar ze gaan zoeken: bij een ontbrekende factuur, een dubbele boeking, een betaling of een verkeerde codering.
Geef aandacht aan perioden en afsluiting
Bij afschrijvingen en overlopende posten helpt een tijdlijn. Wanneer hoort een uitgave bij deze periode en wanneer bij de volgende? Laat kandidaten een eenvoudig afschrijvingsbedrag berekenen en boeken, en oefen vervolgens met nog te betalen en vooruitbetaalde bedragen. Sluit de casus af met een kolommenbalans. Laat kandidaten het resultaat bepalen, de eindbalans samenstellen en uitleggen welke controles zij uitvoeren als debet en credit niet aansluiten.
Neem ook de btw-aangifte mee in deze doorlopende casus. Laat zien hoe te betalen en te vorderen btw uit boekingen voortkomen en wat uiteindelijk afgedragen moet worden. Gebruik de bedragen en tarieven uit de oefenopgave; bij het examen worden de benodigde gegevens verstrekt.
Oefen met de opbouw van het examen
Het examen duurt 90 minuten en bestaat uit vier samenhangende opdrachten met deelvragen. In het aangeleverde proefexamen gaan de opdrachten achtereenvolgens over de basis en dagboeken (20 punten), journaalposten en bijzondere boekingen (35 punten), grootboek, subadministraties en kolommenbalans (30 punten), en btw, jaarafsluiting en controle (15 punten). In totaal zijn 100 punten te behalen.
Laat kandidaten een keer onder tijdsdruk met de casus en het bijbehorende werkbestand werken. Oefen het volledig uitschrijven van journaalposten en berekeningen en het controleren van de uitkomsten. Welke hulpmiddelen bij het reguliere examen zijn toegestaan, staat in de instructie voor de betreffende examenvariant. Iedere variant is uniek en toetst dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen; een proefexamen helpt dus vooral om de werkwijze en het niveau te leren kennen.
Gebruik de eindtermen als lescheck
Je bepaalt als opleider hoe je de lessen inricht. Controleer wel of alle actuele eind- en toetstermen aan bod komen, van dagboeken en btw tot correcties, overlopende posten en de kolommenbalans. Op de examenpagina vind je ook het niveau en het aanbevolen lesmateriaal. De proefexamens zijn via de proefexamenspagina toegankelijk voor Education Partners met een toegangscode.
