← Terug naar overzicht

Zo bereid je kandidaten voor op het examen Basiskennis Calculatie

4 minuten

Een kandidaat kan de formule voor een kostprijs kennen en toch aarzelen zodra een opgave ook korting, btw en vervoerskosten bevat. Dan blijkt hoe belangrijk het is om in de les meer te oefenen dan losse sommen. Voor het examen Basiskennis Calculatie moeten kandidaten de relevante gegevens herkennen, een berekening kiezen en de uitkomst kunnen verklaren. Hoe richt je jouw lessen daarop in?

Begin met de rekenbasis

Pak eerst de basis erbij: procenten, verhoudingen, gemiddelden, afronden en berekeningen boven en onder het honderd. Laat kandidaten bijvoorbeeld niet alleen btw toevoegen aan een bedrag, maar ook een bedrag exclusief btw terugrekenen. Hetzelfde geldt voor een prijs vóór korting. Vraag steeds: over welk bedrag bereken je het percentage? Een kandidaat die dat kan uitleggen, kan de methode later ook in een andere situatie toepassen.

Het Basislesboek Rekenvaardigheid helpt om die basis te oefenen. In Bedrijfscalculatie Uitbreidingsstof volgen de zakelijke toepassingen. Werk bijvoorbeeld met een factuur waarop achtereenvolgens kwantumkorting, korting voor contant, vervoerskosten en btw voorkomen. Bespreek na iedere stap wat het nieuwe uitgangsbedrag is. Zo wordt een veelgemaakte rekenfout meteen een bruikbaar lesmoment.

Verbind onderwerpen in één praktijksituatie

Een machine is een goed vertrekpunt voor een les over afschrijving. Laat kandidaten eerst de jaarlijkse afschrijving bepalen, daarna de boekwaarde na een deel van het jaar en vervolgens het boekresultaat bij verkoop. Zo zien zij hoe aanschafwaarde, restwaarde, looptijd en boekwaarde met elkaar samenhangen. Bij interest en vreemde valuta werkt dezelfde aanpak: laat hen eerst de periode en de gegeven koers aanwijzen voordat zij gaan rekenen. Het examen vraagt uitsluitend om enkelvoudige interest.

Ga bij kosten en prijzen verder dan één voorgeschreven formule. Vergelijk directe met indirecte kosten en constante met variabele kosten. Laat kandidaten een kostprijs berekenen met de eenvoudige en de verfijnde opslagmethode en uitleggen waarom de uitkomsten kunnen verschillen. Vraag vervolgens wat een lagere afzet betekent voor het resultaat of bij welke afzet de opbrengsten precies de kosten dekken. Op die manier krijgt de break-evenberekening betekenis.

Oefen ook het lezen van gegevens

Reserveer lestijd voor de onderwerpen die in een puur rekenoverzicht snel wegvallen: indexcijfers, tabellen, grafieken, handel en verzekeringen. Laat een kandidaat bij een tabel met kwartaalcijfers eerst beschrijven wat er verandert en pas daarna het percentage berekenen. Oefen het verschil tussen indexpunten en procenten. Gebruik bij handel herkenbare voorwaarden voor levering en betaling. Laat bij onderverzekering uitleggen welke gegevens nodig zijn om de schade-uitkering te berekenen.

Wissel de onderwerpen tijdens een herhalingsles door elkaar. Zet bij een opgave niet vooraf “interest” of “kostprijs” bovenaan, maar laat kandidaten zelf de berekening kiezen. Vraag hen om de relevante gegevens te markeren en hun antwoord te controleren: klopt de eenheid, is de korting over het juiste bedrag berekend en is de uitkomst aannemelijk? Zo oefenen zij de stap van kennis naar zelfstandig toepassen.

Bereid kandidaten voor op de examenopbouw

Het proefexamen laat een examen van 90 minuten zien met twee onderdelen. Onderdeel A bevat tien gesloten vragen over kennis, begrip en korte toepassingen. In onderdeel B voeren kandidaten zeven praktische calculatieopdrachten uit in een aangeleverd Excelbestand. De gegevens staan klaar; berekeningen en antwoorden worden in de aangegeven cellen ingevuld. Excel is hierbij een werkmiddel. Geavanceerde Excelvaardigheden worden niet beoordeeld.

Laat kandidaten daarom een keer onder tijdsdruk met zowel het antwoordgedeelte als een werkbestand oefenen. Bespreek hoe zij tussenberekeningen controleren, geldbedragen afronden wanneer dat wordt gevraagd en het bestand regelmatig opslaan. In het aangeleverde proefexamen zijn 30 punten voor onderdeel A en 70 punten voor onderdeel B te behalen. Een proefexamen laat de vraagsoorten zien; iedere echte examenvariant is uniek en wordt samengesteld op basis van dezelfde eind- en toetstermen.

De eindtermen blijven leidend

Je bepaalt als opleider hoe je kandidaten begeleidt en welk lesmateriaal je inzet. Controleer daarbij of je alle actuele eind- en toetstermen behandelt, ook als je andere opdrachten of eigen praktijkvoorbeelden gebruikt. Op de examenpagina vind je de inhoud, het niveau, het aanbevolen lesmateriaal en de exameninformatie. Het proefexamen is via de proefexamenspagina beschikbaar voor Education Partners met een toegangscode.

Bekijk de eind- en toetstermen en het lesmateriaal

Bekijk de proefexamens voor Education Partners