← Terug naar overzicht

Digitale vaardigheden op mbo 3 en mbo 4: wat vraagt de praktijk?

7 minuten

Een professioneel document maken, gegevens verwerken, een planning beheren of informatie digitaal delen. Digitale vaardigheden zijn binnen steeds meer beroepen onderdeel van het dagelijkse werk. Voor kandidaten betekent dit dat goed kunnen werken met programma’s zoals Microsoft Word, Excel en Microsoft 365 belangrijk is. Voor opleiders ligt er tegelijkertijd een andere vraag: op welk niveau moeten kandidaten deze digitale vaardigheden beheersen?

Want weten hoe een programma werkt, is niet hetzelfde als er zelfstandig en professioneel mee kunnen werken. En wat van een kandidaat op mbo 3-niveau wordt verwacht, verschilt van de zelfstandigheid en complexiteit die passen bij mbo 4.

Daarom kijkt LSSO Onderwijsgroep bij digitale vaardigheden niet alleen naar welke functies een kandidaat beheerst. Minstens zo belangrijk is hoe zelfstandig, in welke context en met welke mate van complexiteit deze vaardigheden worden toegepast.

Digitale vaardigheden zijn meer dan weten waar de juiste knop staat

Wie leert werken met Microsoft Word of Excel, begint vaak met afzonderlijke functies. Hoe maak je een document op? Hoe gebruik je een formule? Hoe voeg je een afbeelding toe? Dat is nodig om een programma te leren kennen.

In de beroepspraktijk werkt het anders.

Een medewerker krijgt meestal geen lijst met knoppen die moeten worden gebruikt. Er ligt een opdracht die moet worden uitgevoerd. Een document moet professioneel worden opgeleverd, informatie moet worden verwerkt of gegevens moeten worden gecontroleerd. De medewerker bepaalt vervolgens zelf welke functies daarvoor nodig zijn.

Dat verschil is belangrijk voor zowel kandidaat als opleider.

Voor kandidaten betekent het dat oefenen met realistische opdrachten helpt om vaardigheden ook daadwerkelijk in het werk te kunnen gebruiken.

Voor opleiders betekent het dat digitale vaardigheden niet alleen moeten aansluiten op een lesboek of softwareprogramma, maar vooral op de leeruitkomsten van de opleiding en het niveau waarop kandidaten uiteindelijk moeten functioneren.

Wat betekenen digitale vaardigheden op mbo 3?

Op referentieniveau mbo 3 ligt de nadruk op het zelfstandig uitvoeren van veelvoorkomende digitale werkzaamheden binnen herkenbare beroepssituaties.

Een kandidaat moet bijvoorbeeld zelfstandig een document kunnen maken, aanpassen, controleren en correct vormgeven. Daarbij wordt verwacht dat de belangrijkste functies niet alleen bekend zijn, maar ook praktisch kunnen worden toegepast.

Binnen het LSSO-examen Word Basis wordt daarom gewerkt met praktische Word-vaardigheden. Daarnaast maken Outlook en agendabeheer onderdeel uit van het examenprogramma. Denk aan het werken met contactpersonen, afspraken, agenda’s, vergaderverzoeken, taken en notities.

Dat past bij de beroepspraktijk waarin documentverwerking, communicatie en planning vaak naast elkaar worden gebruikt.

Voor een kandidaat betekent mbo 3 dus vooral: ik weet niet alleen hoe het werkt, maar kan het ook zelfstandig uitvoeren in een herkenbare werksituatie.

En wat wordt er op mbo 4 anders?

Bij digitale vaardigheden op referentieniveau mbo 4 neemt de zelfstandigheid toe en worden opdrachten complexer.

Een kandidaat moet verschillende functies kunnen combineren, informatie kunnen beoordelen en zelfstandig keuzes kunnen maken over de manier waarop een opdracht wordt uitgevoerd.

Binnen Word Gevorderd kan een kandidaat bijvoorbeeld werken met uitgebreidere documentstructuren, tabellen, sjablonen, secties, bronvermeldingen, samenvoegfuncties, samenwerking in documenten en professioneel bestandsbeheer.

De kandidaat krijgt daarbij niet voor iedere stap voorgeschreven welke functie moet worden gebruikt. Juist het kunnen bepalen van een passende werkwijze hoort bij het niveau.

Dat maakt het verschil tussen een functie kunnen gebruiken en digitale vaardigheden professioneel kunnen inzetten.

Mbo 3 of mbo 4: het verschil zit niet alleen in méér kunnen

Het is verleidelijk om het niveauverschil vooral te zoeken in het aantal functies dat een kandidaat moet kennen. Maar mbo 4 is niet simpelweg een langere lijst met Word- of Excel-functies.

Een kandidaat op mbo 3 kan bijvoorbeeld zelfstandig een document volgens een opdracht vormgeven. Op mbo 4 kan worden verwacht dat de kandidaat zelf beoordeelt hoe een uitgebreider document het beste kan worden gestructureerd en daarvoor verschillende functies combineert.

Voor kandidaten: welk niveau past bij jouw opleiding?

Wie examen gaat doen, kijkt misschien vooral naar de naam van het examen. Toch is het verstandig om ook te kijken naar het referentieniveau van de opleiding.

Een hoger niveau is niet automatisch beter. Het juiste niveau is het niveau dat aansluit bij wat binnen de opleiding én de toekomstige beroepspraktijk van een kandidaat wordt verwacht.

Volgt een kandidaat een opleiding waarin digitale vaardigheden op mbo 3-niveau worden gevraagd? Dan kan een examen op dat referentieniveau passend zijn. Is de opleiding gericht op mbo 4 en wordt meer zelfstandigheid verwacht? Dan hoort daar ook een examen bij dat deze complexiteit daadwerkelijk toetst.

Zo laat een examen niet alleen zien dat iemand met een programma kan werken, maar vooral op welk niveau iemand deze vaardigheden kan toepassen.

Voor opleiders: begin bij het ambitieniveau van de opleiding

Voor opleiders begint de keuze voor een examen daarom niet bij de vraag: welk Office-examen bieden we aan?

De eerste vraag is:

Wat moet een kandidaat aan het einde van deze opleiding zelfstandig kunnen?

Vanuit dat uitgangspunt kunnen de leeruitkomsten, het lesmateriaal, de oefenopdrachten en uiteindelijk het examen op elkaar worden afgestemd.

Wanneer het ambitieniveau van een opleiding mbo 4 is, hoeft een kandidaat bijvoorbeeld niet automatisch eerst een examen op mbo 3-referentieniveau af te leggen. Wanneer de opleiding kandidaten rechtstreeks voorbereidt op digitale vaardigheden op mbo 4-niveau, kan ook direct op dat niveau worden geëxamineerd.

Andersom is een examen op een hoger niveau niet automatisch van meer waarde wanneer de inhoud en leeruitkomsten van de opleiding daar niet op aansluiten.

Het niveau waarop wordt geleerd, geoefend en geëxamineerd moet bij elkaar passen.

Van een Word-opdracht naar een vaardigheid voor het werk

Waarom is dat onderscheid zo belangrijk?

Neem het maken van een uitgebreid document. Een kandidaat kan leren waar in Word de functie voor een automatische inhoudsopgave staat. Dat is functionele kennis.

Maar in de beroepspraktijk begint de opdracht meestal niet met: maak een automatische inhoudsopgave.

De opdracht kan zijn om een uitgebreid rapport professioneel op te leveren. De kandidaat moet dan zelf herkennen dat een goede structuur nodig is, de juiste stijlen gebruiken, paginanummering toepassen en bepalen of een automatische inhoudsopgave functioneel is.

Daar ontstaat de verbinding tussen digitale vaardigheid en beroepsvaardigheid.

Hetzelfde principe geldt voor Excel. Een formule kennen is belangrijk, maar uiteindelijk moet een kandidaat ook kunnen bepalen welke berekening nodig is, de juiste gegevens gebruiken en controleren of de uitkomst logisch is.

Praktijkgericht examineren: laten zien wat je kunt

LSSO Onderwijsgroep wil met praktijkgerichte examinering zichtbaar maken wat een kandidaat daadwerkelijk kan toepassen.

Daarom staan bij digitale vaardigheden niet alleen losse softwarefuncties centraal. Kandidaten werken met opdrachten die zoveel mogelijk aansluiten op situaties die zij tijdens een opleiding, stage of in hun toekomstige werk kunnen tegenkomen.

Naarmate het referentieniveau stijgt, neemt ook de zelfstandigheid toe. Kandidaten moeten meer functies combineren, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen voor het eindresultaat.

Voor kandidaten maakt dat een examen herkenbaarder ten opzichte van de beroepspraktijk. Voor opleiders biedt het de mogelijkheid om examinering bewust te laten aansluiten op het ambitieniveau en de leeruitkomsten van de opleiding.

Word Basis of Word Gevorderd?

Binnen de LSSO-examinering wordt daarom onderscheid gemaakt tussen Word Basis en Word Gevorderd.

Word Basis wordt ingezet binnen leertrajecten waarin de bijbehorende digitale vaardigheden op het gekozen basisniveau moeten worden aangetoond. Binnen Word Basis maken ook Outlook en agendabeheer onderdeel uit van het examenprogramma.

Word Gevorderd sluit aan bij referentieniveau mbo 4 en richt zich specifiek op het zelfstandig en professioneel werken met complexere functies en documenten binnen Microsoft Word.

Het ene examen is daarmee niet simpelweg beter dan het andere. Het gaat erom dat het examen past bij het niveau dat de opleiding nastreeft en bij wat de kandidaat in de praktijk moet kunnen.

Leren, examineren en werken op hetzelfde niveau

Goede examinering begint uiteindelijk niet op de examendag. Het begint bij de vraag welke kennis en vaardigheden iemand nodig heeft om zich verder te ontwikkelen en goed te kunnen functioneren in de beroepspraktijk.

Wanneer het ambitieniveau van de opleiding, de leeruitkomsten, het lesmateriaal, de oefenopdrachten en het examen op elkaar aansluiten, ontstaat een logische lijn:

leren wat je nodig hebt, oefenen op het juiste niveau en tijdens het examen laten zien wat je kunt.

Dat geeft kandidaten duidelijkheid over wat van hen wordt verwacht. En het helpt opleiders om bewust te kiezen voor een examen dat daadwerkelijk past bij het niveau en de doelstellingen van hun opleiding.

Meer weten?

Lees ook Word Basis of Word Gevorderd?