ModulePRODit is een LSSO Pro-examen
Rekenvaardigheid 3F
Dit is een LSSO Pro-examen. Lees meer over LSSO Pro.

Met het examen Rekenvaardigheid 3F laat je zien dat je rekenvaardigheden kunt toepassen in complexere dagelijkse en beroepsgerichte situaties. Je werkt niet alleen met losse berekeningen, maar combineert gegevens en bepaalt zelfstandig welke rekenaanpak nodig is.
Tijdens het examen werk je met getallen, breuken, percentages, verhoudingen, gemiddelden, grootheden en eenheden. Ook meten en meetkunde, tabellen, grafieken en eenvoudige formules maken onderdeel uit van het examen.
Daarnaast pas je rekenen toe in herkenbare financiële en bedrijfsgerichte situaties. Je kunt bijvoorbeeld werken met btw, rente, afschrijving, kortingen, vreemde valuta, verzekeringen en indexcijfers. Daarbij kan één opdracht uit meerdere rekenstappen bestaan.
Het examen is afgestemd op referentieniveau 3F. De vraagstelling blijft helder en functioneel. De moeilijkheid zit in het rekenen, het combineren van informatie en het beoordelen van de uitkomst – niet in onnodig ingewikkelde taal.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 3F. Hiermee toon je aan dat je de getoetste rekenvaardigheden op het vastgestelde referentieniveau beheerst. Afhankelijk van jouw leerroute kan het certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomaroute.
Rekenvaardigheid 3F: eind- en toetstermen
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1. Getallen en rekenbewerkingen
1.1 De kandidaat kan gehele getallen, kommagetallen, breuken en percentages gebruiken en waar nodig in elkaar omzetten.
1.2 De kandidaat kan meerdere rekenbewerkingen in de juiste volgorde uitvoeren, inclusief haakjes, machten en wortels wanneer deze in de berekening voorkomen.
1.3 De kandidaat kan een uitkomst passend afronden en door schatten, narekenen of een alternatieve berekening beoordelen of de uitkomst aannemelijk is.
1.4 De kandidaat kan een eenvoudige vergelijking met één onbekende opstellen en oplossen in een praktische situatie.
2. Verhoudingen
2.1 De kandidaat kan rekenen met verhoudingen, schaal, percentages en promillages.
2.2 De kandidaat kan procentuele stijgingen en dalingen berekenen en vanuit een gewijzigde waarde terugrekenen naar de oorspronkelijke waarde.
2.3 De kandidaat kan meerdere opeenvolgende procentuele veranderingen correct verwerken en het effect daarvan beoordelen.
2.4 De kandidaat kan een eenvoudig en gewogen gemiddelde berekenen en de uitkomst interpreteren.
2.5 De kandidaat kan rekenen met samengestelde grootheden, zoals prijs per eenheid, snelheid of verbruik, en deze gebruiken in een praktische situatie.
3. Meten en meetkunde
3.1 De kandidaat kan rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, massa, tijd, temperatuur en geld en kan deze correct omrekenen.
3.2 De kandidaat kan in een praktische situatie een passende maateenheid kiezen en de uitkomst op aannemelijkheid beoordelen.
3.3 De kandidaat kan omtrek, oppervlakte en inhoud berekenen en daarbij gegevens uit een eenvoudige tekening of beschrijving gebruiken.
3.4 De kandidaat kan rekenen met schaal en maten uit een eenvoudige werk- of plattegrondtekening gebruiken.
4. Verbanden
4.1 De kandidaat kan informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken aflezen, vergelijken en interpreteren.
4.2 De kandidaat kan gegevens uit een tabel, grafiek of beschrijving gebruiken om een berekening uit te voeren en een conclusie te trekken.
4.3 De kandidaat kan verschillende voorstellingsvormen van dezelfde gegevens, zoals tabel, grafiek en tekst, met elkaar in verband brengen.
4.4 De kandidaat kan een eenvoudige formule of rekenregel lezen, invullen en gebruiken in een praktische situatie.
5. Financieel en bedrijfsgericht rekenen
5.1 De kandidaat kan rente berekenen over een jaar en over een gedeelte van een jaar.
5.2 De kandidaat kan bedragen inclusief en exclusief btw berekenen en het btw-bedrag bepalen.
5.3 De kandidaat kan kortingen, toeslagen en andere prijscomponenten in een samengestelde prijs- of factuurberekening verwerken.
5.4 De kandidaat kan lineaire afschrijving berekenen en op basis van gegeven informatie het afschrijvingsbedrag, de boekwaarde of de gebruiksduur bepalen.
5.5 De kandidaat kan bedragen omrekenen met een gegeven valutakoers en daarbij, wanneer van toepassing, rekening houden met koersnotering en transactiekosten.
5.6 De kandidaat kan een premie of uitkering berekenen op basis van gegeven verzekeringsgegevens.
5.7 De kandidaat kan indexcijfers berekenen, interpreteren en gebruiken om ontwikkelingen tussen perioden te vergelijken of een basisperiode te wijzigen.
6. Functioneel rekenen en probleemoplossing
6.1 De kandidaat kan uit een praktische situatie relevante gegevens selecteren en bepalen welke rekenaanpak nodig is.
6.2 De kandidaat kan verschillende rekenvaardigheden binnen één praktische opdracht combineren.
6.3 De kandidaat kan een berekende uitkomst interpreteren en beoordelen of deze logisch en bruikbaar is binnen de gegeven situatie.
6.4 De kandidaat kan op basis van een berekening een eenvoudige conclusie trekken of een keuze onderbouwen.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
10% | 20–25% | 50–55% | 15–20% |
Onderbouwing: Op 3F ligt meer nadruk op zelfstandig kiezen van rekenstrategieën, combineren van gegevens en interpreteren van uitkomsten dan op losse reproductie van rekenregels.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1.1 | De kandidaat kan gehele getallen, kommagetallen, breuken en percentages gebruiken en waar nodig in elkaar omzetten. | X | X | ||
1.2 | De kandidaat kan meerdere rekenbewerkingen in de juiste volgorde uitvoeren, inclusief haakjes, machten en wortels wanneer deze in de berekening voorkomen. | X | X | ||
1.3 | De kandidaat kan een uitkomst passend afronden en door schatten, narekenen of een alternatieve berekening beoordelen of de uitkomst aannemelijk is. | X | X | X | |
1.4 | De kandidaat kan een eenvoudige vergelijking met één onbekende opstellen en oplossen in een praktische situatie. | X | X | X | |
2.1 | De kandidaat kan rekenen met verhoudingen, schaal, percentages en promillages. | X | X | ||
2.2 | De kandidaat kan procentuele stijgingen en dalingen berekenen en vanuit een gewijzigde waarde terugrekenen naar de oorspronkelijke waarde. | X | X | X | |
2.3 | De kandidaat kan meerdere opeenvolgende procentuele veranderingen correct verwerken en het effect daarvan beoordelen. | X | X | X | |
2.4 | De kandidaat kan een eenvoudig en gewogen gemiddelde berekenen en de uitkomst interpreteren. | X | X | X | |
2.5 | De kandidaat kan rekenen met samengestelde grootheden, zoals prijs per eenheid, snelheid of verbruik, en deze gebruiken in een praktische situatie. | X | X | X | |
3.1 | De kandidaat kan rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, massa, tijd, temperatuur en geld en kan deze correct omrekenen. | X | X | ||
3.2 | De kandidaat kan in een praktische situatie een passende maateenheid kiezen en de uitkomst op aannemelijkheid beoordelen. | X | X | X | |
3.3 | De kandidaat kan omtrek, oppervlakte en inhoud berekenen en daarbij gegevens uit een eenvoudige tekening of beschrijving gebruiken. | X | X | X | |
3.4 | De kandidaat kan rekenen met schaal en maten uit een eenvoudige werk- of plattegrondtekening gebruiken. | X | X | X | |
4.1 | De kandidaat kan informatie uit tabellen, diagrammen en grafieken aflezen, vergelijken en interpreteren. | X | X | X | |
4.2 | De kandidaat kan gegevens uit een tabel, grafiek of beschrijving gebruiken om een berekening uit te voeren en een conclusie te trekken. | X | X | X | |
4.3 | De kandidaat kan verschillende voorstellingsvormen van dezelfde gegevens, zoals tabel, grafiek en tekst, met elkaar in verband brengen. | X | X | X | |
4.4 | De kandidaat kan een eenvoudige formule of rekenregel lezen, invullen en gebruiken in een praktische situatie. | X | X | X | |
5.1 | De kandidaat kan rente berekenen over een jaar en over een gedeelte van een jaar. | X | X | ||
5.2 | De kandidaat kan bedragen inclusief en exclusief btw berekenen en het btw-bedrag bepalen. | X | X | ||
5.3 | De kandidaat kan kortingen, toeslagen en andere prijscomponenten in een samengestelde prijs- of factuurberekening verwerken. | X | X | X | |
5.4 | De kandidaat kan lineaire afschrijving berekenen en op basis van gegeven informatie het afschrijvingsbedrag, de boekwaarde of de gebruiksduur bepalen. | X | X | X | |
5.5 | De kandidaat kan bedragen omrekenen met een gegeven valutakoers en daarbij, wanneer van toepassing, rekening houden met koersnotering en transactiekosten. | X | X | X | |
5.6 | De kandidaat kan een premie of uitkering berekenen op basis van gegeven verzekeringsgegevens. | X | X | X | |
5.7 | De kandidaat kan indexcijfers berekenen, interpreteren en gebruiken om ontwikkelingen tussen perioden te vergelijken of een basisperiode te wijzigen. | X | X | X | |
6.1 | De kandidaat kan uit een praktische situatie relevante gegevens selecteren en bepalen welke rekenaanpak nodig is. | X | X | X | |
6.2 | De kandidaat kan verschillende rekenvaardigheden binnen één praktische opdracht combineren. | X | X | ||
6.3 | De kandidaat kan een berekende uitkomst interpreteren en beoordelen of deze logisch en bruikbaar is binnen de gegeven situatie. | X | X | X | |
6.4 | De kandidaat kan op basis van een berekening een eenvoudige conclusie trekken of een keuze onderbouwen. | X | X | X |
Rekenvaardigheid 3F vraagt meer dan het correct uitvoeren van een losse berekening. De kandidaat moet verschillende rekenvaardigheden kunnen combineren en informatie uit bijvoorbeeld teksten, tabellen, grafieken, verhoudingen en praktijksituaties kunnen gebruiken. Als richtlijn ligt ongeveer 25% op basisvaardigheid en begrip en 75% op toepassing en analyse. De hogere moeilijkheid zit daarbij niet in ingewikkeld taalgebruik, maar in de rekenkundige complexiteit, het selecteren van relevante informatie en het maken en beoordelen van meerdere rekenstappen.
Hoe ziet het examen Rekenvaardigheid 3F eruit?
Het examen Rekenvaardigheid 3F is een schriftelijk examen waarin je laat zien dat je rekenvaardigheden kunt toepassen in complexere dagelijkse en beroepsgerichte situaties. Het examen is afgestemd op referentieniveau 3F.
De vraagstelling is duidelijk en functioneel. Het hogere niveau zit vooral in het combineren van gegevens, het uitvoeren van meerdere rekenstappen, het kiezen van een passende aanpak en het interpreteren of controleren van een uitkomst.
Schriftelijk examen
Het schriftelijke examen duurt 90 minuten en bestaat uit twee delen:
een eerste deel met basisrekenopgaven dat je zonder rekenmachine maakt;
een tweede deel met functionele en praktijkgerichte rekenopgaven waarbij je een rekenmachine mag gebruiken.
Voor het eerste deel is ongeveer 20 minuten beschikbaar. Nadat je dit deel hebt ingeleverd, ontvang je het tweede deel. Voor het volledige examen zijn maximaal 100 punten te behalen.
Wat kun je verwachten?
Tijdens het examen kunnen alle onderdelen uit de eind- en toetstermen aan bod komen. Je werkt onder andere met getallen en breuken, percentages en verhoudingen, meten en meetkunde, tabellen en grafieken en financiële berekeningen. In verschillende opdrachten worden meerdere vaardigheden gecombineerd.
Je moet niet alleen kunnen rekenen. Waar dat bij de eindtermen past, bepaal je welke gegevens relevant zijn, kies je een aanpak, controleer je de uitkomst en trek je een eenvoudige conclusie.
Praktijkgerichte rekenopgaven
Je kunt bijvoorbeeld een opdracht krijgen over een prijsberekening met korting en btw, een rente- of afschrijvingsvraag, een plattegrond op schaal, een grafiek met bedrijfsgegevens of een berekening met een valutakoers. De informatie die je nodig hebt staat in de opdracht.
Beoordeling en eindcijfer
Voor het examen kun je maximaal 100 punten behalen. Het cijfer wordt berekend met: behaalde punten ÷ 10 = cijfer. Het berekende cijfer wordt volgens de normale afrondingsregels afgerond op een geheel cijfer. Een score van 55 punten leidt daarmee tot het cijfer 6.
Ieder examen is uniek
Ieder LSSO-examen is uniek. De verschillende examenvarianten worden samengesteld vanuit dezelfde eind- en toetstermen en toetsen hetzelfde niveau. Getallen, bedragen, tabellen, grafieken en praktijksituaties kunnen per examen verschillen. Je bereidt je daarom voor op de vaardigheden en niet op één vaste set vragen.
Hulpmiddelen
Bij het eerste deel mag je gebruikmaken van een pen en door LSSO verstrekt kladpapier. Een rekenmachine is tijdens dit deel niet toegestaan. Nadat het eerste deel is ingeleverd, mag je bij het tweede deel daarnaast een rekenmachine gebruiken. Eigen aantekeningen, lesboeken, mobiele telefoons, internet en andere niet vooraf toegestane hulpmiddelen mogen niet worden gebruikt.
Vrijstelling
Voor Rekenvaardigheid 3F kan een vrijstellingsmogelijkheid worden ingericht.
Waar leg je het examen af?
Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van LSSO Examenbureau. Voorafgaand aan het examen wordt je identiteit gecontroleerd en tijdens de examenafname is toezicht aanwezig. Het examen kan worden afgelegd op de examenlocatie van LSSO in Eindhoven of, wanneer dit wordt aangeboden, bij een LSSO Education Partner.
Na het examen
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 3F. Afhankelijk van de gekozen leerroute kan dit certificaat onderdeel zijn van een breder LSSO-diploma.
Voor het examen Rekenvaardigheid 3F betaal je € 100,-* (EP-tarief). Dit tarief geldt voor het volledige schriftelijke examen.
Het examen Rekenvaardigheid 3F toetst of je de vastgestelde rekenvaardigheden op referentieniveau 3F beheerst en kunt toepassen in dagelijkse en beroepsgerichte situaties. Het examen bestaat uit een deel zonder rekenmachine en een deel waarin je een rekenmachine mag gebruiken. Naast basisberekeningen krijg je complexere, praktijkgerichte rekenopgaven waarin je laat zien dat je gegevens kunt selecteren, verschillende rekenstappen kunt combineren en jouw uitkomst kunt controleren en interpreteren.
In het examentarief zijn onder andere de examenafname, het toezicht, de beoordeling van het examen, de verwerking van het resultaat en de kwaliteitsborging van het examen opgenomen. Ook het ontwikkelen en beheren van verschillende examenvarianten maakt onderdeel uit van de kosten.
Ieder LSSO-examen is uniek en wordt samengesteld vanuit de vastgestelde eind- en toetstermen. Zo kunnen getallen, bedragen, vragen en praktijksituaties per examen verschillen, terwijl iedere kandidaat op hetzelfde niveau en volgens dezelfde beoordelingscriteria wordt geëxamineerd.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 3F.
Herkansing
Wanneer je voor het examen een onvoldoende resultaat behaalt, kun je het examen opnieuw afleggen. Bij een herkansing maak je een nieuwe examenvariant waarin dezelfde eind- en toetstermen en hetzelfde referentieniveau worden getoetst.
Voor een herkansing geldt opnieuw het geldende examentarief van € 100,-*.
Vrijstelling
Voor Rekenvaardigheid 3F is vrijstelling mogelijk. Wanneer je al beschikt over een aantoonbaar behaald resultaat op het vereiste niveau, kan worden beoordeeld of je op basis daarvan voor vrijstelling in aanmerking komt. Daarnaast kan een vrijstellingstoets worden afgelegd om aan te tonen dat je de vastgestelde eind- en toetstermen op referentieniveau 3F beheerst.
Voor de vrijstellingstoets geldt een afzonderlijk tarief.
Wil je daarnaast een fysiek certificaat ontvangen? Hiervoor betaal je € 10,- exclusief verzendkosten. Het certificaat wordt na aanvraag per post naar je verzonden.
*De vermelde examenprijs geldt voor kandidaten van onze LSSO Education Partners; is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven, die in veel gevallen minimaal € 25,- hoger liggen.
Een goede voorbereiding begint met lesmateriaal dat aansluit op wat je tijdens het examen moet kennen en kunnen. Met het LSSO-lesmateriaal Rekenvaardigheid ontwikkel je stap voor stap de rekenvaardigheden die je nodig hebt om berekeningen zelfstandig en correct uit te voeren.
Het huidige lesmateriaal vormt een goede basis voor Rekenvaardigheid 3F. Je oefent onder andere met gehele getallen, kommagetallen, breuken, percentages, verhoudingen en gemiddelden. Ook onderwerpen als rente, afschrijving, vreemde valuta, btw, facturen, kortingen, verzekeringen en indexcijfers worden in het lesboek behandeld.
Extra aandacht bij de voorbereiding
Voor een goede voorbereiding op het examen Rekenvaardigheid 3F is op een aantal onderdelen extra verdieping en oefening nodig. Dit kan zelfstandig of samen met jouw opleider.
Besteed daarbij extra aandacht aan samengestelde rekenopgaven, waarbij je meerdere berekeningen achter elkaar uitvoert. Denk bijvoorbeeld aan een prijsberekening waarin korting, bijkomende kosten en btw met elkaar worden gecombineerd. Oefen ook met procentuele stijgingen en dalingen, terugrekenen naar een oorspronkelijke waarde en verschillende procentuele veranderingen binnen één situatie.
Daarnaast is extra oefening belangrijk bij grootheden, eenheden, schaal, oppervlakte en functionele meetkundige berekeningen. Ook het lezen en gebruiken van gegevens uit tabellen, schema’s en andere overzichten, het werken met eenvoudige formules en het herkennen van verbanden tussen gegevens verdienen extra aandacht.
Bij onderwerpen als rente, afschrijving, vreemde valuta, facturen, verzekeringen en indexcijfers is het belangrijk om niet alleen standaardberekeningen te oefenen. Bereid je ook voor op opdrachten waarin je zelf bepaalt welke gegevens je nodig hebt, verschillende rekenvaardigheden combineert en de uitkomst gebruikt om een vraag te beantwoorden.
Besteed tot slot aandacht aan schatten, controleren en interpreteren. Op 3F-niveau wordt van je verwacht dat je niet alleen tot een uitkomst komt, maar ook kunt beoordelen of deze uitkomst logisch en passend is. Bij de voorbereiding ligt de nadruk daarom op toepassen, combineren, controleren en interpreteren.
Door het LSSO-lesmateriaal te combineren met deze aanvullende oefening kun je je gericht voorbereiden op alle eind- en toetstermen van Rekenvaardigheid 3F.
Lesboek en online leeromgeving
Het LSSO-lesboek inclusief toegang tot de online leeromgeving kost € 100,- exclusief verzendkosten.
Wil je alleen gebruikmaken van de online leeromgeving? Een losse toegangscode kost € 60,-. Hierbij is geen fysiek lesboek inbegrepen.
De toegangscode is vanaf het moment van activeren drie maanden geldig. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Het gebruik van LSSO-lesmateriaal is niet verplicht. Ook ander lesmateriaal kan worden gebruikt, mits dit de geldende eind- en toetstermen van Rekenvaardigheid 3F volledig behandelt.
Het examen Rekenvaardigheid 3F is afgestemd op het landelijke referentieniveau 3F. Binnen het landelijke referentiekader wordt 3F genoemd als eindniveau voor rekenen bij mbo niveau 4.
Sinds 1 augustus 2022 gelden voor het wettelijke rekenexamen in het mbo afzonderlijke mbo-rekenniveaus 2, 3 en 4. Het LSSO-examen Rekenvaardigheid 3F is daarom een branchegericht examen op referentieniveau 3F en is niet hetzelfde als het wettelijke instellingsexamen rekenen op mbo-rekenniveau 4.
Op 3F wordt van je verwacht dat je eerder verworven rekenvaardigheden kunt gebruiken in complexere situaties. Je combineert vaker meerdere rekenstappen, selecteert relevante gegevens en beoordeelt of een uitkomst logisch is.
De vier landelijke rekendomeinen Getallen, Verhoudingen, Meten & meetkunde en Verbanden vormen de basis. Binnen het LSSO-examen worden deze waar passend verbonden met herkenbare beroepsgerichte en financiële situaties.
De vraagstelling blijft helder en functioneel. Zo wordt vooral jouw rekenvaardigheid beoordeeld en niet onnodig jouw leesvaardigheid. Het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 3F is een branchegericht certificaat en is niet hetzelfde als een wettelijk erkend mbo-diploma.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


