Module
Zakelijk Nederlands

Goede beheersing van het Nederlands is belangrijk in vrijwel iedere zakelijke functie. Je schrijft e-mails en berichten, stelt brieven of andere zakelijke teksten op, verwerkt informatie en controleert teksten van jezelf of van anderen. Daarbij moet een tekst niet alleen taalkundig correct zijn, maar ook duidelijk, professioneel en passend bij de ontvanger.
Met het examen Zakelijk Nederlands laat je zien dat je de Nederlandse taal zelfstandig kunt toepassen in een zakelijke omgeving. Je beheerst spelling en grammatica op het vereiste niveau en kunt taal- en stijlfouten herkennen en verbeteren. Daarnaast laat je zien dat je zakelijke informatie logisch kunt ordenen en professioneel kunt formuleren.
Een belangrijk onderdeel van het examen is het schrijven en verbeteren van zakelijke teksten. Je houdt daarbij rekening met het doel van de communicatie, de ontvanger, de gewenste toon en de informatie die moet worden overgebracht. De nadruk ligt hierdoor niet alleen op weten wat een taalregel is, maar vooral op het correct toepassen van taal in realistische beroepssituaties.
Zakelijk Nederlands bouwt voort op de taalvaardigheden die bij Nederlands Basis worden getoetst. Waar Nederlands Basis zich richt op de basis van grammatica, spelling, zinsbouw en taalgebruik, wordt bij Zakelijk Nederlands meer zelfstandigheid verwacht en worden deze vaardigheden gecombineerd in professionele schriftelijke communicatie.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Zakelijk Nederlands. Hiermee toon je aan dat je de getoetste taalvaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst. Afhankelijk van jouw leerroute kan het certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomaroute.
Zakelijk Nederlands: eind- en toetstermen
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1. Grammatica en zinsbouw
1.1 De kandidaat kan werkwoorden correct vervoegen in verschillende tijden en persoonsvormen.
1.2 De kandidaat kan zwakke, sterke, gemengde en onregelmatige werkwoorden herkennen en correct toepassen.
1.3 De kandidaat kan de stam, persoonsvorm, infinitief, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord herkennen en correct toepassen.
1.4 De kandidaat kan verschillende woordsoorten herkennen, benoemen en correct toepassen, waaronder lidwoorden, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden, bijwoorden, telwoorden en werkwoorden.
1.5 De kandidaat kan relevante zinsdelen herkennen en benoemen, waaronder persoonsvorm, onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepaling.
1.6 De kandidaat kan enkelvoudige en samengestelde zinnen en hoofd- en bijzinnen herkennen en correct toepassen.
1.7 De kandidaat kan correcte woordvolgorde, inversie en congruentie toepassen.
1.8 De kandidaat kan zinnen in de bedrijvende en lijdende vorm herkennen en waar passend correct toepassen.
1.9 De kandidaat kan grammaticale fouten in zakelijke teksten herkennen, uitleggen en verbeteren.
Het herkennen van woordsoorten en het ontleden van zinnen worden in het lesmateriaal uitgebreid behandeld in de hoofdstukken Grammatica 1 en Grammatica 2.
2. Spelling en interpunctie
2.1 De kandidaat kan Nederlandse spellingregels correct toepassen in woorden, zinnen en zakelijke teksten.
2.2 De kandidaat kan werkwoorden en werkwoordsvormen correct spellen.
2.3 De kandidaat kan samenstellingen correct spellen en de regels voor de tussenletters -n- en -s- toepassen.
2.4 De kandidaat kan woorden correct aan elkaar of los schrijven.
2.5 De kandidaat kan enkelvoud, meervoud en verkleinwoorden correct spellen.
2.6 De kandidaat kan woorden van Nederlandse en niet-Nederlandse oorsprong correct spellen binnen het vereiste examenniveau.
2.7 De kandidaat kan lettergrepen herkennen en woorden correct afbreken.
2.8 De kandidaat kan hoofdletters en afkortingen correct gebruiken.
2.9 De kandidaat kan leestekens functioneel en correct toepassen, waaronder punt, komma, dubbele punt, puntkomma, vraagteken en uitroepteken.
2.10 De kandidaat kan lettertekens correct toepassen, waaronder trema, apostrof en koppelteken.
2.11 De kandidaat kan spelling- en interpunctiefouten in een zakelijke tekst herkennen en corrigeren.
Het lesboek behandelt onder andere tussenletters, aaneenschrijven, lettergrepen, meervouden, hoofdletters, leestekens, het trema, de apostrof en het koppelteken.
3. Zakelijk taalgebruik en schrijfstijl
3.1 De kandidaat kan zakelijke teksten correct, duidelijk, bondig en begrijpelijk formuleren.
3.2 De kandidaat kan de schrijfstijl en toon afstemmen op het doel, de ontvanger en de zakelijke situatie.
3.3 De kandidaat kan hoofd- en bijzaken onderscheiden en informatie logisch en samenhangend ordenen.
3.4 De kandidaat kan onduidelijke, omslachtige, dubbelzinnige of onnodig ingewikkelde formuleringen herkennen en verbeteren.
3.5 De kandidaat kan stijlproblemen herkennen en corrigeren, waaronder tautologie, pleonasme, contaminatie, dubbele ontkenning, clichés, dubbele voegwoorden en onnodig gebruikte woorden.
3.6 De kandidaat kan veelvoorkomende grammaticale en formuleringproblemen herkennen en corrigeren, waaronder het gebruik van mij/ik, als/dan, hen/hun/ze, met wie/waarmee, dat/wat, sommige/sommigen, enige/enigste, mits/tenzij, te danken aan/te wijten aan, geregeld/regelmatig en noch/nog.
3.7 De kandidaat kan voornaamwoordelijke verwijzingen duidelijk en correct gebruiken.
3.8 De kandidaat kan eigentijds en professioneel zakelijk Nederlands gebruiken en verouderde of onnodig formele formuleringen verbeteren.
3.9 De kandidaat kan een zakelijke tekst beoordelen op correctheid, duidelijkheid, samenhang, formulering en toon en deze waar nodig verbeteren.
Hoofdstuk 5 van het lesmateriaal behandelt zinsbouw, congruentie en veelvoorkomende stijl- en grammaticale fouten. Hoofdstuk 6 richt zich vervolgens op foutloosheid, duidelijkheid, stijl en schrijven vanuit de ontvanger.
4. Zakelijke schriftelijke communicatie
4.1 De kandidaat kan het doel, de doelgroep en de gewenste reactie van een zakelijke boodschap bepalen.
4.2 De kandidaat kan relevante informatie uit een opdracht of praktijksituatie selecteren en verwerken in een zakelijke tekst.
4.3 De kandidaat kan een zakelijke tekst logisch opbouwen met een duidelijke inleiding, kern en afsluiting.
4.4 De kandidaat kan een professionele zakelijke brief, e-mail of vergelijkbare zakelijke tekst schrijven.
4.5 De kandidaat kan een informatieverzoek en een reactie op een informatieverzoek duidelijk en professioneel formuleren.
4.6 De kandidaat kan een uitnodiging volledig, duidelijk en doelgroepgericht opstellen.
4.7 De kandidaat kan een herinnering of aanmaning duidelijk, correct en professioneel formuleren.
4.8 De kandidaat kan een klacht duidelijk, feitelijk en zakelijk formuleren.
4.9 De kandidaat kan professioneel en klantgericht reageren op een ontvangen klacht.
4.10 De kandidaat kan zakelijke informatie voor één of meerdere ontvangers duidelijk en doelgericht formuleren.
4.11 De kandidaat kan een bestaande zakelijke tekst beoordelen en verbeteren op inhoud, volledigheid, opbouw, spelling, grammatica, formulering en toon.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
10–15% | 20–25% | 45–50% | 15–20% |
Onderbouwing: Taalregels vormen de noodzakelijke basis, maar het zwaartepunt ligt op correct toepassen, verbeteren en zelfstandig schrijven van zakelijke communicatie.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1. Grammatica en zinsbouw | |||||
1.1 | De kandidaat kan werkwoorden correct vervoegen in verschillende tijden en persoonsvormen. | X | X | X |
|
1.2 | De kandidaat kan zwakke, sterke, gemengde en onregelmatige werkwoorden herkennen en correct toepassen. | X | X | X |
|
1.3 | De kandidaat kan de stam, persoonsvorm, infinitief, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord herkennen en correct toepassen. | X | X | X |
|
1.4 | De kandidaat kan verschillende woordsoorten herkennen, benoemen en correct toepassen, waaronder lidwoorden, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden, bijwoorden, telwoorden en werkwoorden. | X | X | X |
|
1.5 | De kandidaat kan relevante zinsdelen herkennen en benoemen, waaronder persoonsvorm, onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepaling. | X | X | X |
|
1.6 | De kandidaat kan enkelvoudige en samengestelde zinnen en hoofd- en bijzinnen herkennen en correct toepassen. |
| X | X |
|
1.7 | De kandidaat kan correcte woordvolgorde, inversie en congruentie toepassen. |
| X | X |
|
1.8 | De kandidaat kan zinnen in de bedrijvende en lijdende vorm herkennen en waar passend correct toepassen. |
| X | X |
|
1.9 | De kandidaat kan grammaticale fouten in zakelijke teksten herkennen, uitleggen en verbeteren. |
| X | X | X |
2. Spelling en interpunctie | |||||
2.1 | De kandidaat kan Nederlandse spellingregels correct toepassen in woorden, zinnen en zakelijke teksten. | X | X | X |
|
2.2 | De kandidaat kan werkwoorden en werkwoordsvormen correct spellen. | X | X | X |
|
2.3 | De kandidaat kan samenstellingen correct spellen en de regels voor de tussenletters -n- en -s- toepassen. | X | X | X |
|
2.4 | De kandidaat kan woorden correct aan elkaar of los schrijven. | X | X | X |
|
2.5 | De kandidaat kan enkelvoud, meervoud en verkleinwoorden correct spellen. | X | X | X |
|
2.6 | De kandidaat kan woorden van Nederlandse en niet-Nederlandse oorsprong correct spellen binnen het vereiste examenniveau. | X | X | X |
|
2.7 | De kandidaat kan lettergrepen herkennen en woorden correct afbreken. | X | X | X |
|
2.8 | De kandidaat kan hoofdletters en afkortingen correct gebruiken. | X | X | X |
|
2.9 | De kandidaat kan leestekens functioneel en correct toepassen, waaronder punt, komma, dubbele punt, puntkomma, vraagteken en uitroepteken. | X | X | X |
|
2.10 | De kandidaat kan lettertekens correct toepassen, waaronder trema, apostrof en koppelteken. | X | X | X |
|
2.11 | De kandidaat kan spelling- en interpunctiefouten in een zakelijke tekst herkennen en corrigeren. |
| X | X | X |
3. Zakelijk taalgebruik en schrijfstijl | |||||
3.1 | De kandidaat kan zakelijke teksten correct, duidelijk, bondig en begrijpelijk formuleren. |
| X | X |
|
3.2 | De kandidaat kan de schrijfstijl en toon afstemmen op het doel, de ontvanger en de zakelijke situatie. |
| X | X | X |
3.3 | De kandidaat kan hoofd- en bijzaken onderscheiden en informatie logisch en samenhangend ordenen. |
| X | X | X |
3.4 | De kandidaat kan onduidelijke, omslachtige, dubbelzinnige of onnodig ingewikkelde formuleringen herkennen en verbeteren. |
| X | X | X |
3.5 | De kandidaat kan stijlproblemen herkennen en corrigeren, waaronder tautologie, pleonasme, contaminatie, dubbele ontkenning, clichés, dubbele voegwoorden en onnodig gebruikte woorden. |
| X | X | X |
3.6 | De kandidaat kan veelvoorkomende grammaticale en formuleringproblemen herkennen en corrigeren, waaronder het gebruik van mij/ik, als/dan, hen/hun/ze, met wie/waarmee, dat/wat, sommige/sommigen, enige/enigste, mits/tenzij, te danken aan/te wijten aan, geregeld/regelmatig en noch/nog. |
| X | X | X |
3.7 | De kandidaat kan voornaamwoordelijke verwijzingen duidelijk en correct gebruiken. |
| X | X | X |
3.8 | De kandidaat kan eigentijds en professioneel zakelijk Nederlands gebruiken en verouderde of onnodig formele formuleringen verbeteren. |
| X | X | X |
3.9 | De kandidaat kan een zakelijke tekst beoordelen op correctheid, duidelijkheid, samenhang, formulering en toon en deze waar nodig verbeteren. |
| X | X | X |
Hoe ziet het examen Zakelijk Nederlands eruit?
Het examen Zakelijk Nederlands is een schriftelijk examen waarin je laat zien dat je de Nederlandse taal correct, duidelijk en professioneel kunt toepassen in zakelijke situaties. Je werkt met herkenbare situaties uit de beroepspraktijk en past daarbij de regels voor spelling, grammatica, zinsbouw, interpunctie en zakelijk taalgebruik toe.
Tijdens het examen gaat het niet alleen om het kennen van taalregels. Je moet ook laten zien dat je taal- en stijlfouten kunt herkennen en verbeteren, informatie kunt beoordelen en zakelijke teksten logisch, doelgericht en passend bij de ontvanger kunt formuleren.
Duur en opbouw van het examen
Het examen duurt 90 minuten en bestaat uit drie onderdelen. In totaal kun je 100 punten behalen:
Onderdeel | Inhoud | Punten |
|---|---|---|
A. Taalbeheersing | Spelling, werkwoordspelling, grammatica, zinsbouw en interpunctie | 30 |
B. Tekst beoordelen en verbeteren | Beoordelen en verbeteren van zakelijke teksten op taal, formulering, stijl, samenhang en toon | 25 |
C. Zakelijke schrijfopdracht | Zelfstandig opstellen van een zakelijke brief, e-mail of andere professionele tekst | 45 |
Totaal | 100 |
De nadruk ligt op het toepassen van de Nederlandse taal in een zakelijke context. Je laat niet alleen zien dat je taalregels beheerst, maar ook dat je deze kunt gebruiken bij het beoordelen, verbeteren en schrijven van professionele teksten.
Wat kun je verwachten?
De opdrachten zijn gebaseerd op situaties die je in een administratieve, commerciële of ondersteunende functie kunt tegenkomen. Je kunt bijvoorbeeld gevraagd worden om:
- werkwoorden correct te vervoegen en te spellen;
- woordsoorten en zinsdelen te herkennen;
- spelling-, grammatica- en interpunctiefouten te herkennen en te verbeteren;
- onduidelijke, omslachtige of foutieve zinnen te herschrijven;
- stijl- en formuleringfouten in een zakelijke tekst te herkennen en te verbeteren;
- hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden;
- te bepalen welke informatie voor een zakelijke boodschap relevant is;
- de toon en formulering af te stemmen op het doel en de ontvanger;
- een bestaande zakelijke tekst te beoordelen en te verbeteren;
- zelfstandig een zakelijke brief, e-mail of andere professionele tekst te schrijven.
Bij de opdrachten krijg je de informatie die je nodig hebt. Je hoeft geen voorbeeldteksten, standaardzinnen of specifieke bedrijfsgegevens uit je hoofd te leren.
Beoordeling en eindcijfer
Bij de beoordeling wordt gekeken naar zowel jouw beheersing van de Nederlandse taal als de kwaliteit van jouw zakelijke schriftelijke communicatie. Je moet taalregels correct toepassen en ervoor zorgen dat jouw teksten duidelijk, logisch en professioneel zijn.
Bij de praktische schrijfopdracht wordt onder andere beoordeeld op: inhoud en volledigheid, opbouw en samenhang, afstemming op doel en ontvanger, spelling en werkwoordspelling, grammatica en zinsbouw, interpunctie en hoofdlettergebruik en een duidelijke, passende en professionele schrijfstijl.
Voor het volledige examen zijn maximaal 100 punten te behalen. De omzetting van het behaalde puntenaantal naar het eindcijfer wordt vastgelegd in de normering van het examen.
Ieder examen is uniek
Ieder LSSO-examen Zakelijk Nederlands is uniek. De verschillende examenvarianten zijn gebaseerd op dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen en worden op hetzelfde niveau beoordeeld.
De organisaties, personen, teksten en praktijksituaties kunnen per examenvariant verschillen. Ook kunnen de taal- en schrijfopdrachten in verschillende zakelijke situaties worden aangeboden.
Je bereidt je daarom niet voor door voorbeeldteksten of antwoorden uit je hoofd te leren. Het gaat erom dat je laat zien dat je de Nederlandse taal in verschillende zakelijke situaties kunt begrijpen, toepassen en beoordelen.
Hulpmiddelen
Tijdens het examen mag je gebruikmaken van:
- een pen;
- door LSSO verstrekt kladpapier.
Eigen aantekeningen, lesboeken, woordenboeken, mobiele telefoons, internet, generatieve AI en andere niet-toegestane hulpmiddelen mogen tijdens het examen niet worden gebruikt. De definitieve toegestane hulpmiddelen staan vermeld in de examenoproep en exameninstructie.
Afname en toezicht
Je legt het examen af op een examenlocatie van LSSO of, wanneer dit wordt aangeboden, bij een LSSO Education Partner. Voor aanvang van het examen wordt jouw identiteit gecontroleerd.
Het examen wordt onder toezicht afgenomen volgens de geldende examenregels van LSSO.
Uitslag en herkansing
Na het examen wordt jouw werk beoordeeld aan de hand van vooraf vastgestelde beoordelingscriteria en normering. Je ontvangt de uitslag uiterlijk binnen de termijn die in het geldende LSSO Examenreglement is vastgesteld.
Heb je een onvoldoende behaald? Dan kun je je opnieuw aanmelden voor het examen. Je maakt bij een herkansing een andere examenvariant. Wanneer je hetzelfde examen meerdere keren aflegt, telt het hoogste behaalde resultaat.
Inzage en bezwaar
Wil je na ontvangst van jouw resultaat meer inzicht in de beoordeling? Dan kun je volgens de voorwaarden van het geldende LSSO Examenreglement gebruikmaken van de mogelijkheid tot inzage.
Tijdens de inzage kan inzicht worden gegeven in de beoordeling, de toegepaste beoordelingscriteria en de normering. Het examenmateriaal blijft eigendom van LSSO en is vertrouwelijk.
Ben je het na de inzage niet eens met de beoordeling of de gevolgde procedure, dan kun je volgens het LSSO Examenreglement schriftelijk bezwaar maken.
Certificaat en vrijstelling
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Zakelijk Nederlands. Hiermee toon je aan dat je de Nederlandse taal correct, duidelijk en professioneel kunt toepassen in zakelijke schriftelijke communicatie.
Dit examen komt niet in aanmerking voor een vrijstelling.
De kosten voor het examen Zakelijk Nederlands bedragen € 120,-*.
In de examenprijs zijn de afname, beoordeling en verwerking van het examenresultaat inbegrepen. Bij een voldoende resultaat ontvang je een digitaal LSSO-certificaat Zakelijk Nederlands.
Heb je het examen niet behaald? Dan kun je het volledige examen herkansen. De kosten voor een herkansing bedragen € 120,-.
Wil je het certificaat daarnaast fysiek per post ontvangen? Dan betaal je € 10,- voor het verzenden van het certificaat.
* De genoemde examenprijs geldt voor kandidaten die het examen afleggen via een LSSO Education Partner. Is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven; deze liggen in veel gevallen minimaal € 25,- hoger.
Voor de voorbereiding op het examen Zakelijk Nederlands kun je gebruikmaken van het LSSO-lesmateriaal Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. Dit lesmateriaal vormt de inhoudelijke basis voor de taalonderdelen en de zakelijke schriftelijke communicatie die in het examen worden getoetst. De vastgestelde eind- en toetstermen van Zakelijk Nederlands blijven daarbij altijd leidend.
Wat leer je met het lesmateriaal?
Het lesmateriaal behandelt spelling, grammatica, zinsbouw, schrijfstijl en zakelijke correspondentie. Je oefent onder andere met werkwoordspelling, woordsoorten, zinsdelen, interpunctie, formuleren en het herkennen en verbeteren van taal- en stijlfouten. Daarnaast leer je hoe je informatie logisch ordent en hoe je duidelijke en professionele zakelijke teksten opstelt.
Voor Zakelijk Nederlands gebruik je de volledige leerlijn uit Nederlandse Bedrijfscorrespondentie. De eerste hoofdstukken leggen de nadruk op taalbeheersing en schrijfstijl. In de hoofdstukken over correspondentie pas je deze kennis toe in zakelijke situaties, bijvoorbeeld bij informatieverzoeken, uitnodigingen, bestellingen en leveringen, financiële correspondentie en klachten.
Aansluiting met Nederlands Basis
Het lesmateriaal Nederlandse Bedrijfscorrespondentie kan ook gedeeltelijk worden gebruikt voor de voorbereiding op het examen Nederlands Basis. Nederlands Basis richt zich op de taalvaardigheden die nodig zijn als fundament voor correct Nederlands. Hiervoor zijn vooral de onderdelen uit hoofdstuk 1 tot en met 5 relevant, aangevuld met passende oefeningen uit hoofdstuk 6.
Bij Nederlands Basis ligt de nadruk op woordsoorten, zinsdelen, werkwoordvervoeging, spelling, interpunctie en het herkennen en verbeteren van veelvoorkomende taal- en stijlfouten. De hoofdstukken over zakelijke correspondentie behoren niet tot de kern van Nederlands Basis. Deze onderdelen passen bij Zakelijk Nederlands, waar de basiskennis wordt verdiept en toegepast in professionele schriftelijke communicatie.
Actuele zakelijke communicatie
Kandidaten en opleiders wordt geadviseerd om bij de voorbereiding ook aandacht te besteden aan actuele vormen van zakelijke communicatie. Denk aan professioneel e-mailgebruik, helder en ontvangergericht formuleren, eigentijds taalgebruik en het beoordelen en verbeteren van digitale zakelijke teksten. Het uitgangspunt blijft dat je correct, duidelijk, bondig en professioneel communiceert, ongeacht het gebruikte communicatiemiddel.
Generatieve AI kan binnen een opleiding worden gebruikt als leermiddel, bijvoorbeeld om teksten te vergelijken of feedback te bespreken. Tijdens het examen mag generatieve AI niet worden gebruikt. Je moet zelfstandig kunnen laten zien dat je de Nederlandse taal en zakelijke schrijfvaardigheid beheerst.
LSSO-lesmateriaal
Het LSSO-lesmateriaal bestaat uit een lesboek in combinatie met een online leeromgeving. De combinatie van het lesboek en de online leeromgeving kost € 100,- exclusief verzendkosten. De online leeromgeving is ook los verkrijgbaar voor € 60,-. Een toegangscode voor de online leeromgeving is na activering drie maanden geldig. De toegangscode is vanaf het moment van activeren drie maanden geldig. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Het gebruik van LSSO-lesmateriaal is niet verplicht, tenzij dit voor een specifieke opleiding anders is bepaald. Gebruik je ander lesmateriaal? Controleer dan of alle vastgestelde eind- en toetstermen van het examen volledig worden behandeld. Het proefexamen kan worden gebruikt om kennis te maken met de vorm en het niveau van de opdrachten, maar vervangt de voorbereiding op de volledige eind- en toetstermen niet.
Referentieniveau: mbo 4
Het examen Zakelijk Nederlands is gericht op mbo-niveau 4 en sluit voor de Nederlandse taalvaardigheid aan bij referentieniveau 3F.
Op dit niveau wordt van je verwacht dat je de Nederlandse taal niet alleen correct beheerst, maar deze ook zelfstandig en doelgericht kunt toepassen in zakelijke situaties. Je kunt informatie uit teksten beoordelen, taal- en stijlfouten herkennen en verbeteren en zelf duidelijke en professioneel opgebouwde zakelijke teksten schrijven.
Tijdens het examen laat je bijvoorbeeld zien dat je spelling, werkwoordspelling, grammatica, zinsbouw en interpunctie correct kunt toepassen. Daarnaast kun je jouw formulering en schrijfstijl afstemmen op het doel, de ontvanger en de zakelijke situatie. Je kunt hoofd- en bijzaken onderscheiden en informatie logisch en samenhangend verwerken.
De nadruk ligt daarmee op functionele taalvaardigheid in de beroepspraktijk. Het gaat niet alleen om het kennen van taalregels, maar vooral om het correct toepassen daarvan bij het beoordelen, verbeteren en schrijven van zakelijke communicatie.
Het LSSO-certificaat Zakelijk Nederlands is een branchegericht certificaat waarmee je aantoont dat je de getoetste taalvaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst. Het certificaat is geen wettelijk erkend mbo-diploma en het examen is niet hetzelfde als een generiek Nederlands examen binnen een mbo-opleiding.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


