ModulePRODit is een LSSO Pro-examen
Word gevorderd
Dit is een LSSO Pro-examen. Lees meer over LSSO Pro.

Het examen Word Gevorderd toetst of een kandidaat zelfstandig en professioneel kan werken met uitgebreide functies van Microsoft Word en Microsoft 365. De kandidaat laat zien complexere documenten te kunnen opstellen, structureren, beheren, controleren en vormgeven binnen realistische beroepssituaties.
Tijdens het examen wordt onder andere gewerkt met uitgebreide tekst- en alineaopmaak, afbeeldingen, tabellen, documentstructuren, sjablonen, secties, inhoudsopgaven, bronvermeldingen, samenvoegfuncties en documentbeheer. Ook samenwerken aan documenten en het controleren en geschikt maken van bestanden voor verdere verwerking behoren tot het examenprogramma.
Het examen is praktijkgericht en wordt grotendeels op de computer afgenomen. De kandidaat werkt met aangeleverde bestanden en voert opdrachten uit waarin verschillende functies van Microsoft Word in samenhang moeten worden toegepast.
Word Gevorderd wordt afgenomen op referentieniveau mbo 4. Dit betekent dat niet alleen wordt gekeken of een kandidaat functies kan uitvoeren, maar ook of deze functies zelfstandig, doelgericht en in samenhang kunnen worden gebruikt binnen complexere documenten en beroepssituaties.
Bij een voldoende resultaat ontvangt de kandidaat het LSSO-certificaat Word Gevorderd. Afhankelijk van de gevolgde leerroute kan dit certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomering.
Word Basis of Word Gevorderd?
Het ambitieniveau van de opleiding is bepalend voor de keuze van het examen. Word Gevorderd past bij een leerroute waarin digitale vaardigheden op referentieniveau mbo 4 moeten worden aangetoond.
Wanneer een opleiding op dit niveau is ingericht, is het verstandig kandidaten vanaf het begin ook op dit niveau voor te bereiden en te examineren. Zo sluiten onderwijs, leeruitkomsten en examinering op elkaar aan.
Word gevorderd: toets- en eindtermen
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1.1 Werken met Word en documenten
De kandidaat begrijpt de mogelijkheden van Microsoft Word en kan deze zelfstandig toepassen bij het maken, openen, bewerken, opslaan en beheren van documenten. De kandidaat kan passende functies selecteren en combineren om een document volgens een gegeven opdracht professioneel uit te werken.
1.2 Tekst bewerken en opmaken
De kandidaat kan tekst invoeren, selecteren, verwijderen, kopiëren, verplaatsen en tussen documenten uitwisselen. De kandidaat kan handelingen ongedaan maken en opnieuw uitvoeren en kan tekst gericht opmaken met onder andere lettertype, lettergrootte, tekstkleur, vet, cursief, onderstrepen, doorhalen, hoofdletters en kleine letters, markeringen, accenten, superscript en subscript.
De kandidaat kan verschillende opmaakmogelijkheden doelgericht combineren en kan bestaande tekst efficiënt aanpassen aan de gewenste documentopmaak.
1.3 Alinea’s professioneel vormgeven
De kandidaat kan alinea’s invoegen, samenvoegen, uitlijnen en structureren. De kandidaat kan regelafstand, witruimte en inspringingen instellen en kan opsommingen, nummeringen en woordafbreking toepassen.
De kandidaat kan randen, arceringen, stijlen en thema’s gebruiken en kan deze functies in samenhang toepassen om een document overzichtelijk en professioneel vorm te geven.
1.4 Teksten controleren en documenten uitvoeren
De kandidaat kan teksten controleren en corrigeren op hoofdlettergebruik, leestekens, spelling, grammatica en consistente opmaak.
De kandidaat kan alineamarkeringen gebruiken en functies voor zoeken en vervangen, woordenlijsten, synoniemen, Editor en woordtelling toepassen.
De kandidaat kan een document controleren via het afdrukvoorbeeld, passende instellingen kiezen en een document geschikt maken voor digitale of fysieke uitvoer.
1.5 Werken met afbeeldingen
De kandidaat kan afbeeldingen invoegen, schalen, verplaatsen en bijsnijden. De kandidaat kan positie en tekstomloop instellen, afbeeldingsstijlen toepassen en bijschriften toevoegen.
De kandidaat kan daarbij beoordelen welke plaatsing en vormgeving passend zijn binnen de structuur en functie van het document.
1.6 Documenten professioneel opmaken en structureren
De kandidaat kan pagina- en documentopmaak zelfstandig aanpassen. De kandidaat kan onder andere marges, pagina-einden, paginanummering, kop- en voetteksten en velden gebruiken.
De kandidaat kan een voorblad, inhoudsopgave en index toevoegen, tekst in kolommen plaatsen en andere functies gebruiken om langere of complexere documenten logisch te structureren.
1.7 Tabellen gebruiken en bewerken
De kandidaat kan tabstops instellen en tabellen invoegen, aanpassen en professioneel vormgeven.
De kandidaat kan rijen en kolommen toevoegen, verwijderen en opmaken, gegevens binnen een tabel ordenen en waar mogelijk sorteren. De kandidaat kan tabelstijlen gebruiken en tekst op een passende manier in of rondom een tabel plaatsen.
1.8 Werken met nieuwe documenten en sjablonen
De kandidaat kan documenten maken op basis van bestaande of aangepaste sjablonen en kan documenten als sjabloon opslaan en opnieuw gebruiken.
De kandidaat kan bepalen wanneer het gebruik van een sjabloon geschikt is om documenten binnen een organisatie efficiënt en consistent op te stellen.
1.9 Werken met uitgebreide documentindelingen
De kandidaat kan complexere documenten structureren met onder andere een voorwoord, voetnoten, eindnoten, sectie-einden, paginakleuren en achtergronden.
De kandidaat kan bronvermeldingen en citaten invoegen en gebruiken wanneer dit binnen het document noodzakelijk is.
1.10 Samenwerken aan documenten
De kandidaat kan documenten geschikt maken voor samenwerking met anderen. De kandidaat kan documenten delen, opmerkingen toevoegen en verwerken en wijzigingen bijhouden, accepteren of weigeren.
De kandidaat begrijpt het gebruik van koppelingen en versiebeheer en kan bepalen welke functie passend is bij het gezamenlijk beoordelen en bewerken van documenten.
1.11 Documenten samenvoegen
De kandidaat kan een hoofddocument koppelen aan een gegevensbron en kan samenvoegvelden correct invoegen.
De kandidaat kan een mailing of vergelijkbaar document samenvoegen, het resultaat controleren en de samengevoegde documenten geschikt maken voor digitale of fysieke uitvoer.
1.12 Bestanden controleren, beheren en uitwisselen
De kandidaat kan documenten controleren op onder andere compatibiliteit, toegankelijkheid en documenteigenschappen.
De kandidaat kan documenteigenschappen bekijken of wijzigen, bestanden openen, bewerken, hernoemen en op een passende locatie beheren. De kandidaat kan documenten exporteren naar bijvoorbeeld PDF en bestanden geschikt maken om digitaal te delen of als bijlage te verzenden.
De kandidaat begrijpt daarnaast hoe bestanden en mappen kunnen worden beschermd wanneer vertrouwelijkheid of beperking van toegang nodig is.
Cognitief niveau | Richtlijn examenbalans |
Kennis (K) | 5-10% |
Begrip (B) | 10-15% |
Toepassing (T) | 65-70% |
Analyse (A) | 15-20% |
Bij de beoordeling wordt erop gelet dat kandidaten niet alleen losse functies uitvoeren, maar ook passende keuzes maken en verschillende functies doelgericht combineren.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1.1 | De deelnemer begrijpt de theorie en kan praktische opdrachten in Word uitvoeren. *) |
|
|
| X |
1.2 | De deelnemer kan teksten opmaken. *) |
|
| X |
|
1.3 | De deelnemer kan teksten voorzien van alinea-opmaak. *) |
|
| X |
|
1.4 | De deelnemer kan teksten controleren en afdrukken. *) |
|
| X |
|
1.5 | De deelnemer kan werken met afbeeldingen. *) |
|
| X |
|
1.6 | De deelnemer kan documenten opmaken. *) |
|
| X |
|
1.7 | De deelnemer kan tabellen gebruiken en bewerken. *) |
|
| X |
|
1.8 | De deelnemer kan nieuwe documenten en sjablonen gebruiken. *) |
|
| X |
|
1.9 | De deelnemer kan werken met documentindelingen. *) |
|
| X |
|
1.10 | De deelnemer kan samenwerken aan documenten. *) |
|
| X |
|
1.11 | De deelnemer kan documenten samenvoegen voor afdruk. *) |
|
| X |
|
1.12 | De deelnemer kan werken met bestanden. *) |
|
| X |
|
Toelichting
toetsterm | *) toelichting |
1.1 | Onder ‘teksten’ vallen zowel digitaal aangeleverde als zelf ingevoerde teksten. |
1.2 | Tekst opmaken omvat: selecteren, verwijderen, ongedaan maken en opnieuw; opslaan; vet, cursief en onderstrepen; lettertype en -grootte; tekstkleur; hoofd- en kleine letters; tekst kopiëren/plakken; doorhalen; tekstmarkeringen; superscript en subscript; accenten; verplaatsen; werken met twee documenten; tekst verplaatsen of kopiëren naar een ander bestand. |
1.3 | Alinea-opmaak omvat: alinea’s invoegen en samenvoegen; uitlijnen; regelafstand; inspringingen; opsommingen en nummeringen; woordafbreking; randen en arceringen; stijlen en thema’s. |
1.4 | Controleren en afdrukken omvat: hoofdletter- en kleine lettergebruik; leestekens; alineamarkeringen; tekst verwijderen en corrigeren; spellingscontrole en grammatica; woordenlijsten; zoeken en vervangen; woorden tellen; afdrukvoorbeeld en instellingen. NB: afdrukken wordt vaak getest met externe opslag (bijvoorbeeld USB-stick). |
1.5 | Afbeeldingen omvatten: invoegen en plaatsen; schalen; tekstterugloop en positie; stijlen; bijsnijden en bijschrift. |
1.6 | Documentopmaak omvat: marges; pagina-einde; paginanummering; kop- en voettekst; velden; inhoudsopgave; index; voorblad; tekst in kolommen; initialen. |
1.7 | Tabellen omvatten: tabstops; tabellen invoegen en bewerken; kolommen en rijen opmaken; sorteren en filteren; stijlen; tekst naast of in tabel plaatsen. |
1.8 | Nieuwe documenten en sjablonen omvatten: brieven typen en bewerken; documenten opslaan en openen als sjabloon. |
1.9 | Documentindeling omvat: voorwoord, voetnoten, eindnoten; sectie-einden; paginakleuren en -achtergrond; bronvermeldingen en citaten. |
1.10 | Samenwerken omvat: documenten delen; koppelingen; revisies; opmerkingen; wijzigingen bijhouden en verwerken; versiebeheer. |
1.11 | Afdruk samenvoegen omvat: direct mailings; velden samenvoegen; afdrukken van samengevoegde documenten. |
1.12 | Bestanden omvatten: bestandscontrole (compatibiliteit, toegankelijkheid, eigenschappen); documenteigenschappen; exporteren als PDF; openen en bewerken; versturen als bijlage per e-mail; bestanden verwijderen/hernoemen; mappen beveiligen. |
Duur van het examen
Het examen WORD Gevorderd is schriftelijk en duurt 90 minuten. Het examen wordt grotendeels afgenomen op de computer. Het bestaat uit 5 tot 7 opdrachten die gericht zijn op het toetsen van gevorderde vaardigheden binnen het tekstverwerkingsprogramma Microsoft Word en Microsoft 365.
Normering voor afgifte LSSO certificaat
Bij een voldoende resultaat ontvangt de kandidaat een landelijk erkend certificaat van Examenbureau LSSO.
Kosten
De kosten voor dit examen bedragen € 120,-, vrijgesteld van BTW.
Hulpmiddelen
Het examen wordt volledig op de computer afgenomen; aanvullende hulpmiddelen zijn niet toegestaan.
Vrijstellingstoets
Kandidaten die al beschikken over aantoonbare ervaring of eerder een certificaat hebben behaald, kunnen een vrijstelling verkrijgen door middel van een vrijstellingstoets. De kosten van de vrijstellingstoets zijn gelijk aan die van het reguliere examen: € 120,-, vrijgesteld van BTW.
Unieke examenbatches en maatwerk
Binnen LSSO Onderwijsgroep wordt iedere examenbatch zorgvuldig en handmatig samengesteld. Hierdoor is elk examen uniek en sluiten de opdrachten optimaal aan op de actuele eindtermen, exameneisen en praktijkgerichte vaardigheden. Door deze werkwijze wordt de kwaliteit, betrouwbaarheid en actualiteit van de examens gewaarborgd.
Daarnaast vindt LSSO Onderwijsgroep het belangrijk dat iedere kandidaat op een passende manier examen kan doen. Daarom kan, waar mogelijk, rekening worden gehouden met bijvoorbeeld dyslexie, motorische beperkingen of andere ondersteuningsbehoeften. Voorwaarde is wel dat deze omstandigheden vooraf tijdig worden gecommuniceerd met LSSO Onderwijsgroep, zodat passende voorzieningen en begeleiding kunnen worden afgestemd vóór afname van het examen.
Vrijstellingen, herkansingen, inzage, bezwaar en klachten
Voor vragen of verzoeken met betrekking tot vrijstellingen, herkansingen, inzage, bezwaar en klachten kunnen kandidaten en opleiders altijd contact opnemen met LSSO Onderwijsgroep via info@lsso-opleidingen.nl. De procedures, voorwaarden en actuele exameninformatie zijn tevens beschikbaar via de website van LSSO Onderwijsgroep en het LSSO-portaal.
Voor het indienen van een vrijstellingsaanvraag wordt een bedrag van € 40,- in rekening gebracht. Een herkansing kan worden aangevraagd tegen betaling van het reguliere examengeld van het betreffende examen. Voor inzage in examenwerk bedragen de kosten € 50,- per examen.
Bezwaren en klachten worden vertrouwelijk behandeld door LSSO Onderwijsgroep conform het examenreglement en de geldende kwaliteitsprocedures. Kandidaten ontvangen na indiening van een verzoek, bezwaar of klacht een bevestiging van ontvangst en verdere informatie over de afhandeling van de procedure.
De kosten voor dit examen bedragen € 120,-, vrijgesteld van BTW.
Je kunt jouw examen dagelijks plannen in Eindhoven, neem hiervoor contact op met info@lsso-opleidingen.nl. Indien jouw opleider LSSO Education Partner is kan het examen mogelijk ook op jouw leslocatie worden afgenomen. Informeer hiervoor bij jouw opleider.
Klik hier voor de planning:
Wat betekent een referentieniveau?
Een referentieniveau geeft aan op welk niveau een kandidaat kennis, vaardigheden en zelfstandigheid beheerst binnen een opleiding of examenonderdeel. Het referentieniveau wordt gebruikt om duidelijk onderscheid te maken tussen basisvaardigheden en meer gevorderde beroepsgerichte vaardigheden.
Binnen examens en diplomering geeft een referentieniveau aan welke complexiteit, zelfstandigheid en diepgang van een kandidaat wordt verwacht. Hoe hoger het referentieniveau, hoe uitgebreider de vaardigheden en hoe groter de mate van zelfstandig werken.
Dit examen wordt afgenomen op referentieniveau mbo 4
Dit examen wordt afgenomen op referentieniveau mbo 4. Dit betekent dat het examen gericht is op het zelfstandig uitvoeren van complexere werkzaamheden en het professioneel toepassen van digitale vaardigheden binnen realistische praktijksituaties.
Kandidaten werken op mbo 4 niveau met meer diepgang, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid dan op mbo 3 niveau. Hierbij wordt verwacht dat zij niet alleen basisvaardigheden beheersen, maar ook uitgebreide functies en toepassingen zelfstandig kunnen gebruiken en combineren.
Binnen digitale vaardigheden betekent referentieniveau mbo 4 bijvoorbeeld dat kandidaten professioneel kunnen werken met Microsoft Word en Microsoft 365, complexe documenten kunnen beheren, samenwerken in digitale omgevingen en efficiënt gebruik kunnen maken van geavanceerde functies en documentstructuren.
Het examen toetst of kandidaten beschikken over de digitale vaardigheden die nodig zijn binnen opleiding, stage en toekomstige beroepspraktijk op mbo 4 niveau.
Waarom is een referentieniveau belangrijk?
Het referentieniveau zorgt ervoor dat examens, opleidingen en certificeringen aansluiten op het juiste niveau van kennis en vaardigheden. Hierdoor weten kandidaten, opleiders en werkgevers precies wat er van iemand verwacht mag worden binnen een bepaald niveau.
Binnen de diplomering van LSSO Onderwijsgroep helpt het referentieniveau om examens goed af te stemmen op de praktijk, vervolgopleidingen en toekomstige werkzaamheden.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


