ModulePRODit is een LSSO Pro-examen
Vergader- en Presentatietechniek
Dit is een LSSO Pro-examen. Lees meer over LSSO Pro.

Goed vergaderen en presenteren zijn belangrijke vaardigheden in veel functies. Tijdens een vergadering moet je niet alleen weten wat er wordt besproken, maar ook actief kunnen luisteren, jouw mening duidelijk kunnen verwoorden en bijdragen aan afspraken en besluiten. Bij een presentatie moet je informatie helder kunnen overbrengen en rekening houden met het doel, het publiek en de situatie.
Met het examen Vergader- en presentatietechniek laat je zien dat je deze vaardigheden in verschillende beroepssituaties kunt toepassen. Je toont aan dat je een vergadering kunt voorbereiden, professioneel kunt deelnemen aan een overleg en begrijpt welke rol en verantwoordelijkheid een voorzitter heeft. Daarbij besteed je aandacht aan de structuur van een vergadering, besluitvorming, actiepunten en professioneel vergadergedrag.
Daarnaast laat je zien dat je een presentatie kunt voorbereiden en uitvoeren. Je bepaalt het doel en de kernboodschap, analyseert jouw publiek en kiest een passende opbouw en presentatiewijze. Tijdens de presentatie zijn niet alleen de inhoud, maar ook jouw stemgebruik, houding, contact met het publiek en het gebruik van presentatiemiddelen belangrijk. Het lesmateriaal besteedt hiervoor uitgebreid aandacht aan voorbereiding, presentatieopbouw, stemgebruik, non-verbaal gedrag en omgaan met weerstand.
Vergaderen en presenteren gebeurt steeds vaker in verschillende vormen. Daarom wordt ook aandacht besteed aan fysieke, online en hybride situaties en aan het professioneel inzetten van digitale hulpmiddelen. Je laat zien dat je jouw communicatie kunt aanpassen aan de situatie en professioneel kunt omgaan met vragen, verschillende meningen en weerstand.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Vergader- en presentatietechniek. Hiermee toon je aan dat je de getoetste kennis en vaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst. Afhankelijk van jouw leerroute kan het certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomaroute.
Vergader- en Presentatietechniek: eind- en toetstermen
Tijdens het examen laat je zien dat je kennis en vaardigheden op het gebied van vergaderen en presenteren kunt toepassen in herkenbare situaties uit de beroepspraktijk. De eind- en toetstermen zijn verdeeld over acht onderdelen.
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1. Vergaderingen voorbereiden en organiseren
1.1 De kandidaat begrijpt het doel en de functie van een vergadering en kan verschillende vergaderdoelen onderscheiden.
1.2 De kandidaat kan bepalen welke vergadervorm passend is bij het doel, de deelnemers, de beschikbare tijd en de situatie.
1.3 De kandidaat kan een vergadering voorbereiden met een duidelijke uitnodiging, agenda, agendapunten en relevante vergaderstukken.
1.4 De kandidaat kan beoordelen welke informatie deelnemers vooraf nodig hebben om zich goed op een vergadering voor te bereiden.
1.5 De kandidaat kan rekening houden met organisatorische en technische voorwaarden voor een fysieke, online of hybride vergadering.
1.6 De kandidaat begrijpt het doel van notulen, een besluitenlijst en een actiepuntenlijst en kan bepalen welke vorm passend is bij het overleg.
2. Effectief deelnemen aan een vergadering
2.1 De kandidaat kan zich inhoudelijk voorbereiden op een vergadering en een eigen bijdrage afstemmen op het doel en het agendapunt.
2.2 De kandidaat kan actief luisteren, vragen stellen, samenvatten en gericht reageren op bijdragen van andere deelnemers.
2.3 De kandidaat kan een eigen mening, voorstel of argument duidelijk en professioneel naar voren brengen.
2.4 De kandidaat kan onderscheid maken tussen feiten, meningen, argumenten, voorstellen en besluiten.
2.5 De kandidaat kan constructief omgaan met verschillende meningen, weerstand en tegengestelde belangen.
2.6 De kandidaat kan bijdragen aan een besluit en controleren of afspraken, acties, verantwoordelijkheden en termijnen duidelijk zijn.
2.7 De kandidaat kan professioneel deelnemen aan fysieke, online en hybride vergaderingen.
3. Een vergadering voorzitten en begeleiden
3.1 De kandidaat begrijpt de rol, verantwoordelijkheden en positie van de voorzitter.
3.2 De kandidaat kan een vergadering doelgericht openen, het doel en de agenda verduidelijken en afspraken over de werkwijze benoemen.
3.3 De kandidaat kan de bespreking structureren, deelnemers ruimte geven en tegelijkertijd de voortgang en beschikbare tijd bewaken.
3.4 De kandidaat kan deelnemers activeren en omgaan met deelnemers die veel, weinig of buiten het onderwerp bijdragen.
3.5 De kandidaat kan omgaan met meningsverschillen, weerstand en verstoringen zonder de professionele samenwerking uit het oog te verliezen.
3.6 De kandidaat kan conclusies, besluiten, actiepunten, verantwoordelijken en termijnen duidelijk formuleren.
3.7 De kandidaat kan een vergadering professioneel samenvatten en afsluiten.
4. Een presentatie voorbereiden
4.1 De kandidaat kan de aanleiding, opdracht, het doel, het onderwerp, de omstandigheden en relevante randvoorwaarden van een presentatie analyseren.
4.2 De kandidaat kan het publiek analyseren en rekening houden met voorkennis, verwachtingen, belangen en informatiebehoefte.
4.3 De kandidaat kan een duidelijke kernboodschap en een passend presentatiedoel formuleren.
4.4 De kandidaat kan een presentatievorm kiezen die past bij het doel, het publiek en de situatie.
4.5 De kandidaat kan relevante informatie selecteren en hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden.
4.6 De kandidaat kan een presentatie logisch opbouwen met een duidelijke opening, kern en afsluiting.
4.7 De kandidaat kan de beschikbare presentatietijd verdelen en een passende planning voor de presentatie maken.
De voorbereiding sluit aan op de bestaande inhoud van het lesmateriaal, waarin opdracht, doel, publiek en spreker in samenhang worden geanalyseerd.
5. Presentatiemiddelen professioneel inzetten
5.1 De kandidaat kan presentatiemiddelen kiezen die passen bij het doel, het publiek, de inhoud en de presentatiesituatie.
5.2 De kandidaat kan digitale presentatiemiddelen gebruiken om de boodschap te ondersteunen zonder dat het middel de presentatie overneemt.
5.3 De kandidaat kan informatie op dia’s en andere visuele middelen duidelijk, functioneel en leesbaar vormgeven.
5.4 De kandidaat kan tekst, afbeeldingen, grafieken en andere visuele informatie functioneel inzetten.
5.5 De kandidaat kan rekening houden met technische basisvoorwaarden en zich voorbereiden op technische verstoringen.
6. Professioneel presenteren
6.1 De kandidaat kan een presentatie professioneel openen en het publiek meenemen in onderwerp, doel en opbouw.
6.2 De kandidaat kan informatie duidelijk, begrijpelijk en publieksgericht overbrengen.
6.3 De kandidaat kan stemgebruik, spreektempo, volume, intonatie en stiltes bewust inzetten.
6.4 De kandidaat kan houding, oogcontact, mimiek en gebaren functioneel inzetten tijdens een presentatie.
6.5 De kandidaat kan de aandacht van het publiek trekken en vasthouden.
6.6 De kandidaat kan tijdens de presentatie de tijd, structuur en voortgang bewaken.
6.7 De kandidaat kan signalen van het publiek herkennen en de presentatie waar nodig aanpassen.
6.8 De kandidaat kan de kernboodschap samenvatten en een presentatie doelgericht afsluiten.
7. Interactie, vragen en weerstand
7.1 De kandidaat kan het publiek op een passende manier bij de presentatie betrekken.
7.2 De kandidaat kan vragen actief beluisteren, zo nodig verduidelijken en professioneel beantwoorden.
7.3 De kandidaat kan omgaan met kritische vragen, afwijkende meningen en weerstand zonder de regie over de presentatie te verliezen.
7.4 De kandidaat kan professioneel reageren wanneer een antwoord niet direct beschikbaar is.
7.5 De kandidaat kan bepalen wanneer discussie of interactie bijdraagt aan het presentatiedoel en wanneer deze moet worden begrensd.
8. Schriftelijke en visuele ondersteuning
8.1 De kandidaat kan ondersteunende schriftelijke informatie bij een vergadering of presentatie duidelijk en doelgericht formuleren.
8.2 De kandidaat kan informatie logisch structureren met passende koppen, alinea’s, opsommingen en visuele elementen.
8.3 De kandidaat kan correct, professioneel en doelgroepgericht schriftelijk taalgebruik toepassen.
8.4 De kandidaat kan een hand-out, samenvatting, vergaderstuk of andere ondersteunende informatie functioneel vormgeven.
8.5 De kandidaat kan beoordelen welke informatie schriftelijk moet worden gedeeld en welke informatie beter mondeling of visueel kan worden toegelicht.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
5% | 15–20% | 50–55% | 20–25% |
Onderbouwing: Het examen draait vooral om toepassen van vergader- en presentatievaardigheden. Analyse is nodig bij voorbereiding, doelgroep, interactie, weerstand en het kiezen van een passende aanpak.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1. Vergaderingen voorbereiden en organiseren | |||||
1.1 | De kandidaat begrijpt het doel en de functie van een vergadering en kan verschillende vergaderdoelen onderscheiden. |
| X | X |
|
1.2 | De kandidaat kan bepalen welke vergadervorm passend is bij het doel, de deelnemers, de beschikbare tijd en de situatie. |
| X | X | X |
1.3 | De kandidaat kan een vergadering voorbereiden met een duidelijke uitnodiging, agenda, agendapunten en relevante vergaderstukken. |
|
| X |
|
1.4 | De kandidaat kan beoordelen welke informatie deelnemers vooraf nodig hebben om zich goed op een vergadering voor te bereiden. |
| X | X | X |
1.5 | De kandidaat kan rekening houden met organisatorische en technische voorwaarden voor een fysieke, online of hybride vergadering. |
| X | X |
|
1.6 | De kandidaat begrijpt het doel van notulen, een besluitenlijst en een actiepuntenlijst en kan bepalen welke vorm passend is bij het overleg. |
| X | X | X |
2. Effectief deelnemen aan een vergadering | |||||
2.1 | De kandidaat kan zich inhoudelijk voorbereiden op een vergadering en een eigen bijdrage afstemmen op het doel en het agendapunt. |
| X | X |
|
2.2 | De kandidaat kan actief luisteren, vragen stellen, samenvatten en gericht reageren op bijdragen van andere deelnemers. |
|
| X |
|
2.3 | De kandidaat kan een eigen mening, voorstel of argument duidelijk en professioneel naar voren brengen. |
|
| X |
|
2.4 | De kandidaat kan onderscheid maken tussen feiten, meningen, argumenten, voorstellen en besluiten. |
| X | X |
|
2.5 | De kandidaat kan constructief omgaan met verschillende meningen, weerstand en tegengestelde belangen. |
| X | X | X |
2.6 | De kandidaat kan bijdragen aan een besluit en controleren of afspraken, acties, verantwoordelijkheden en termijnen duidelijk zijn. |
|
| X | X |
2.7 | De kandidaat kan professioneel deelnemen aan fysieke, online en hybride vergaderingen. |
|
| X |
|
3. Een vergadering voorzitten en begeleiden | |||||
3.1 | De kandidaat begrijpt de rol, verantwoordelijkheden en positie van de voorzitter. |
| X | X |
|
3.2 | De kandidaat kan een vergadering doelgericht openen, het doel en de agenda verduidelijken en afspraken over de werkwijze benoemen. |
|
| X |
|
3.3 | De kandidaat kan de bespreking structureren, deelnemers ruimte geven en tegelijkertijd de voortgang en beschikbare tijd bewaken. |
|
| X | X |
3.4 | De kandidaat kan deelnemers activeren en omgaan met deelnemers die veel, weinig of buiten het onderwerp bijdragen. |
|
| X | X |
3.5 | De kandidaat kan omgaan met meningsverschillen, weerstand en verstoringen zonder de professionele samenwerking uit het oog te verliezen. |
|
| X | X |
3.6 | De kandidaat kan conclusies, besluiten, actiepunten, verantwoordelijken en termijnen duidelijk formuleren. |
|
| X | X |
3.7 | De kandidaat kan een vergadering professioneel samenvatten en afsluiten. |
|
| X |
|
4. Een presentatie voorbereiden | |||||
4.1 | De kandidaat kan de aanleiding, opdracht, het doel, het onderwerp, de omstandigheden en relevante randvoorwaarden van een presentatie analyseren. |
| X | X | X |
4.2 | De kandidaat kan het publiek analyseren en rekening houden met voorkennis, verwachtingen, belangen en informatiebehoefte. |
| X | X | X |
4.3 | De kandidaat kan een duidelijke kernboodschap en een passend presentatiedoel formuleren. |
| X | X |
|
4.4 | De kandidaat kan een presentatievorm kiezen die past bij het doel, het publiek en de situatie. |
| X | X | X |
4.5 | De kandidaat kan relevante informatie selecteren en hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden. |
| X | X | X |
4.6 | De kandidaat kan een presentatie logisch opbouwen met een duidelijke opening, kern en afsluiting. |
|
| X |
|
4.7 | De kandidaat kan de beschikbare presentatietijd verdelen en een passende planning voor de presentatie maken. |
|
| X |
|
5. Presentatiemiddelen professioneel inzetten | |||||
5.1 | De kandidaat kan presentatiemiddelen kiezen die passen bij het doel, het publiek, de inhoud en de presentatiesituatie. |
| X | X | X |
5.2 | De kandidaat kan digitale presentatiemiddelen gebruiken om de boodschap te ondersteunen zonder dat het middel de presentatie overneemt. |
|
| X |
|
5.3 | De kandidaat kan informatie op dia’s en andere visuele middelen duidelijk, functioneel en leesbaar vormgeven. |
|
| X |
|
5.4 | De kandidaat kan tekst, afbeeldingen, grafieken en andere visuele informatie functioneel inzetten. |
| X | X |
|
5.5 | De kandidaat kan rekening houden met technische basisvoorwaarden en zich voorbereiden op technische verstoringen. |
| X | X | X |
6. Professioneel presenteren | |||||
6.1 | De kandidaat kan een presentatie professioneel openen en het publiek meenemen in onderwerp, doel en opbouw. |
|
| X |
|
6.2 | De kandidaat kan informatie duidelijk, begrijpelijk en publieksgericht overbrengen. |
|
| X |
|
6.3 | De kandidaat kan stemgebruik, spreektempo, volume, intonatie en stiltes bewust inzetten. |
|
| X |
|
6.4 | De kandidaat kan houding, oogcontact, mimiek en gebaren functioneel inzetten tijdens een presentatie. |
|
| X |
|
6.5 | De kandidaat kan de aandacht van het publiek trekken en vasthouden. |
|
| X |
|
6.6 | De kandidaat kan tijdens de presentatie de tijd, structuur en voortgang bewaken. |
|
| X | X |
6.7 | De kandidaat kan signalen van het publiek herkennen en de presentatie waar nodig aanpassen. |
| X | X | X |
6.8 | De kandidaat kan de kernboodschap samenvatten en een presentatie doelgericht afsluiten. |
|
| X |
|
7. Interactie, vragen en weerstand | |||||
7.1 | De kandidaat kan het publiek op een passende manier bij de presentatie betrekken. |
|
| X |
|
7.2 | De kandidaat kan vragen actief beluisteren, zo nodig verduidelijken en professioneel beantwoorden. |
|
| X | X |
7.3 | De kandidaat kan omgaan met kritische vragen, afwijkende meningen en weerstand zonder de regie over de presentatie te verliezen. |
|
| X | X |
7.4 | De kandidaat kan professioneel reageren wanneer een antwoord niet direct beschikbaar is. |
|
| X | X |
7.5 | De kandidaat kan bepalen wanneer discussie of interactie bijdraagt aan het presentatiedoel en wanneer deze moet worden begrensd. |
| X | X | X |
8. Schriftelijke en visuele ondersteuning | |||||
8.1 | De kandidaat kan ondersteunende schriftelijke informatie bij een vergadering of presentatie duidelijk en doelgericht formuleren. |
|
| X |
|
8.2 | De kandidaat kan informatie logisch structureren met passende koppen, alinea’s, opsommingen en visuele elementen. |
|
| X |
|
8.3 | De kandidaat kan correct, professioneel en doelgroepgericht schriftelijk taalgebruik toepassen. |
|
| X |
|
8.4 | De kandidaat kan een hand-out, samenvatting, vergaderstuk of andere ondersteunende informatie functioneel vormgeven. |
|
| X |
|
8.5 | De kandidaat kan beoordelen welke informatie schriftelijk moet worden gedeeld en welke informatie beter mondeling of visueel kan worden toegelicht. |
| X | X | X |
Hoe ziet het examen Vergader- en presentatietechniek eruit?
Het examen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling onderdeel. Daarmee wordt niet alleen beoordeeld of je begrijpt hoe professioneel vergaderen en presenteren werkt, maar vooral of je deze kennis en vaardigheden in praktijksituaties kunt toepassen.
Het bestaande proefexamen kent eveneens een schriftelijk en mondeling gedeelte. In de oude examenopzet telden beide onderdelen voor 50% mee. Voor de vernieuwde examenopzet wordt de definitieve tijds- en puntenverdeling vastgesteld op basis van de geactualiseerde eind- en toetstermen.
Schriftelijk examen
Tijdens het schriftelijke examen werk je met herkenbare situaties rondom vergaderen en presenteren. Je kunt bijvoorbeeld worden gevraagd een vergadersituatie te beoordelen, een passende agenda of vergaderaanpak te kiezen, een presentatie voor te bereiden, een doelgroep te analyseren of te beoordelen hoe iemand professioneel kan reageren op een situatie.
De vragen zijn vooral gericht op begrip, toepassing en analyse. Het uitsluitend uit het hoofd leren van begrippen is daarom niet voldoende.
Mondeling examen
Tijdens het mondelinge examen verzorg je een presentatie op basis van een opdracht. Je laat zien dat je een presentatie kunt voorbereiden, structureren en professioneel uitvoeren.
Bij de beoordeling wordt onder andere gelet op:
- inhoud en doelgerichtheid;
- structuur en opbouw;
- afstemming op het publiek;
- stemgebruik, spreektempo en verstaanbaarheid;
- houding, oogcontact en non-verbaal gedrag;
- gebruik van presentatiemiddelen;
- interactie met het publiek;
- omgaan met vragen en weerstand;
- tijdsbewaking en presentatieregie;
- professionele afsluiting.
Beoordeling en opname van het mondelinge examen
Het mondelinge examen wordt opgenomen. De opname wordt gebruikt voor de beoordeling en kwaliteitsborging van het examen. De beoordelaar beoordeelt de presentatie aan de hand van een vooraf vastgestelde beoordelingsrubric.
Bij het proefexamen is deze beoordelingsrubric voor het mondelinge examen bijgevoegd. Zo kun je vooraf zien op welke onderdelen en beoordelingsniveaus jouw presentatie wordt beoordeeld. De rubric werkt met vier beoordelingsniveaus: Onvoldoende, Basis, Goed en Zeer goed.
Ieder examen is uniek
Ieder LSSO-examen toetst dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen en hetzelfde niveau. De praktijksituaties, organisaties, onderwerpen, gegevens en presentatieopdrachten kunnen per examenvariant verschillen.
Het is daarom belangrijk dat je begrijpt hoe je de geleerde technieken toepast. Het uit het hoofd leren van een proefexamen is niet voldoende.
Hulpmiddelen
Tijdens het examen mag je alleen gebruikmaken van hulpmiddelen die vooraf door LSSO voor het betreffende examen zijn toegestaan. Eigen aantekeningen, boeken, een mobiele telefoon en andere niet-toegestane hulpmiddelen mogen niet worden gebruikt.
Internet en generatieve AI mogen tijdens het examen niet worden gebruikt, tenzij LSSO dit voor een specifiek examenonderdeel uitdrukkelijk anders heeft aangegeven.
Afname en toezicht
Het examen wordt afgenomen op een LSSO-examenlocatie of bij een LSSO Education Partner. Je moet je bij het examen kunnen identificeren met een geldig origineel identiteitsbewijs.
Het examen wordt afgenomen en beoordeeld volgens de geldende procedures van LSSO. De mondelinge beoordeling vindt plaats aan de hand van vooraf vastgestelde beoordelingscriteria.
Uitslag, herkansing, inzage en bezwaar
De uitslag wordt vastgesteld volgens de geldende normering van LSSO. Je ontvangt de uitslag binnen de termijn die in het LSSO Examenreglement is opgenomen.
Wanneer je het examen niet behaalt, kun je opnieuw examen doen volgens de geldende examenvoorwaarden. Wanneer voor hetzelfde examen meerdere resultaten zijn behaald, geldt het hoogste resultaat.
Inzage in de beoordeling en het indienen van bezwaar zijn mogelijk volgens de bepalingen in het LSSO Examenreglement. Examenopgaven, beoordelingsdocumenten en overige examenmaterialen blijven eigendom van LSSO en zijn vertrouwelijk.
Certificaat en vrijstelling
Bij een voldoende resultaat voor het volledige examen ontvang je het LSSO-certificaat Vergader- en presentatietechniek. Afhankelijk van jouw leerroute kan dit certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomaroute.
Voor het examen Vergader- en presentatietechniek is geen vrijstelling mogelijk.
De kosten voor het volledige examen Vergader- en presentatietechniek bedragen € 150,-. Het examen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte.
Moet je één van de twee examenonderdelen herkansen? Dan hoef je niet het volledige examen opnieuw af te leggen. Voor een herkansing van het schriftelijke gedeelte betaal je € 95,-. Voor een herkansing van het mondelinge gedeelte betaal je € 125,-.
In de examenprijs zijn de afname, beoordeling en verwerking van het examenresultaat inbegrepen. Bij het mondelinge examen zijn ook de opname en beoordeling aan de hand van de vastgestelde rubric onderdeel van de examenprocedure.
Bij een voldoende eindresultaat ontvang je een digitaal LSSO-certificaat Vergader- en presentatietechniek. Wil je het certificaat daarnaast fysiek per post ontvangen? Dan betaal je € 10,- voor het verzenden van het certificaat.
* De genoemde examenprijzen gelden voor kandidaten die het examen afleggen via een LSSO Education Partner. Is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven; deze liggen in veel gevallen minimaal € 25,- hoger.
Voor de voorbereiding op het examen Vergader- en presentatietechniek kun je gebruikmaken van het lesmateriaal van LSSO. Het lesmateriaal behandelt de belangrijkste vaardigheden die je nodig hebt om professioneel deel te nemen aan vergaderingen, een vergadering te begeleiden en een presentatie voor te bereiden en uit te voeren.
Je leert hoe je een vergadering voorbereidt, welke rol deelnemers en voorzitter hebben en hoe je ervoor zorgt dat een overleg doelgericht verloopt. Daarbij is aandacht voor onder andere agenda’s, vergaderstukken, besluitvorming, actiepunten en professioneel vergadergedrag. Ook fysieke, online en hybride vergadersituaties zijn relevant voor de huidige beroepspraktijk.
Bij presenteren leer je eerst goed na te denken over het doel, het publiek en de kernboodschap. Vervolgens werk je aan de structuur en uitvoering van jouw presentatie. Je oefent met stemgebruik, houding, oogcontact, presentatiemiddelen, interactie met het publiek en het beantwoorden van vragen en omgaan met weerstand. Het bestaande lesmateriaal behandelt al uitgebreid de voorbereiding, uitvoering, het stemgebruik, non-verbaal gedrag en omgaan met weerstand.
De beroepspraktijk rond vergaderen en presenteren verandert. Daarom is het belangrijk dat tijdens de opleiding ook aandacht wordt besteed aan actuele digitale presentatiemiddelen, online en hybride vergaderen, digitale vergaderetiquette, toegankelijk presenteren en het professioneel inzetten van digitale hulpmiddelen. Verantwoord gebruik van AI kan tijdens de opleiding worden besproken. Je blijft daarbij altijd zelf verantwoordelijk voor de inhoud, betrouwbaarheid en professionele uitvoering van jouw werk.
Het officiële LSSO-lesmateriaal vormt de primaire voorbereiding op het examen. Ander lesmateriaal kan worden gebruikt, mits daarmee alle vastgestelde eind- en toetstermen worden behandeld.
Het LSSO-lesboek inclusief online leeromgeving kost € 100,- exclusief verzendkosten. De online leeromgeving is ook afzonderlijk beschikbaar voor € 60,-. De toegangscode voor de online leeromgeving is drie maanden geldig vanaf het moment van activeren. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Referentieniveau: mbo 4
Het examen Vergader- en presentatietechniek sluit inhoudelijk aan bij werkzaamheden op mbo-niveau 4. Op dit niveau wordt van je verwacht dat je niet alleen volgens instructies kunt werken, maar ook zelfstandig keuzes kunt maken en jouw communicatie kunt aanpassen aan verschillende beroepssituaties.
Bij vergaderen betekent dit bijvoorbeeld dat je actief deelneemt aan een overleg, jouw standpunt kunt onderbouwen, verschillende belangen kunt herkennen en kunt bijdragen aan afspraken en besluitvorming. Je begrijpt daarnaast welke verantwoordelijkheid een voorzitter heeft en hoe een vergadering doelgericht kan worden begeleid.
Bij presenteren betekent dit dat je zelfstandig een presentatie kunt voorbereiden en uitvoeren. Je analyseert het doel en het publiek, selecteert relevante informatie, kiest een passende structuur en presenteert de boodschap op een professionele manier. Ook moet je kunnen reageren op vragen, kritische opmerkingen en weerstand.
Het examen vraagt daarom meer dan het reproduceren van begrippen. De nadruk ligt op begrijpen, toepassen en analyseren in herkenbare beroepssituaties. Ook het mondelinge examen draagt hier nadrukkelijk aan bij.
Het LSSO-certificaat Vergader- en presentatietechniek is een branchegericht certificaat. Een aanduiding als mbo-niveau 4 beschrijft het niveau waarop de kennis en vaardigheden worden getoetst. Het certificaat is daarmee niet hetzelfde als een wettelijk erkend mbo-diploma van een onderwijsinstelling.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


