Module
Word basis (incl. Outlook agendabeheer)

Het examen Word Basis toetst of een kandidaat zelfstandig kan werken met de belangrijkste functies van Microsoft Word. De kandidaat laat zien documenten te kunnen maken, bewerken, structureren, controleren en vormgeven volgens gangbare richtlijnen.
Tijdens het examen wordt onder andere gewerkt met tekstopmaak, alineaopmaak, afbeeldingen, pagina-indeling en documentstructuur. De kandidaat past functies niet alleen afzonderlijk toe, maar gebruikt deze binnen praktische opdrachten zoals die ook in een administratieve of ondersteunende werkomgeving kunnen voorkomen.
Binnen Word Basis wordt daarnaast Outlook en agendabeheer getoetst. Daarbij gaat het onder andere om contactpersonen, afspraken, meerdere agenda’s, vergaderverzoeken, taken en notities. Word en Outlook worden daarmee binnen één examenprogramma benaderd als digitale vaardigheden die in de beroepspraktijk vaak naast elkaar worden gebruikt.
Het examen is voornamelijk praktijkgericht. Voor het onderdeel Word werkt de kandidaat op de computer met aangeleverde bestanden. Het onderdeel Outlook en agendabeheer wordt binnen de huidige examenopzet theoretisch getoetst. Daarbij moet de kandidaat laten zien dat hij of zij begrijpt hoe de betreffende functies in een praktijksituatie worden gebruikt.
Word Basis wordt afgenomen op referentieniveau mbo 3. Het examen past bij opleidingen waarin kandidaten zelfstandig veelvoorkomende digitale werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren in bekende beroepssituaties.
Bij een voldoende resultaat ontvangt de kandidaat het LSSO-certificaat Word Basis. Afhankelijk van de gevolgde leerroute kan dit certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomering.
Word Basis of Word Gevorderd?
Word Basis sluit aan bij referentieniveau mbo 3. Word Gevorderd is bedoeld voor leertrajecten op referentieniveau mbo 4 en vraagt meer zelfstandigheid en complexiteit.
Het ambitieniveau van de opleiding is daarbij belangrijk. Wordt binnen een opleiding toegewerkt naar mbo 4-referentieniveau, dan is het verstandig om te beoordelen of Word Gevorderd beter bij die leerroute past.
Word basis & Outlook: toets- en eindtermen
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
Het examen bestaat uit twee inhoudelijke onderdelen:
- Word Basis;
- Outlook en agendabeheer.
De onderstaande eind- en toetstermen geven aan welke kennis en vaardigheden een kandidaat tijdens het examen moet kunnen aantonen.
Outlook & Agendabeheer
1.1 Contactpersonen beheren
De kandidaat kan contactpersonen aanmaken, toevoegen, bewerken, bekijken en beheren. De kandidaat kan werken met het adresboek en digitale visitekaartjes en kan contactgegevens op een passende manier weergeven en afdrukken.
1.2 Werken met de Outlook-agenda
De kandidaat kan afspraken en gebeurtenissen aanmaken, wijzigen, verplaatsen, kopiëren en beheren. De kandidaat kan werken met herhalende afspraken en gebeurtenissen en kan de datumkiezer, verschillende agendaweergaven en navigatiefuncties gebruiken. De kandidaat kan agenda-instellingen aanpassen, afspraken delen en agenda-informatie op een passende manier weergeven en afdrukken.
1.3 Meerdere agenda’s gebruiken en delen
De kandidaat kan meerdere agenda’s naast elkaar gebruiken en beheren. De kandidaat kan agenda-informatie delen en kan agenda’s importeren en exporteren wanneer dit binnen een werksituatie nodig is.
1.4 Vergaderingen plannen en beheren
De kandidaat kan een vergadering of vergadercyclus plannen en beheren. De kandidaat kan deelnemers uitnodigen, vergadermomenten voorstellen, reageren op vergaderverzoeken, reacties van deelnemers bijhouden en wijzigingen of bevestigingen correct verwerken.
1.5 Taken en notities beheren
De kandidaat kan taken aanmaken, wijzigen en beheren. De kandidaat kan taakdetails en de voortgang van taken bekijken en verwerken, terugkerende taken instellen en taken delegeren. De kandidaat kan daarnaast notities aanmaken, beheren en delen.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
5–10% | 10–15% | 70–75% | 10–15% |
Onderbouwing: De kern is het praktisch beheren van contactpersonen, agenda en meerdere agenda’s. Analyse is passend wanneer kandidaten moeten bepalen welke actie of planning in een situatie het meest geschikt is.
1 | Outlook Agendabeheer *) | K | B | T | A |
1.1 | De deelnemer kan omgaan met contactpersonen. *) | X |
|
|
|
1.2 | De deelnemer kan werken met de Outlook Agenda. *) | X |
|
|
|
1.3 | De deelnemer kan meerdere agenda’s tegelijk gebruiken. *) | X |
|
|
|
1.4 | De deelnemer kan een vergadercyclus beheren. *) | X |
|
|
|
1.5 | De deelnemer kan taken en notities bijhouden. *) | X |
|
|
|
Toelichting
toetsterm | *) toelichting |
1 | Outlook Agendabeheer wordt in de lessen praktisch geoefend; het examen is theoretisch (kennistoets), zonder gebruik van computer of laptop. |
1.1 | Contactpersonen: aanmaken, toevoegen, bewerken, bekijken en beheren; adresboek; digitaal visitekaartje; afdrukken. |
1.2 | Agenda: afspraken maken, wijzigen, verzetten en kopiëren; datumkiezer; agendaweergaven en navigatie; herhalende afspraken en gebeurtenissen; afspraak per e-mail versturen; meerdere agenda’s; instellingen aanpassen; agenda afdrukken. |
1.3 | Agenda delen: importeren en exporteren; delen via e-mail; gebruik van internetagenda’s zoals Outlook.com accounts. |
1.4 | Vergadercyclus: vergaderingen plannen en voorstellen; reageren op vergaderverzoeken; reacties bijhouden; vergadering bevestigen. |
1.5 | Taken en notities: taakvenster; taken maken en wijzigen; taakdetails bekijken; statusrapport; terugkerende taken; taken delegeren; notities maken en doorsturen. |
Word Basis
1.1 Werken met Word en documenten
De kandidaat kan documenten maken, openen, opslaan, opnieuw opslaan en sluiten. De kandidaat kan werken met het lint, de werkbalk Snelle toegang, verschillende documentweergaven, de statusbalk, recente bestanden, de liniaal, het navigatievenster en de zoekfunctie.
1.2 Tekst bewerken en opmaken
De kandidaat kan tekst invoeren, selecteren, verwijderen, kopiëren, plakken en verplaatsen. De kandidaat kan handelingen ongedaan maken en opnieuw uitvoeren en kan tekst opmaken met onder andere lettertype, lettergrootte, vet, cursief, onderstrepen, doorhalen, hoofdletters en kleine letters, markeerkleuren, teksteffecten, subscript en superscript. De kandidaat kan tekst tussen documenten uitwisselen en bestaande tekst op een passende manier bewerken.
1.3 Alinea’s vormgeven
De kandidaat kan alinea’s maken, samenvoegen en vormgeven. De kandidaat kan tekst uitlijnen, regelafstand en witruimte instellen, tekst laten inspringen en regeleinden toepassen. De kandidaat kan opsommingen en nummeringen gebruiken en kan randen, arcering, stijlen en thema’s toepassen.
1.4 Tekst controleren en documenten afdrukken
De kandidaat kan een document controleren en corrigeren op onder andere hoofdlettergebruik, leestekens, spelling en grammatica. De kandidaat kan alineamarkeringen gebruiken, tekst zoeken en vervangen, de Editor, synoniemenfunctie en woordtelling toepassen. De kandidaat kan het afdrukvoorbeeld controleren, afdrukinstellingen aanpassen en een volledig document of een geselecteerd gedeelte op papier of digitaal uitvoeren.
1.5 Afbeeldingen gebruiken in documenten
De kandidaat kan afbeeldingen invoegen, schalen, verplaatsen en bijsnijden. De kandidaat kan de tekstomloop rondom een afbeelding instellen, een passende afbeeldingsstijl toepassen en een bijschrift aan een afbeelding toevoegen.
1.6 Documenten vormgeven en structureren
De kandidaat kan de pagina- en documentopmaak aanpassen. De kandidaat kan marges instellen, pagina-einden toepassen, paginanummering toevoegen en kop- en voetteksten gebruiken. De kandidaat kan een voorblad toevoegen en tekst in kolommen plaatsen.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
5–10% | 10–15% | 75–80% | 5–10% |
Onderbouwing: Word Basis toetst hoofdzakelijk praktische computervaardigheid. Kandidaten moeten functies correct toepassen in aangeleverde documenten; kennis en analyse zijn ondersteunend.
K = kennisvragen; B = begripsvragen; T = toepassingsvragen; A = analysevragen
1 | Praktisch Office Word Basis *) | K | B | T | A |
1.1 | De deelnemer begrijpt de theorie en kan deze toepassen in praktische opdrachten. |
|
|
| X |
1.2 | De deelnemer kan teksten opmaken. *) |
|
| X |
|
1.3 | De deelnemer kan alinea’s vormgeven. *) |
|
| X |
|
1.4 | De deelnemer kan teksten controleren en afdrukken. *) |
|
| X |
|
1.5 | De deelnemer kan afbeeldingen gebruiken in documenten. *) |
|
| X |
|
1.6 | De deelnemer kan documenten vormgeven en structureren. *) |
|
| X |
|
Toelichting
toetsterm | *) toelichting |
1 | Met ‘teksten’ wordt bedoeld: zowel digitaal ontvangen als zelf ingevoerde teksten. |
1 | Praktisch Office Word Basis omvat de volgende onderdelen: |
1.1 | Het lint; werkbalk snelle toegang; nieuwe bestanden maken en openen; opslaan en sluiten; verschillende weergaven gebruiken; statusbalk; recente bestanden openen; liniaal en navigatie gebruiken; zoekfunctie. |
1.2 | Tekst selecteren/verwijderen; ongedaan maken en opnieuw; opslaan als; vet, cursief, onderstreept; lettertype en -grootte; teksteffecten; hoofdletters/kleine letters; kopiëren en plakken; doorhalen; markeerkleuren; subscript/superscript; accenten; tekst verplaatsen; documenten combineren; tekst uitwisselen met andere bestanden. |
1.3 | Alinea’s maken en samenvoegen; tekst uitlijnen; regelafstand en witruimte; inspringen; opsomming en nummering; regeleinde; randen en arcering; stijlen en thema’s toepassen. |
1.4 | Controle: hoofdlettergebruik; leestekens; alineamarkeringen; tekst verwijderen en corrigeren; spellings- en grammaticacontrole; suggesties via Editor; synoniemenlijst; woorden vervangen; woorden tellen; afdrukvoorbeeld; afdrukinstellingen; tekstgedeelten selectief afdrukken; printen op papier en digitaal. |
1.5 | Afbeeldingen invoegen; schalen en verplaatsen; tekst rondom afbeelding instellen; stijlen toepassen; bijsnijden; opschrift toevoegen. |
1.6 | Pagina-opmaak: marges aanpassen; paginanummering; paginabreaks; kop- en voetteksten; inhoudsopgave; index; voorblad; tekst in kolommen; initialen toevoegen. |
Hoe ziet het examen Word Basis eruit?
Het examen Word Basis toetst praktische digitale vaardigheden in Microsoft Word en kennis van Outlook en agendabeheer.
Het examen is zo ingericht dat kandidaten laten zien dat zij functies niet alleen herkennen, maar deze ook op de juiste manier kunnen gebruiken binnen situaties die passen bij administratieve en ondersteunende werkzaamheden.
Duur en opbouw van het examen
De totale examentijd bedraagt 90 minuten.
Het examen bestaat uit:
- praktische opdrachten in Microsoft Word;
- vragen over Outlook en agendabeheer.
Voor het praktische Word-deel krijgt de kandidaat bestanden aangeleverd waarin de opdrachten worden uitgevoerd.
De precieze verdeling van vragen en opdrachten kan per examenvariant verschillen. Iedere reguliere examenvariant wordt opgebouwd vanuit dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen en hetzelfde referentieniveau.
Wat kun je verwachten?
Tijdens het Word-deel kunnen kandidaten bijvoorbeeld worden gevraagd om:
- tekst te bewerken en op te maken;
- alinea’s correct vorm te geven;
- een document logisch te structureren;
- afbeeldingen toe te voegen en correct te plaatsen;
- pagina-instellingen aan te passen;
- kop- en voetteksten of paginanummers te gebruiken;
- documenten te controleren;
- een document geschikt te maken voor verdere verwerking of uitvoer.
Bij Outlook en agendabeheer kunnen praktijksituaties worden voorgelegd waarin een kandidaat moet bepalen hoe bijvoorbeeld een afspraak, vergadering, contactpersoon, agenda, taak of notitie correct wordt beheerd.
Beoordeling en eindcijfer
De kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van vooraf vastgestelde beoordelingscriteria.
Bij de praktische opdrachten wordt onder andere gekeken of:
- de gevraagde functie correct is toegepast;
- het document voldoet aan de opdracht;
- instellingen en opmaak correct zijn uitgevoerd;
- het resultaat op de gevraagde manier is verwerkt.
Het resultaat wordt vastgesteld volgens de voor het examen geldende normering.
Ieder examen is uniek
Iedere examenvariant wordt samengesteld vanuit dezelfde eind- en toetstermen en hetzelfde referentieniveau.
Bestanden, namen, teksten, afbeeldingen, gegevens en praktijksituaties kunnen per examen verschillen.
Het doel van het oefenmateriaal is daarom niet om een examen uit het hoofd te leren, maar om te leren hoe functies correct worden toegepast.
Hulpmiddelen
Tijdens het examen mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van de hulpmiddelen die voor het examen zijn toegestaan.
Voor het praktische Word-deel mag de ingebouwde Help-functie van Microsoft Word worden gebruikt. Deze is bedoeld als ondersteuning bij het werken met het programma en niet als standaard hulpmiddel om examenvragen te beantwoorden.
Internet, AI-toepassingen, eigen aantekeningen, lesboeken en andere niet-toegestane hulpmiddelen zijn tijdens het examen niet toegestaan.
De definitieve toegestane hulpmiddelen worden vermeld in de examenoproep of exameninstructie.
Afname en toezicht
Het examen kan worden afgenomen bij LSSO of, wanneer de opleider LSSO Education Partner is, mogelijk op de eigen leslocatie.
Tijdens het examen vindt toezicht plaats. Kandidaten moeten zich kunnen identificeren volgens de geldende examenvoorwaarden.
Uitslag en herkansing
De uitslag wordt vastgesteld volgens het geldende examenreglement van LSSO.
Wanneer het examen onvoldoende is, kan opnieuw examen worden gedaan. Wanneer een kandidaat meerdere resultaten voor hetzelfde examen heeft behaald, telt het hoogste resultaat.
De uitslag wordt uiterlijk binnen de in het examenreglement vastgestelde termijn bekendgemaakt.
Inzage en bezwaar
Een kandidaat kan volgens het geldende examenreglement inzage aanvragen in de beoordeling.
Tijdens een inzage kan worden bekeken hoe het examen is beoordeeld en welke beoordelingscriteria en normering zijn toegepast. Examenopgaven en examenmaterialen blijven eigendom van LSSO en worden niet meegegeven.
Wanneer een kandidaat het niet eens is met de beoordeling of procedure, kan volgens het examenreglement schriftelijk bezwaar worden ingediend.
Certificaat en vrijstelling
Bij een voldoende resultaat ontvangt de kandidaat het LSSO-certificaat Word Basis.
Voor Word Basis kan onder voorwaarden een vrijstelling worden verkregen wanneer een kandidaat via de daarvoor geldende procedure aantoont dat de vereiste vaardigheden worden beheerst.
Een vrijstelling binnen een LSSO-leerroute betekent niet automatisch dat dezelfde vrijstelling ook binnen een andere opleiding of diplomaroute geldt.
De kosten voor het examen Word Basis bedragen € 110,-*. Dit bedrag is vrijgesteld van btw. In het examentarief zijn de examenafname, de beoordeling en de digitale afgifte van het certificaat bij een voldoende resultaat inbegrepen.
Wil je het certificaat daarnaast fysiek per post ontvangen? Dan betaal je € 10,- voor het verzenden van het certificaat.
* De genoemde examenprijs geldt voor kandidaten die het examen afleggen via een LSSO Education Partner. Is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven; deze liggen in veel gevallen minimaal € 25,- hoger.
Je kunt het examen plannen op een examenlocatie van LSSO. Wanneer jouw opleider LSSO Education Partner is, kan het examen mogelijk ook op jouw eigen leslocatie worden afgenomen. Informeer hiervoor bij jouw opleider.
Een goede voorbereiding op het examen Word Basis bestaat uit het leren kennen van de verschillende functies én het regelmatig oefenen met praktische opdrachten. Het lesmateriaal voor Word Basis inclusief Outlook ondersteunt kandidaten bij het ontwikkelen van de digitale vaardigheden die binnen de eind- en toetstermen van het examen worden gevraagd.
In het lesmateriaal wordt onder andere aandacht besteed aan het werken met documenten, tekstopmaak, alineaopmaak, het controleren van teksten, afbeeldingen, pagina- en documentopmaak en andere veelgebruikte functies binnen Microsoft Word. Daarnaast komen Outlook en agendabeheer aan bod, waaronder het werken met contactpersonen, afspraken, meerdere agenda’s, vergaderingen, taken en notities.
Word Basis is voor een belangrijk deel een praktijkgericht examen. Het is daarom belangrijk om niet alleen te weten waar een functie staat, maar vooral om deze zelfstandig en correct te kunnen toepassen. Kandidaten doen er goed aan met verschillende documenten en opdrachten te oefenen. Outlook en agendabeheer worden tijdens de voorbereiding eveneens praktisch geoefend, zodat kandidaten begrijpen hoe deze functies binnen een werksituatie worden gebruikt.
Microsoft Word, Outlook en Microsoft 365 blijven zich ontwikkelen. Functies, menu’s en werkwijzen kunnen hierdoor veranderen. Het lesmateriaal wordt daarom afgestemd op de actuele eind- en toetstermen en ondersteunt kandidaten bij het ontwikkelen van vaardigheden die ook in de beroepspraktijk toepasbaar zijn.
Het door LSSO geadviseerde lesmateriaal is niet verplicht, tenzij hierover binnen een specifieke opleiding andere afspraken zijn gemaakt. Een opleider kan ook ander lesmateriaal gebruiken, mits daarmee alle vastgestelde eind- en toetstermen voldoende worden behandeld en geoefend.
Het lespakket Word Basis inclusief Outlook bestaat uit het lesboek Word Basis/Outlook en toegang tot de bijbehorende online leeromgeving. De kosten bedragen € 95,- inclusief 9% btw en exclusief verzendkosten.
Het examen Word Basis wordt afgenomen op referentieniveau mbo 3.
Dit betekent dat kandidaten zelfstandig veelvoorkomende digitale werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren binnen herkenbare en grotendeels bekende situaties.
Bij Word Basis gaat het bijvoorbeeld om het maken, bewerken, structureren en controleren van documenten en het correct toepassen van functies die regelmatig worden gebruikt binnen administratieve en ondersteunende werkzaamheden.
De kandidaat moet niet alleen weten waar een functie staat. Tijdens het praktische deel moet de functie ook correct in een document worden toegepast.
Zelfstandig werken binnen herkenbare situaties
Bij referentieniveau mbo 3 ligt de nadruk op zelfstandig uitvoeren volgens bekende werkwijzen en richtlijnen.
De kandidaat kan bijvoorbeeld:
- zelfstandig een aangeleverd document aanpassen;
- een tekst volgens instructies vormgeven;
- verschillende functies combineren om een document correct op te leveren;
- eenvoudige keuzes maken over opmaak en documentstructuur;
- een fout of onjuiste instelling herkennen en herstellen;
- bepalen welke Outlook-functie bij een veelvoorkomende werksituatie past.
Het ambitieniveau van de opleiding is belangrijk
Niet iedere opleiding heeft hetzelfde eindniveau.
Word Basis past bij leertrajecten waarin digitale vaardigheden op referentieniveau mbo 3 moeten worden aangetoond.
Wanneer een opleiding is ingericht op referentieniveau mbo 4, is het verstandig om te beoordelen of Word Gevorderd beter past bij het ambitieniveau van de opleiding.
Het uitgangspunt is dat een kandidaat zoveel mogelijk direct wordt voorbereid en geëxamineerd op het niveau dat binnen de opleiding wordt nagestreefd.
Dat zorgt voor samenhang tussen onderwijs, leeruitkomsten en examinering.
Referentieniveau is geen mbo-diploma
De aanduiding referentieniveau mbo 3 geeft aan op welk niveau LSSO de kennis, vaardigheden, zelfstandigheid en complexiteit van dit examen positioneert.
Een LSSO-certificaat op referentieniveau mbo 3 is daarmee niet hetzelfde als een wettelijk erkend mbo-diploma niveau 3.
Het certificaat toont aan dat de kandidaat het betreffende examenonderdeel op het door LSSO vastgestelde referentieniveau heeft behaald.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


