Module
Rekenvaardigheid 2F

In veel beroepen krijg je dagelijks te maken met getallen. Je controleert een bedrag, berekent een percentage, rekent een tijdsduur om of controleert of een uitkomst logisch is. Met het examen Rekenvaardigheid 2F laat je zien dat je deze basisvaardigheden zelfstandig en zorgvuldig kunt toepassen.
Tijdens het examen werk je met basisbewerkingen zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Daarnaast krijg je opdrachten over afronden, breuken, de volgorde van berekeningen, grootheden en eenheden, percentages, promillages, verhoudingen en gemiddelden.
Ook pas je rekenen toe in eenvoudige praktische en bedrijfsgerichte situaties. Denk aan btw, rente en afschrijving. De nadruk ligt daarbij op het kiezen en uitvoeren van de juiste berekening en op het controleren of jouw antwoord past bij de situatie.
Het examen is afgestemd op referentieniveau 2F. De vraagstelling is kort en duidelijk. Je hoeft geen ingewikkelde bedrijfseconomische theorie te kennen; de rekenvaardigheid staat centraal.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 2F. Hiermee toon je aan dat je de getoetste rekenvaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst. Afhankelijk van jouw leerroute kan het certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomaroute.
Rekenvaardigheid 2F: eind- en toetstermen
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1. Basisrekenen
1.1 De kandidaat kan gehele getallen en kommagetallen optellen en aftrekken.
1.2 De kandidaat kan gehele getallen en kommagetallen vermenigvuldigen en delen.
1.3 De kandidaat kan eenvoudige breuken en kommagetallen herkennen, omzetten en toepassen in een berekening.
1.4 De kandidaat kan een uitkomst passend afronden en kan door schatten of narekenen beoordelen of een uitkomst aannemelijk is.
1.5 De kandidaat begrijpt de volgorde van rekenbewerkingen en kan deze correct toepassen, inclusief haakjes, machten en wortels wanneer deze in de berekening voorkomen.
2. Grootheden en eenheden
2.1 De kandidaat kan rekenen met gangbare grootheden en eenheden voor lengte, massa, inhoud en tijd.
2.2 De kandidaat kan gangbare eenheden omrekenen en de juiste eenheid bij een uitkomst gebruiken.
3. Percentages, verhoudingen en gemiddelden
3.1 De kandidaat kan een percentage of promillage van een hoeveelheid berekenen.
3.2 De kandidaat kan berekenen welk percentage een hoeveelheid van een totaal vormt.
3.3 De kandidaat kan een bedrag of hoeveelheid berekenen na een procentuele stijging of daling.
3.4 De kandidaat kan een hoeveelheid volgens een gegeven verhouding verdelen.
3.5 De kandidaat kan een eenvoudig en gewogen gemiddelde berekenen en de uitkomst gebruiken in een praktische situatie.
4. Praktisch en bedrijfsgericht rekenen
4.1 De kandidaat kan een eenvoudige renteberekening uitvoeren voor een jaar of een deel van een jaar.
4.2 De kandidaat kan btw berekenen over een bedrag exclusief btw en kan vanuit een bedrag inclusief btw het bedrag exclusief btw en het btw-bedrag bepalen.
4.3 De kandidaat kan bij lineaire afschrijving de jaarlijkse afschrijving, de gebruiksduur of de boekwaarde berekenen op basis van gegeven informatie.
4.4 De kandidaat kan in een korte dagelijkse of bedrijfsgerichte situatie relevante gegevens selecteren, de passende berekening uitvoeren en de uitkomst controleren op aannemelijkheid.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
10–15% | 20–25% | 50–55% | 15–20% |
Onderbouwing: Het examen moet vooral functioneel rekenen in dagelijkse en eenvoudige beroepssituaties toetsen. Kennis ondersteunt de uitvoering; toepassing vormt het zwaartepunt.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1.1 | De kandidaat kan gehele getallen en kommagetallen optellen en aftrekken. |
|
| X |
|
1.2 | De kandidaat kan gehele getallen en kommagetallen vermenigvuldigen en delen. |
|
| X |
|
1.3 | De kandidaat kan eenvoudige breuken en kommagetallen herkennen, omzetten en toepassen in een berekening. |
| X | X |
|
1.4 | De kandidaat kan een uitkomst passend afronden en kan door schatten of narekenen beoordelen of een uitkomst aannemelijk is. |
| X | X | X |
1.5 | De kandidaat begrijpt de volgorde van rekenbewerkingen en kan deze correct toepassen, inclusief haakjes, machten en wortels wanneer deze in de berekening voorkomen. |
| X | X |
|
2.1 | De kandidaat kan rekenen met gangbare grootheden en eenheden voor lengte, massa, inhoud en tijd. |
| X | X |
|
2.2 | De kandidaat kan gangbare eenheden omrekenen en de juiste eenheid bij een uitkomst gebruiken. |
| X | X |
|
3.1 | De kandidaat kan een percentage of promillage van een hoeveelheid berekenen. |
| X | X |
|
3.2 | De kandidaat kan berekenen welk percentage een hoeveelheid van een totaal vormt. |
| X | X |
|
3.3 | De kandidaat kan een bedrag of hoeveelheid berekenen na een procentuele stijging of daling. |
| X | X |
|
3.4 | De kandidaat kan een hoeveelheid volgens een gegeven verhouding verdelen. |
| X | X |
|
3.5 | De kandidaat kan een eenvoudig en gewogen gemiddelde berekenen en de uitkomst gebruiken in een praktische situatie. |
| X | X |
|
4.1 | De kandidaat kan een eenvoudige renteberekening uitvoeren voor een jaar of een deel van een jaar. |
| X | X |
|
4.2 | De kandidaat kan btw berekenen over een bedrag exclusief btw en kan vanuit een bedrag inclusief btw het bedrag exclusief btw en het btw-bedrag bepalen. |
| X | X |
|
4.3 | De kandidaat kan bij lineaire afschrijving de jaarlijkse afschrijving, de gebruiksduur of de boekwaarde berekenen op basis van gegeven informatie. |
| X | X |
|
4.4 | De kandidaat kan in een korte dagelijkse of bedrijfsgerichte situatie relevante gegevens selecteren, de passende berekening uitvoeren en de uitkomst controleren op aannemelijkheid. |
| X | X | X |
Bij Rekenvaardigheid 2F wordt eerst vastgesteld of de kandidaat de noodzakelijke basisrekenvaardigheden beheerst. Daarna verschuift het accent naar het toepassen daarvan in herkenbare situaties. Als richtlijn bestaat ongeveer 40% van het examen uit basisrekenen en begrip en 60% uit toepassingsgerichte rekenopgaven. De kandidaat rekent onder andere met getallen, eenheden, percentages, verhoudingen, gemiddelden, rente, btw en afschrijving. Bij praktische vragen moet de kandidaat uit de gegeven informatie bepalen welke berekening nodig is en controleren of de uitkomst aannemelijk is.
Hoe ziet het examen Rekenvaardigheid 2F eruit?
Het examen Rekenvaardigheid 2F is een schriftelijk examen waarin je laat zien dat je basisrekenvaardigheden beheerst en deze kunt toepassen in herkenbare dagelijkse en eenvoudige bedrijfsgerichte situaties.
Het examen is afgestemd op referentieniveau 2F. Dat betekent dat je niet alleen losse sommen kunt uitrekenen, maar ook informatie uit een korte situatie kunt gebruiken om te bepalen welke berekening nodig is. De vraagstelling is duidelijk en functioneel, zodat jouw rekenvaardigheid centraal staat.
Schriftelijk examen
Het schriftelijke examen duurt 90 minuten en bestaat uit twee delen:
- een eerste deel met basisrekenopgaven dat je zonder rekenmachine maakt;
- een tweede deel met rekenopgaven en praktische situaties waarbij je een eenvoudige rekenmachine mag gebruiken.
Voor het eerste deel is ongeveer 20 minuten beschikbaar. Nadat je dit deel hebt ingeleverd, ontvang je het tweede deel en mag je gebruikmaken van een rekenmachine.
Voor het volledige examen zijn maximaal 100 punten te behalen.
Wat kun je verwachten?
Tijdens het examen kunnen alle onderdelen uit de eind- en toetstermen aan bod komen. Je krijgt opdrachten over:
- optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen;
- rekenen met gehele getallen en kommagetallen;
- eenvoudige breuken;
- afronden, schatten en controleren;
- de juiste volgorde van rekenbewerkingen;
- grootheden en eenheden, zoals lengte, massa, inhoud en tijd;
- percentages en promillages;
- verhoudingen en gemiddelden;
- rente;
- btw;
- lineaire afschrijving.
Een deel van de opdrachten bestaat uit directe berekeningen. Bij andere opdrachten krijg je een korte praktische situatie. Je bepaalt dan welke gegevens je nodig hebt en welke berekening daarbij past.
De vragen zijn niet alleen gericht op het uitvoeren van een aangeleerde rekensom. Waar dat bij de eind- en toetstermen past, moet je ook laten zien dat je een berekening begrijpt, de juiste aanpak kiest en kunt beoordelen of een uitkomst logisch is.
Praktijkgerichte rekenopgaven
Een belangrijk onderdeel van het examen is het toepassen van rekenen in herkenbare situaties. Je kunt bijvoorbeeld een opdracht krijgen waarin je een korting moet berekenen, bedragen inclusief en exclusief btw moet bepalen, een hoeveelheid moet verdelen volgens een verhouding of een eenvoudige renteberekening moet uitvoeren.
De informatie die je nodig hebt, staat in de opdracht. Je hoeft hiervoor geen uitgebreide bedrijfseconomische kennis te hebben. Het gaat erom dat je de relevante gegevens herkent, de juiste berekening uitvoert en een antwoord geeft dat past bij de vraag.
Bij een berekening kan ook worden gevraagd om je uitkomst af te ronden, de juiste eenheid te vermelden of te controleren of het antwoord aannemelijk is.
Beoordeling en eindcijfer
Voor het examen kun je maximaal 100 punten behalen. Het cijfer wordt als volgt berekend:
behaalde punten ÷ 10 = cijfer
Het berekende cijfer wordt volgens de normale afrondingsregels afgerond op een geheel cijfer. Een score van 55 punten leidt daarmee tot het cijfer 6.
Ieder examen is uniek
Ieder LSSO-examen is uniek. De verschillende examenvarianten worden samengesteld vanuit dezelfde eind- en toetstermen en toetsen hetzelfde referentieniveau. De getallen, bedragen en praktijksituaties kunnen per examen verschillen.
Je bereidt je daarom niet voor door alleen de antwoorden van een proefexamen te leren. Het examen toetst of je de rekenvaardigheden uit de eind- en toetstermen begrijpt en deze kunt toepassen bij verschillende opdrachten.
Zo kan in het ene examen bijvoorbeeld worden gevraagd om een percentage van een bedrag te berekenen en krijg je in een andere examenvariant een vergelijkbare berekening met aantallen of hoeveelheden. De benodigde rekenvaardigheid blijft hetzelfde.
Hulpmiddelen
Tijdens het examen Rekenvaardigheid 2F zijn alleen de hulpmiddelen toegestaan die bij het betreffende examendeel worden vermeld.
Bij het eerste deel mag je gebruikmaken van:
- een pen;
- door LSSO verstrekt kladpapier.
Een rekenmachine is tijdens dit deel niet toegestaan.
Nadat het eerste deel is ingeleverd, mag je bij het tweede deel daarnaast gebruikmaken van:
- een eenvoudige rekenmachine.
Eigen aantekeningen, lesboeken, mobiele telefoons, internet en andere niet vooraf toegestane hulpmiddelen mogen tijdens het examen niet worden gebruikt.
Vrijstelling
Voor Rekenvaardigheid 2F is het mogelijk om een vrijstelling aan te vragen. Wanneer je al beschikt over aantoonbare rekenvaardigheid op het vereiste niveau, kan worden beoordeeld of je in aanmerking komt voor vrijstelling.
Waar leg je het examen af?
Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van LSSO Examenbureau. Voorafgaand aan het examen wordt je identiteit gecontroleerd en tijdens de examenafname is toezicht aanwezig.
Het examen kan worden afgelegd op de examenlocatie van LSSO in Eindhoven of, wanneer dit wordt aangeboden, bij een LSSO Education Partner. Ook deze examenlocaties moeten voldoen aan de voorwaarden die LSSO stelt aan een betrouwbare en zorgvuldige examenafname.
Na het examen
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 2F. Hiermee toon je aan dat je de getoetste rekenvaardigheden op referentieniveau 2F beheerst.
Afhankelijk van de gekozen leerroute kan dit certificaat onderdeel zijn van een breder LSSO-diploma.
Voor het examen Rekenvaardigheid 2F betaal je € 100,-* (EP-tarief). Dit tarief geldt voor het volledige schriftelijke examen.
Het examen Rekenvaardigheid 2F toetst of je de vastgestelde rekenvaardigheden op referentieniveau 2F beheerst en kunt toepassen. Het examen bestaat uit een deel zonder rekenmachine en een deel waarin je een rekenmachine mag gebruiken. Naast basisberekeningen krijg je praktijkgerichte rekenopgaven waarin je laat zien dat je de juiste berekening kunt kiezen, uitvoeren en controleren.
In het examentarief zijn onder andere de examenafname, het toezicht, de beoordeling van het examen, de verwerking van het resultaat en de kwaliteitsborging van het examen opgenomen. Ook het ontwikkelen en beheren van verschillende examenvarianten maakt onderdeel uit van de kosten.
Ieder LSSO-examen is uniek en wordt samengesteld vanuit de vastgestelde eind- en toetstermen. Zo kunnen getallen, bedragen, vragen en praktijksituaties per examen verschillen, terwijl iedere kandidaat op hetzelfde niveau en volgens dezelfde beoordelingscriteria wordt geëxamineerd.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 2F.
Herkansing
Wanneer je voor het examen een onvoldoende resultaat behaalt, kun je het examen opnieuw afleggen. Bij een herkansing maak je een nieuwe examenvariant waarin dezelfde eind- en toetstermen en hetzelfde referentieniveau worden getoetst.
Voor een herkansing geldt opnieuw het geldende examentarief van € 100,-*.
Vrijstelling
Voor Rekenvaardigheid 2F is vrijstelling mogelijk. Wanneer je al beschikt over een aantoonbaar behaald resultaat op het vereiste niveau, kan worden beoordeeld of je op basis daarvan voor vrijstelling in aanmerking komt. Daarnaast kan een vrijstellingstoets worden afgelegd om aan te tonen dat je de vastgestelde eind- en toetstermen op referentieniveau 2F beheerst.
Voor de vrijstellingstoets geldt een afzonderlijk tarief.
Wil je daarnaast een fysiek certificaat ontvangen? Hiervoor betaal je € 10,- exclusief verzendkosten. Het certificaat wordt na aanvraag per post naar je verzonden.
*De vermelde examenprijs geldt voor kandidaten van onze LSSO Education Partners; is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven, die in veel gevallen minimaal € 25,- hoger liggen.
Een goede voorbereiding begint met lesmateriaal dat aansluit op wat je tijdens het examen moet kennen en kunnen. Met het LSSO-lesmateriaal Rekenvaardigheid 2F leer je stap voor stap de rekenvaardigheden die je nodig hebt om berekeningen zelfstandig en correct uit te voeren.
Je oefent onder andere met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, gehele getallen en kommagetallen, eenvoudige breuken en de juiste volgorde van rekenbewerkingen. Ook leer je uitkomsten afronden, schatten en controleren en werk je met verschillende grootheden en eenheden, zoals lengte, massa, inhoud en tijd.
Daarnaast besteedt het lesmateriaal aandacht aan percentages, promillages, verhoudingen en gemiddelden. Je leert deze rekenvaardigheden toepassen in herkenbare situaties uit het dagelijks leven en de beroepspraktijk. Ook eenvoudige bedrijfsgerichte berekeningen met btw, rente en afschrijving komen aan bod.
Met de vragen en opdrachten in het materiaal kun je controleren of je de behandelde rekenvaardigheden begrijpt en kunt toepassen. Daarbij oefen je zowel met berekeningen zonder rekenmachine als met praktijkgerichte opdrachten waarbij je een rekenmachine kunt gebruiken. Zo bereid je je gericht voor op het examen op referentieniveau 2F.
Lesboek en online leeromgeving
Het LSSO-lesboek inclusief toegang tot de online leeromgeving kost € 100,- exclusief verzendkosten.
Wil je alleen gebruikmaken van de online leeromgeving? Een losse toegangscode kost € 60,-. Hierbij is geen fysiek lesboek inbegrepen.
De toegangscode is vanaf het moment van activeren drie maanden geldig. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Het gebruik van LSSO-lesmateriaal is niet verplicht. Ook ander lesmateriaal kan worden gebruikt, mits dit de geldende eind- en toetstermen van Rekenvaardigheid 2F volledig behandelt.
Het examen Rekenvaardigheid 2F is afgestemd op het landelijke referentieniveau 2F. Dit is het rekenniveau dat van toepassing is binnen mbo niveau 2 en mbo niveau 3. Voor mbo niveau 4 geldt voor rekenen het hogere referentieniveau 3F.
Op niveau 2F wordt van je verwacht dat je basisrekenvaardigheden zelfstandig kunt uitvoeren en kunt toepassen in herkenbare situaties uit het dagelijks leven, je opleiding en je werk. Je kunt bijvoorbeeld bedragen berekenen en controleren, werken met percentages en verhoudingen en hoeveelheden omrekenen naar een andere eenheid.
Tijdens het examen gaat het daarom niet alleen om het uitrekenen van losse sommen. Je moet ook informatie uit een korte situatie kunnen halen, bepalen welke berekening nodig is en beoordelen of jouw antwoord logisch is. De vraagstelling is kort, duidelijk en passend bij niveau 2F, zodat vooral jouw rekenvaardigheid wordt beoordeeld en niet onnodig je leesvaardigheid.
Ook de bedrijfsgerichte opdrachten blijven passend bij dit niveau. Je krijgt bijvoorbeeld eenvoudige berekeningen met btw, rente of afschrijving. Ingewikkelde bedrijfseconomische berekeningen of uitgebreide financiële analyses horen niet bij Rekenvaardigheid 2F.
Met een voldoende resultaat toon je aan dat je rekenvaardigheid beheerst op referentieniveau 2F, passend bij mbo niveau 2 en 3. Het LSSO-certificaat Rekenvaardigheid 2F is een branchegericht certificaat en is niet hetzelfde als een wettelijk erkend mbo-diploma van een mbo-instelling.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


