ModulePRODit is een LSSO Pro-examen
PR/Bedrijfscommunicatie
Dit is een LSSO Pro-examen. Lees meer over LSSO Pro.

Goede communicatie bepaalt voor een belangrijk deel hoe een organisatie wordt gezien. Niet alleen wat een organisatie vertelt is belangrijk, maar ook aan wie, op welk moment, via welk kanaal en op welke manier. Met het examen PR/Bedrijfscommunicatie laat je zien dat je zakelijke communicatie kunt beoordelen, voorbereiden en uitvoeren.
Tijdens het examen werk je met herkenbare communicatiesituaties uit organisaties. Je houdt rekening met het communicatiedoel, de doelgroep of andere stakeholders en de boodschap die een organisatie wil overbrengen. Je laat zien dat je begrijpt hoe communicatie, identiteit, imago en reputatie met elkaar samenhangen.
Je werkt met verschillende vormen van interne en externe communicatie. Denk aan zakelijke e-mails, nieuwsbrieven, webteksten, persberichten, advertenties, sociale media en andere communicatiemiddelen. Je moet daarbij niet alleen weten welke communicatiemiddelen er zijn, maar vooral kunnen bepalen welk middel of kanaal in een bepaalde situatie passend is.
Ook online communicatie speelt een belangrijke rol. Organisaties communiceren via websites, nieuwsbrieven, sociale media en andere digitale kanalen. Een bericht of reactie kan snel invloed hebben op het beeld dat mensen van een organisatie hebben. Daarom wordt tijdens het examen ook aandacht besteed aan online communicatie, media, publiciteit en reputatie.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat PR/Bedrijfscommunicatie. Hiermee toon je aan dat je kennis en vaardigheden op het gebied van bedrijfscommunicatie en public relations op het vastgestelde niveau kunt toepassen. Afhankelijk van jouw leerroute kan het certificaat onderdeel zijn van een bredere LSSO-diplomaroute.
PR/Bedrijfscommunicatie: eind- en toetstermen
Tijdens het examen PR/Bedrijfscommunicatie word je getoetst op het voorbereiden, uitvoeren en beoordelen van interne en externe communicatie. Je laat zien dat je communicatie kunt afstemmen op het doel, de doelgroep, de boodschap en het gekozen communicatiekanaal.
De nadruk ligt niet alleen op wat je weet, maar vooral op het begrijpen, toepassen en analyseren van communicatie in herkenbare praktijksituaties.
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
Communicatie, identiteit, imago en reputatie
1.1 De kandidaat begrijpt de begrippen communicatie, public relations, identiteit, imago, reputatie en huisstijl en kan deze in een praktijksituatie van elkaar onderscheiden.
1.2 De kandidaat kan uitleggen hoe gedrag, communicatie en visuele presentatie bijdragen aan het beeld dat doelgroepen van een organisatie hebben.
1.3 De kandidaat kan een eenvoudige communicatiesituatie analyseren en beoordelen welke invloed deze kan hebben op het imago of de reputatie van een organisatie.
Communicatiebeleid en communicatieplan
2.1 De kandidaat begrijpt het doel en de belangrijkste onderdelen van communicatiebeleid en een communicatieplan.
2.2 De kandidaat kan voor een communicatiesituatie de aanleiding, het communicatiedoel, de doelgroep of stakeholders en de kernboodschap bepalen.
2.3 De kandidaat kan passende communicatiemiddelen en kanalen kiezen en deze keuze onderbouwen.
2.4 De kandidaat kan een eenvoudige communicatieaanpak uitwerken met doel, doelgroep, boodschap, middelen, planning en evaluatie.
Doelgroepgericht en professioneel schrijven
3.1 De kandidaat kan zakelijke en communicatieve teksten schrijven vanuit doel, doelgroep en gewenste reactie.
3.2 De kandidaat kan een tekst duidelijk, aantrekkelijk, toegankelijk en scanbaar opbouwen.
3.3 De kandidaat kan toon, woordkeuze, lengte en opbouw aanpassen aan doelgroep, communicatiedoel en kanaal.
3.4 De kandidaat kan een bestaande communicatietekst beoordelen en verbeteren op inhoud, structuur, leesbaarheid, toon en effect.
Interne en externe bedrijfscommunicatie
4.1 De kandidaat kan onderscheid maken tussen interne en externe communicatie en bepalen welke doelgroepen of stakeholders relevant zijn.
4.2 De kandidaat kan een professioneel intern bericht, e-mailbericht of nieuwsbrieftekst opstellen.
4.3 De kandidaat kan een informatieve, overtuigende of activerende externe boodschap opstellen.
4.4 De kandidaat kan beoordelen of een boodschap en communicatiekanaal passen bij de doelgroep en het gewenste effect.
Content, publicaties en campagnes
5.1 De kandidaat begrijpt de functie en kenmerken van verschillende communicatiemiddelen, zoals folders, brochures, nieuwsbrieven, websites, advertenties en andere publicaties.
5.2 De kandidaat kan voor een communicatievraag een passend middel of een passende combinatie van middelen kiezen.
5.3 De kandidaat kan een eenvoudige campagneboodschap uitwerken volgens een passende overtuigings- of activeringsstructuur.
5.4 De kandidaat kan beoordelen of tekst, beeld, vorm en kanaal gezamenlijk aansluiten bij doel, doelgroep en identiteit van de organisatie.
Redactionele en organisatiecommunicatie
6.1 De kandidaat begrijpt het doel van redactionele communicatie voor medewerkers en externe relaties.
6.2 De kandidaat kan onderwerpen selecteren en verwerken tot een passende nieuwsbrief, webtekst, interviewtekst of ander redactioneel bericht.
6.3 De kandidaat kan onderscheid maken tussen feitelijke informatie, opinie, commerciële communicatie en redactionele inhoud.
6.4 De kandidaat kan bij het produceren van communicatie rekening houden met planning, redactie, controle, publicatie en actualiteit.
Media, pers en publiciteit
7.1 De kandidaat begrijpt de rol van nieuwsmedia, vakmedia, online media en sociale media bij de beeldvorming over organisaties.
7.2 De kandidaat kan beoordelen of een ontwikkeling voldoende nieuwswaarde heeft voor externe publiciteit.
7.3 De kandidaat kan een feitelijk en professioneel persbericht opstellen of verbeteren.
7.4 De kandidaat kan passend handelen bij persvragen, interviews en andere vormen van mediacontact.
7.5 De kandidaat kan onderscheid maken tussen journalistieke, redactionele en commerciële communicatie.
Online communicatie en sociale media
8.1 De kandidaat begrijpt de functie van websites, nieuwsbrieven, sociale media en andere digitale communicatiekanalen binnen de communicatiemix.
8.2 De kandidaat kan een digitaal communicatiekanaal kiezen op basis van doelgroep, doel en boodschap.
8.3 De kandidaat kan een kort professioneel bericht voor een digitaal kanaal opstellen en aanpassen aan het kanaal.
8.4 De kandidaat kan online reacties of publicaties beoordelen en bepalen hoe een organisatie hier professioneel op kan reageren.
8.5 De kandidaat kan bij online communicatie rekening houden met betrouwbaarheid, privacy, vertrouwelijkheid en de mogelijke gevolgen voor de reputatie van de organisatie.
Overige communicatiemiddelen en relaties
9.1 De kandidaat begrijpt de communicatieve functie van evenementen, sponsoring, relatieactiviteiten en andere vormen van organisatiecommunicatie.
9.2 De kandidaat kan onderscheid maken tussen sponsoring en donatie en de communicatieve betekenis daarvan uitleggen.
9.3 De kandidaat kan voor een organisatieactiviteit passende communicatiemiddelen en kanalen selecteren.
9.4 De kandidaat kan een communicatieactiviteit achteraf beoordelen op doel, bereik, respons en effect en verbeterpunten formuleren.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
5–10% | 20–25% | 45–50% | 20–25% |
Onderbouwing: De kern ligt op het toepassen van communicatieprincipes en het analyseren van doelgroep, boodschap, kanaal en situatie. Reproductie van begrippen heeft een beperkte rol.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1.1 | De kandidaat begrijpt de begrippen communicatie, public relations, identiteit, imago, reputatie en huisstijl en kan deze in een praktijksituatie van elkaar onderscheiden. |
| X | X |
|
1.2 | De kandidaat kan uitleggen hoe gedrag, communicatie en visuele presentatie bijdragen aan het beeld dat doelgroepen van een organisatie hebben. |
| X | X |
|
1.3 | De kandidaat kan een eenvoudige communicatiesituatie analyseren en beoordelen welke invloed deze kan hebben op het imago of de reputatie van een organisatie. |
|
| X | X |
2.1 | De kandidaat begrijpt het doel en de belangrijkste onderdelen van communicatiebeleid en een communicatieplan. |
| X |
|
|
2.2 | De kandidaat kan voor een communicatiesituatie de aanleiding, het communicatiedoel, de doelgroep of stakeholders en de kernboodschap bepalen. |
| X | X | X |
2.3 | De kandidaat kan passende communicatiemiddelen en kanalen kiezen en deze keuze onderbouwen. |
|
| X | X |
2.4 | De kandidaat kan een eenvoudige communicatieaanpak uitwerken met doel, doelgroep, boodschap, middelen, planning en evaluatie. |
|
| X | X |
3.1 | De kandidaat kan zakelijke en communicatieve teksten schrijven vanuit doel, doelgroep en gewenste reactie. |
|
| X |
|
3.2 | De kandidaat kan een tekst duidelijk, aantrekkelijk, toegankelijk en scanbaar opbouwen. |
|
| X |
|
3.3 | De kandidaat kan toon, woordkeuze, lengte en opbouw aanpassen aan doelgroep, communicatiedoel en kanaal. |
|
| X | X |
3.4 | De kandidaat kan een bestaande communicatietekst beoordelen en verbeteren op inhoud, structuur, leesbaarheid, toon en effect. |
|
| X | X |
4.1 | De kandidaat kan onderscheid maken tussen interne en externe communicatie en bepalen welke doelgroepen of stakeholders relevant zijn. |
| X | X |
|
4.2 | De kandidaat kan een professioneel intern bericht, e-mailbericht of nieuwsbrieftekst opstellen. |
|
| X |
|
4.3 | De kandidaat kan een informatieve, overtuigende of activerende externe boodschap opstellen. |
|
| X |
|
4.4 | De kandidaat kan beoordelen of een boodschap en communicatiekanaal passen bij de doelgroep en het gewenste effect. |
|
| X | X |
5.1 | De kandidaat begrijpt de functie en kenmerken van verschillende communicatiemiddelen, zoals folders, brochures, nieuwsbrieven, websites, advertenties en andere publicaties. |
| X |
|
|
5.2 | De kandidaat kan voor een communicatievraag een passend middel of een passende combinatie van middelen kiezen. |
|
| X | X |
5.3 | De kandidaat kan een eenvoudige campagneboodschap uitwerken volgens een passende overtuigings- of activeringsstructuur. |
|
| X |
|
5.4 | De kandidaat kan beoordelen of tekst, beeld, vorm en kanaal gezamenlijk aansluiten bij doel, doelgroep en identiteit van de organisatie. |
|
| X | X |
6.1 | De kandidaat begrijpt het doel van redactionele communicatie voor medewerkers en externe relaties. |
| X |
|
|
6.2 | De kandidaat kan onderwerpen selecteren en verwerken tot een passende nieuwsbrief, webtekst, interviewtekst of ander redactioneel bericht. |
|
| X | X |
6.3 | De kandidaat kan onderscheid maken tussen feitelijke informatie, opinie, commerciële communicatie en redactionele inhoud. |
| X |
| X |
6.4 | De kandidaat kan bij het produceren van communicatie rekening houden met planning, redactie, controle, publicatie en actualiteit. |
| X | X |
|
7.1 | De kandidaat begrijpt de rol van nieuwsmedia, vakmedia, online media en sociale media bij de beeldvorming over organisaties. |
| X |
|
|
7.2 | De kandidaat kan beoordelen of een ontwikkeling voldoende nieuwswaarde heeft voor externe publiciteit. |
| X | X | X |
7.3 | De kandidaat kan een feitelijk en professioneel persbericht opstellen of verbeteren. |
|
| X | X |
7.4 | De kandidaat kan passend handelen bij persvragen, interviews en andere vormen van mediacontact. |
| X | X |
|
7.5 | De kandidaat kan onderscheid maken tussen journalistieke, redactionele en commerciële communicatie. |
| X |
| X |
8.1 | De kandidaat begrijpt de functie van websites, nieuwsbrieven, sociale media en andere digitale communicatiekanalen binnen de communicatiemix. |
| X |
|
|
8.2 | De kandidaat kan een digitaal communicatiekanaal kiezen op basis van doelgroep, doel en boodschap. |
|
| X | X |
8.3 | De kandidaat kan een kort professioneel bericht voor een digitaal kanaal opstellen en aanpassen aan het kanaal. |
|
| X |
|
8.4 | De kandidaat kan online reacties of publicaties beoordelen en bepalen hoe een organisatie hier professioneel op kan reageren. |
|
| X | X |
8.5 | De kandidaat kan bij online communicatie rekening houden met betrouwbaarheid, privacy, vertrouwelijkheid en de mogelijke gevolgen voor de reputatie van de organisatie. |
| X | X | X |
9.1 | De kandidaat begrijpt de communicatieve functie van evenementen, sponsoring, relatieactiviteiten en andere vormen van organisatiecommunicatie. |
| X |
|
|
9.2 | De kandidaat kan onderscheid maken tussen sponsoring en donatie en de communicatieve betekenis daarvan uitleggen. |
| X | X |
|
9.3 | De kandidaat kan voor een organisatieactiviteit passende communicatiemiddelen en kanalen selecteren. |
|
| X | X |
9.4 | De kandidaat kan een communicatieactiviteit achteraf beoordelen op doel, bereik, respons en effect en verbeterpunten formuleren. |
|
| X | X |
De examenprijs voor het examen PR/Bedrijfscommunicatie bedraagt € 120,-*.
Het examen duurt 90 minuten en bestaat uit schriftelijke en praktijkgerichte communicatieopdrachten. De examenprijs omvat de organisatie en afname van het examen, de beoordeling van het examen, de verwerking van het resultaat en de kwaliteitsborging door LSSO.
Heb je het examen niet met een voldoende resultaat afgerond? Dan kun je het volledige examen opnieuw afleggen. De kosten voor een herexamen bedragen € 120,-*.
Bij een voldoende resultaat ontvang je een digitaal LSSO-certificaat PR/Bedrijfscommunicatie. Wil je het certificaat daarnaast fysiek per post ontvangen? Dan betaal je € 10,- voor het verzenden van het certificaat.
Voor het examen PR/Bedrijfscommunicatie is geen vrijstelling mogelijk. Om het certificaat te behalen, moet je het examen zelf afleggen en met een voldoende resultaat afronden.
* De genoemde examenprijs geldt voor kandidaten die het examen afleggen via een LSSO Education Partner. Is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven; deze liggen in veel gevallen minimaal € 25,- hoger.
Voor de voorbereiding op het examen PR/Bedrijfscommunicatie kun je gebruikmaken van het lesmateriaal van LSSO. Het lesmateriaal behandelt de belangrijkste onderwerpen op het gebied van public relations en bedrijfscommunicatie en sluit aan op de eind- en toetstermen van het examen.
Je leert onder andere over communicatie, public relations, identiteit, imago en huisstijl. Daarnaast besteed je aandacht aan communicatiebeleid, doelgroepgericht schrijven en verschillende vormen van interne en externe communicatie. Ook communicatiemiddelen zoals nieuwsbrieven, folders, brochures, advertenties, persberichten, evenementen en sponsoring komen aan bod.
De communicatiepraktijk verandert. Daarom is het belangrijk dat je de theorie ook kunt toepassen op actuele vormen van bedrijfscommunicatie. Denk aan websites, digitale nieuwsbrieven, online advertenties, sociale media en andere digitale communicatiekanalen. Je leert niet alleen welke communicatiemiddelen er zijn, maar vooral hoe je bepaalt welk middel of kanaal past bij het communicatiedoel, de doelgroep en de boodschap.
Ook online reputatie en media krijgen aandacht. Een bericht, reactie of publicatie kan invloed hebben op het beeld dat mensen van een organisatie hebben. Je moet daarom kunnen beoordelen hoe communicatie bijdraagt aan identiteit, imago en reputatie en hoe een organisatie professioneel kan reageren op publiciteit of online reacties.
Extra aandacht bij de voorbereiding
Onderwerp | Waar bereid je je op voor? |
Identiteit, imago en reputatie | De samenhang tussen identiteit, gedrag, communicatie, huisstijl, imago en reputatie. |
Doelgroepen en stakeholders | Bepalen voor wie communicatie bedoeld is en welke belangen een rol spelen. |
Communicatieplan | Communicatiedoel, doelgroep, kernboodschap, middelen, kanalen, planning en evaluatie. |
Doelgroepgericht schrijven | Duidelijk, aantrekkelijk, toegankelijk en scanbaar schrijven. |
Interne communicatie | E-mail, interne berichten, nieuwsbrieven, intranet en medewerkerscommunicatie. |
Externe communicatie | Webteksten, nieuwsbrieven, advertenties, campagnes en activerende communicatie. |
Folders en brochures | De functie en toepassing van print en digitale publicaties. |
Media en pers | Nieuwswaarde, persberichten, persvragen, interviews en publiciteit. |
Online communicatie | Websites, digitale nieuwsbrieven, sociale media en andere online kanalen. |
Online reputatie | Professioneel reageren op berichten, reacties en publiciteit. |
Evenementen en sponsoring | De relatie met communicatiedoel, doelgroep en communicatiemix. |
Evalueren | Beoordelen of communicatie het gewenste doel, bereik, respons en effect heeft bereikt. |
Actuele communicatiepraktijk
Bij het vernieuwde examen ligt minder nadruk op het uit het hoofd leren van technische of verouderde details. Je hoeft bijvoorbeeld geen verschillende vouwwijzen van folders, faxprocedures of traditionele advertentietarieven uit je hoofd te leren.
Folders, brochures, direct mailing en bedrijfsbladen blijven wel onderdeel van de basiskennis. Je bekijkt deze middelen vanuit de communicatiepraktijk van nu. Een bedrijfsblad kan bijvoorbeeld ook een digitale nieuwsbrief of medewerkersplatform zijn en een direct mailing kan onderdeel zijn van een campagne waarin post, e-mail en online communicatie worden gecombineerd.
Het belangrijkste is dat je kunt beoordelen waarom, wanneer en voor welke doelgroep je een communicatiemiddel inzet.
AI en communicatie
Generatieve AI wordt steeds vaker gebruikt bij communicatie, bijvoorbeeld voor het bedenken van onderwerpen, het maken van een eerste tekstvoorstel of het herschrijven van een tekst. Daarom is het goed om tijdens je voorbereiding ook aandacht te besteden aan de mogelijkheden en beperkingen van AI.
De communicatieprofessional blijft verantwoordelijk voor het eindresultaat. Je moet zelf kunnen beoordelen of een tekst inhoudelijk juist, betrouwbaar, doelgroepgericht en professioneel is en past bij de identiteit en communicatiestijl van de organisatie.
Tijdens het examen mag je geen internet of generatieve AI gebruiken.
LSSO-lesmateriaal
Het LSSO-lesboek inclusief toegang tot de online leeromgeving kost € 100,-, exclusief verzendkosten. Wil je alleen gebruikmaken van de online leeromgeving? Dan zijn de kosten € 60,-. De toegangscode voor de online leeromgeving is vanaf het moment van activeren drie maanden geldig. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Het gebruik van het LSSO-lesmateriaal is niet verplicht. Je kunt ook ander lesmateriaal gebruiken. Het is dan belangrijk om vooraf te controleren of alle vastgestelde eind- en toetstermen van PR/Bedrijfscommunicatie in het lesmateriaal worden behandeld.
Referentieniveau: mbo 4
Het examen PR/Bedrijfscommunicatie sluit aan bij mbo-niveau 4.
Op dit niveau wordt van je verwacht dat je niet alleen kennis hebt van public relations en bedrijfscommunicatie, maar dat je deze kennis ook zelfstandig kunt toepassen in verschillende communicatiesituaties. Je kunt informatie beoordelen, verbanden leggen en onderbouwde keuzes maken over de manier waarop een organisatie intern en extern communiceert.
Tijdens het examen werk je met herkenbare situaties uit de beroepspraktijk. Je bepaalt bijvoorbeeld wat het communicatiedoel is, welke doelgroepen of stakeholders belangrijk zijn, welke kernboodschap daarbij past en welk communicatiemiddel of kanaal het meest geschikt is. Je kunt jouw keuzes toelichten en houdt daarbij rekening met de identiteit, het imago en de reputatie van de organisatie.
Ook bij het schrijven en beoordelen van communicatie past het examen bij mbo-niveau 4. Je schrijft bijvoorbeeld een zakelijke of redactionele tekst, past een boodschap aan een doelgroep of communicatiekanaal aan of beoordeelt bestaande communicatie op inhoud, toon, leesbaarheid en effect. Daarnaast kun je situaties rond media, publiciteit en online communicatie analyseren en passende verbeteringen voorstellen.
Het niveau past bij werkzaamheden waarbij je zelfstandig ondersteunende en uitvoerende communicatietaken verricht, binnen afgesproken kaders keuzes maakt en verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit van jouw eigen werk. Het examen vraagt geen kennis op het niveau van een gespecialiseerde communicatieadviseur, maar wel dat je communicatiebewust handelt en kunt uitleggen waarom een bepaalde aanpak passend is.
Het LSSO-certificaat PR/Bedrijfscommunicatie is een branchegericht certificaat. De aanduiding mbo-niveau 4 geeft het niveau aan waarop de kennis en vaardigheden worden geëxamineerd. Het certificaat staat niet gelijk aan een wettelijk erkend mbo-diploma.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


