ModulePRODit is een LSSO Pro-examen
Basiskennis Calculatie
Dit is een LSSO Pro-examen. Lees meer over LSSO Pro.

Het examen Basiskennis Calculatie toetst of je zakelijke en bedrijfseconomische berekeningen begrijpt en correct kunt toepassen in praktische situaties. Je laat zien dat je nauwkeurig kunt rekenen, de juiste rekenmethode kunt kiezen en begrijpt wat de uitkomst van een berekening betekent.
Tijdens het examen werk je met onderwerpen die je kunt tegenkomen binnen administratieve, commerciële en financieel ondersteunende werkzaamheden. Denk aan percentages, handelscalculaties, kostprijzen en verkoopprijzen, btw, interest, afschrijvingen, break-evenberekeningen, indexcijfers en het interpreteren van tabellen en grafieken. Ook onderdelen op het gebied van handel en verzekeringen kunnen binnen het examen aan bod komen. Deze inhoud sluit aan op de brede opzet van het lesmateriaal voor Basiskennis Calculatie.
Bij Basiskennis Calculatie gaat het niet alleen om het kunnen uitvoeren van een berekening. Je moet ook kunnen bepalen welke gegevens je nodig hebt, welke berekening bij de situatie past en hoe je de uitkomst moet interpreteren. Daarmee sluit het examen aan bij de beroepspraktijk, waarin een berekening meestal onderdeel is van een groter administratief, financieel of commercieel vraagstuk.
Het examen Basiskennis Calculatie toetst of je zakelijke en bedrijfseconomische berekeningen begrijpt en correct kunt toepassen in praktische situaties. Je laat zien dat je nauwkeurig kunt rekenen, de juiste rekenmethode kunt kiezen en begrijpt wat de uitkomst van een berekening betekent.
Tijdens het examen werk je met onderwerpen die je kunt tegenkomen binnen administratieve, commerciële en financieel ondersteunende werkzaamheden. Denk aan percentages, handelscalculaties, kostprijzen en verkoopprijzen, btw, interest, afschrijvingen, break-evenberekeningen, indexcijfers en het interpreteren van tabellen en grafieken. Ook onderdelen op het gebied van handel en verzekeringen kunnen binnen het examen aan bod komen. Deze inhoud sluit aan op de brede opzet van het lesmateriaal voor Basiskennis Calculatie.
Bij Basiskennis Calculatie gaat het niet alleen om het kunnen uitvoeren van een berekening. Je moet ook kunnen bepalen welke gegevens je nodig hebt, welke berekening bij de situatie past en hoe je de uitkomst moet interpreteren. Daarmee sluit het examen aan bij de beroepspraktijk, waarin een berekening meestal onderdeel is van een groter administratief, financieel of commercieel vraagstuk.
Basiskennis Calculatie, Boekhouden of Basiskennis Boekhouden?
De drie examens liggen binnen hetzelfde financiële en administratieve vakgebied, maar hebben ieder een eigen accent.
Bij Basiskennis Calculatie staat het rekenen met en interpreteren van zakelijke en bedrijfseconomische gegevens centraal. Bij Boekhouden leer je de basis van het verwerken van financiële feiten binnen een administratie. Basiskennis Boekhouden gaat hierin verder en vraagt meer inzicht en zelfstandigheid bij het verwerken en controleren van financiële administraties.
Basiskennis Calculatie is daardoor vooral passend wanneer je in jouw werk te maken krijgt met bijvoorbeeld prijzen, kosten, marges, percentages, offertes, investeringen of andere cijfermatige bedrijfsgegevens. Boekhouden en Basiskennis Boekhouden zijn meer gericht op de verwerking van deze financiële gegevens in de administratie.
Binnen de LSSO Examengids zijn Basiskennis Calculatie en Basiskennis Boekhouden opgenomen als financiële kwalificaties. De modulaire opzet van LSSO maakt het mogelijk om afzonderlijke certificaten te behalen en jouw kennis en vaardigheden stap voor stap verder uit te bouwen.
Praktisch toepasbare calculatievaardigheden
Het examen wordt afgenomen op mbo 3-niveau. Op dit niveau wordt van je verwacht dat je binnen duidelijke zakelijke situaties zelfstandig berekeningen kunt uitvoeren en financiële gegevens kunt interpreteren. Het gaat dus om meer dan het reproduceren van formules: je moet de rekenvaardigheid praktisch kunnen toepassen.
Het examen is geschikt voor kandidaten die hun calculatievaardigheden willen aantonen voor administratieve, commerciële of financieel ondersteunende werkzaamheden en voor kandidaten die zich verder willen ontwikkelen binnen het economische of financiële vakgebied.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Basiskennis Calculatie. Hiermee toon je aan dat je de getoetste zakelijke en bedrijfseconomische calculatievaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst.
Praktisch toepasbare calculatievaardigheden
Het examen wordt afgenomen op mbo 3-niveau. Op dit niveau wordt van je verwacht dat je binnen duidelijke zakelijke situaties zelfstandig berekeningen kunt uitvoeren en financiële gegevens kunt interpreteren. Het gaat dus om meer dan het reproduceren van formules: je moet de rekenvaardigheid praktisch kunnen toepassen.
Het examen is geschikt voor kandidaten die hun calculatievaardigheden willen aantonen voor administratieve, commerciële of financieel ondersteunende werkzaamheden en voor kandidaten die zich verder willen ontwikkelen binnen het economische of financiële vakgebied.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Basiskennis Calculatie. Hiermee toon je aan dat je de getoetste zakelijke en bedrijfseconomische calculatievaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst.
Basiskennis Calculatie: eind- en toetstermen
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1. Basisrekenen en handelscalculaties
1.1 De kandidaat kan zakelijke berekeningen uitvoeren met gehele getallen, decimalen, breuken, verhoudingen, gemiddelden, procenten en promillen.
1.2 De kandidaat kan berekeningen boven en onder het honderd uitvoeren en deze toepassen in zakelijke situaties.
1.3 De kandidaat kan bedragen afronden en de juiste rekenvolgorde toepassen.
1.4 De kandidaat kan een eenvoudige vergelijking met één onbekende oplossen.
1.5 De kandidaat kan factuurbedragen bij inkoop en verkoop berekenen.
1.6 De kandidaat kan prijs- en betalingskortingen verwerken, waaronder rabat, kwantumkorting, seizoenskorting, korting voor contant en kredietbeperkingstoeslag.
1.7 De kandidaat kan berekeningen uitvoeren met tarra, extra tarra, rafactie en vervoerskosten.
1.8 De kandidaat kan btw berekenen vanuit bedragen exclusief en inclusief btw.
1.9 De kandidaat kan afzet, omzet en inkoopwaarde van de verkopen berekenen.
2. Interest en vreemde valuta
2.1 De kandidaat begrijpt het principe van enkelvoudige interest.
2.2 De kandidaat kan bij enkelvoudige interest het rentebedrag berekenen.
2.3 De kandidaat kan bij enkelvoudige interest het kapitaal of de looptijd berekenen.
2.4 De kandidaat begrijpt de notatie van vreemde valuta.
2.5 De kandidaat kan bedragen omrekenen van euro naar vreemde valuta en andersom.
2.6 De kandidaat kan bij valutaberekeningen rekening houden met aankoop- en verkoopkoersen en gegeven transactiekosten.
Het lesboek maakt expliciet duidelijk dat samengestelde interest geen onderdeel van het examenprogramma is.
3. Duurzame productiemiddelen
3.1 De kandidaat begrijpt de begrippen aanschafwaarde, restwaarde, boekwaarde, levensduur en afschrijving.
3.2 De kandidaat kan afschrijvingen berekenen op basis van de aanschafwaarde.
3.3 De kandidaat kan afschrijvingen berekenen op basis van de boekwaarde.
3.4 De kandidaat kan aanschafwaarde, restwaarde, afschrijving, looptijd en boekwaarde in samenhang berekenen.
3.5 De kandidaat kan rentekosten over het gemiddeld geïnvesteerde vermogen berekenen.
3.6 De kandidaat kan het boekresultaat bij verkoop, inruil of buitengebruikstelling van een duurzaam productiemiddel bepalen.
Deze verdieping komt uitgebreid in het lesboek terug, inclusief maandberekeningen, rentekosten en boekresultaat.
4. Kostprijs, verkoopprijs en resultaat
4.1 De kandidaat kent het verschil tussen directe en indirecte kosten.
4.2 De kandidaat kent het verschil tussen constante en variabele kosten.
4.3 De kandidaat begrijpt het verschil tussen proportioneel, progressief en degressief variabele kosten.
4.4 De kandidaat kan een kostprijs berekenen met de eenvoudige opslagmethode.
4.5 De kandidaat kan een kostprijs berekenen met de verfijnde opslagmethode.
4.6 De kandidaat kan een kostprijs berekenen op basis van constante en variabele kosten.
4.7 De kandidaat kan de integrale commerciële kostprijs berekenen.
4.8 De kandidaat kan verkoopprijs en consumentenprijs berekenen.
4.9 De kandidaat kan brutowinst en nettowinst berekenen.
4.10 De kandidaat kan verkoopresultaat en bedrijfsresultaat berekenen.
4.11 De kandidaat kan berekeningen uitvoeren met brutowinstopslag en nettowinstopslag.
Het boek behandelt zowel de eenvoudige als de verfijnde opslagmethode en maakt daarbij expliciet onderscheid tussen directe en indirecte kosten.
5. Bezetting en break-even
5.1 De kandidaat kent de begrippen normale bezetting, werkelijke bezetting, overbezetting en onderbezetting.
5.2 De kandidaat kan de kosten per product berekenen bij een gegeven normale en werkelijke productie.
5.3 De kandidaat kan een bezettingsresultaat berekenen en interpreteren.
5.4 De kandidaat kan de break-evenafzet berekenen.
5.5 De kandidaat kan de break-evenomzet berekenen.
6. Indexcijfers, tabellen en grafieken
6.1 De kandidaat kent het begrip indexcijfer.
6.2 De kandidaat kan indexcijfers berekenen en gebruiken om ontwikkelingen te vergelijken.
6.3 De kandidaat kan een basisperiode bij indexcijfers verleggen.
6.4 De kandidaat begrijpt het verschil tussen een verandering in indexpunten en een verandering in procenten.
6.5 De kandidaat kan gegevens uit een tabel selecteren en interpreteren.
6.6 De kandidaat kan lijn-, staaf-, kolom- en cirkeldiagrammen herkennen.
6.7 De kandidaat kan gegevens uit grafieken interpreteren en gebruiken voor een berekening of conclusie.
Indexcijfers en het interpreteren van tabellen en grafieken maakten al expliciet onderdeel uit van het LSSO-programma.
7. Handel, koop en verkoop
7.1 De kandidaat kent de begrippen bedrijfskolom en bedrijfstak.
7.2 De kandidaat begrijpt integratie en differentiatie binnen een bedrijfskolom.
7.3 De kandidaat kent de functies van handel en het verschil tussen collecterende en distribuerende handel.
7.4 De kandidaat kent het verschil tussen groothandel en kleinhandel.
7.5 De kandidaat herkent veelvoorkomende samenwerkingsvormen binnen het bedrijfsleven.
7.6 De kandidaat kent de belangrijkste leverings- en betalingsvoorwaarden.
7.7 De kandidaat kan voorwaarden, kortingen en toeslagen in eenvoudige praktijksituaties herkennen en toepassen.
8. Verzekeringen
8.1 De kandidaat begrijpt het verschil tussen een schadeverzekering en een sommenverzekering.
8.2 De kandidaat kent de betekenis van premie, polis, schade, verzekerde som en gezonde waarde.
8.3 De kandidaat begrijpt de begrippen onderverzekering, oververzekering, herverzekering en premier-risqueverzekering.
8.4 De kandidaat kan eenvoudige verzekeringspremies en bijkomende kosten berekenen wanneer de benodigde tarieven zijn gegeven.
8.5 De kandidaat kan een schade-uitkering berekenen bij onder- of oververzekering.
8.6 De kandidaat kan veelvoorkomende verzekeringen in een zakelijke praktijksituatie herkennen.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
10–15% | 20–25% | 50–55% | 15–20% |
Onderbouwing: Het zwaartepunt ligt op het kiezen en toepassen van de juiste rekenmethode in zakelijke en bedrijfseconomische situaties. Analyse is nodig bij het combineren en interpreteren van gegevens.
Nr. | Omschrijving | K | B | T | A |
1. Basisrekenen en handelscalculaties | |||||
1.1 | De kandidaat kan zakelijke berekeningen uitvoeren met gehele getallen, decimalen, breuken, verhoudingen, gemiddelden, procenten en promillen. |
| X | X |
|
1.2 | De kandidaat kan berekeningen boven en onder het honderd uitvoeren en deze toepassen in zakelijke situaties. |
| X | X |
|
1.3 | De kandidaat kan bedragen afronden en de juiste rekenvolgorde toepassen. | X |
| X |
|
1.4 | De kandidaat kan een eenvoudige vergelijking met één onbekende oplossen. |
| X | X |
|
1.5 | De kandidaat kan factuurbedragen bij inkoop en verkoop berekenen. |
|
| X |
|
1.6 | De kandidaat kan prijs- en betalingskortingen verwerken, waaronder rabat, kwantumkorting, seizoenskorting, korting voor contant en kredietbeperkingstoeslag. |
| X | X | X |
1.7 | De kandidaat kan berekeningen uitvoeren met tarra, extra tarra, rafactie en vervoerskosten. |
| X | X |
|
1.8 | De kandidaat kan btw berekenen vanuit bedragen exclusief en inclusief btw. |
| X | X | X |
1.9 | De kandidaat kan afzet, omzet en inkoopwaarde van de verkopen berekenen. |
| X | X | X |
2. Interest en vreemde valuta | |||||
2.1 | De kandidaat begrijpt het principe van enkelvoudige interest. |
| X |
|
|
2.2 | De kandidaat kan bij enkelvoudige interest het rentebedrag berekenen. |
|
| X |
|
2.3 | De kandidaat kan bij enkelvoudige interest het kapitaal of de looptijd berekenen. |
| X | X | X |
2.4 | De kandidaat begrijpt de notatie van vreemde valuta. |
| X |
|
|
2.5 | De kandidaat kan bedragen omrekenen van euro naar vreemde valuta en andersom. |
|
| X |
|
2.6 | De kandidaat kan bij valutaberekeningen rekening houden met aankoop- en verkoopkoersen en gegeven transactiekosten. |
| X | X | X |
3. Duurzame productiemiddelen | |||||
3.1 | De kandidaat begrijpt de begrippen aanschafwaarde, restwaarde, boekwaarde, levensduur en afschrijving. | X | X |
|
|
3.2 | De kandidaat kan afschrijvingen berekenen op basis van de aanschafwaarde. |
|
| X |
|
3.3 | De kandidaat kan afschrijvingen berekenen op basis van de boekwaarde. |
|
| X |
|
3.4 | De kandidaat kan aanschafwaarde, restwaarde, afschrijving, looptijd en boekwaarde in samenhang berekenen. |
| X | X | X |
3.5 | De kandidaat kan rentekosten over het gemiddeld geïnvesteerde vermogen berekenen. |
| X | X |
|
3.6 | De kandidaat kan het boekresultaat bij verkoop, inruil of buitengebruikstelling van een duurzaam productiemiddel bepalen. |
| X | X | X |
4. Kostprijs, verkoopprijs en resultaat | |||||
4.1 | De kandidaat kent het verschil tussen directe en indirecte kosten. | X | X |
|
|
4.2 | De kandidaat kent het verschil tussen constante en variabele kosten. | X | X |
|
|
4.3 | De kandidaat begrijpt het verschil tussen proportioneel, progressief en degressief variabele kosten. |
| X |
| X |
4.4 | De kandidaat kan een kostprijs berekenen met de eenvoudige opslagmethode. |
| X | X |
|
4.5 | De kandidaat kan een kostprijs berekenen met de verfijnde opslagmethode. |
| X | X | X |
4.6 | De kandidaat kan een kostprijs berekenen op basis van constante en variabele kosten. |
| X | X | X |
4.7 | De kandidaat kan de integrale commerciële kostprijs berekenen. |
| X | X | X |
4.8 | De kandidaat kan verkoopprijs en consumentenprijs berekenen. |
| X | X |
|
4.9 | De kandidaat kan brutowinst en nettowinst berekenen. |
| X | X |
|
4.10 | De kandidaat kan verkoopresultaat en bedrijfsresultaat berekenen. |
| X | X | X |
4.11 | De kandidaat kan berekeningen uitvoeren met brutowinstopslag en nettowinstopslag. |
| X | X | X |
5. Bezetting en break-even | |||||
5.1 | De kandidaat kent de begrippen normale bezetting, werkelijke bezetting, overbezetting en onderbezetting. | X | X |
|
|
5.2 | De kandidaat kan de kosten per product berekenen bij een gegeven normale en werkelijke productie. |
| X | X | X |
5.3 | De kandidaat kan een bezettingsresultaat berekenen en interpreteren. |
| X | X | X |
5.4 | De kandidaat kan de break-evenafzet berekenen. |
| X | X |
|
5.5 | De kandidaat kan de break-evenomzet berekenen. |
| X | X |
|
6. Indexcijfers, tabellen en grafieken | |||||
6.1 | De kandidaat kent het begrip indexcijfer. | X |
|
|
|
6.2 | De kandidaat kan indexcijfers berekenen en gebruiken om ontwikkelingen te vergelijken. |
| X | X | X |
6.3 | De kandidaat kan een basisperiode bij indexcijfers verleggen. |
| X | X |
|
6.4 | De kandidaat begrijpt het verschil tussen een verandering in indexpunten en een verandering in procenten. |
| X |
| X |
6.5 | De kandidaat kan gegevens uit een tabel selecteren en interpreteren. |
| X | X | X |
6.6 | De kandidaat kan lijn-, staaf-, kolom- en cirkeldiagrammen herkennen. | X | X |
|
|
6.7 | De kandidaat kan gegevens uit grafieken interpreteren en gebruiken voor een berekening of conclusie. |
| X | X | X |
7. Handel, koop en verkoop | |||||
7.1 | De kandidaat kent de begrippen bedrijfskolom en bedrijfstak. | X | X |
|
|
7.2 | De kandidaat begrijpt integratie en differentiatie binnen een bedrijfskolom. |
| X |
| X |
7.3 | De kandidaat kent de functies van handel en het verschil tussen collecterende en distribuerende handel. | X | X |
|
|
7.4 | De kandidaat kent het verschil tussen groothandel en kleinhandel. | X | X |
|
|
7.5 | De kandidaat herkent veelvoorkomende samenwerkingsvormen binnen het bedrijfsleven. | X | X |
|
|
7.6 | De kandidaat kent de belangrijkste leverings- en betalingsvoorwaarden. | X | X |
|
|
7.7 | De kandidaat kan voorwaarden, kortingen en toeslagen in eenvoudige praktijksituaties herkennen en toepassen. |
| X | X | X |
8. Verzekeringen | |||||
8.1 | De kandidaat begrijpt het verschil tussen een schadeverzekering en een sommenverzekering. |
| X |
|
|
8.2 | De kandidaat kent de betekenis van premie, polis, schade, verzekerde som en gezonde waarde. | X | X |
|
|
8.3 | De kandidaat begrijpt de begrippen onderverzekering, oververzekering, herverzekering en premier-risqueverzekering. |
| X |
|
|
8.4 | De kandidaat kan eenvoudige verzekeringspremies en bijkomende kosten berekenen wanneer de benodigde tarieven zijn gegeven. |
| X | X |
|
8.5 | De kandidaat kan een schade-uitkering berekenen bij onder- of oververzekering. |
| X | X | X |
8.6 | De kandidaat kan veelvoorkomende verzekeringen in een zakelijke praktijksituatie herkennen. |
| X | X |
|
Hoe ziet het examen Basiskennis Calculatie eruit?
Het examen Basiskennis Calculatie toetst of de kandidaat zakelijke en bedrijfseconomische berekeningen correct en zelfstandig kan uitvoeren. Daarbij gaat het niet alleen om het vinden van de juiste uitkomst, maar ook om het herkennen van de juiste rekenmethode en het begrijpen van de uitkomst.
De vragen sluiten aan bij herkenbare situaties uit onder andere administratie, handel, verkoop en financiële bedrijfsvoering. Zo wordt getoetst of de kandidaat calculatievaardigheden kan toepassen in situaties die ook in de beroepspraktijk kunnen voorkomen.
Duur en opbouw van het examen
Het examen Basiskennis Calculatie duurt 90 minuten en bestaat uit twee onderdelen. In onderdeel A beantwoord je tien gesloten vragen over kennis, begrip en de toepassing van berekeningen. Bij iedere vraag kies je één juist antwoord.
In onderdeel B maak je zeven praktische calculatieopdrachten met meerdere deelvragen. Je gebruikt daarvoor een aangeleverd Excelbestand waarin de gegevens al klaarstaan. Je vult je berekeningen en antwoorden in de aangegeven cellen in. Excel is hierbij een werkmiddel; geavanceerde Excelvaardigheden worden niet beoordeeld.
In het proefexamen zijn 30 van de 100 punten te behalen met onderdeel A en 70 punten met onderdeel B. Je levert na afloop zowel je antwoorden op onderdeel A als het opgeslagen Excelbestand in. Iedere examenvariant is uniek en toetst dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen.
Wat kan de kandidaat verwachten?
Tijdens het examen kunnen onder andere vragen en berekeningen voorkomen over:
- procenten, verhoudingen en zakelijke berekeningen;
- facturen, kortingen, toeslagen en btw;
- afzet, omzet en inkoopwaarde van de verkopen;
- enkelvoudige interest;
- vreemde valuta en valutakoersen;
- afschrijvingen, boekwaarde en boekresultaat;
- directe en indirecte kosten;
- constante en variabele kosten;
- eenvoudige en verfijnde opslagmethoden;
- kostprijs, verkoopprijs en resultaat;
- bezetting en break-even;
- indexcijfers;
- tabellen en grafieken;
- handel, koop- en verkoopvoorwaarden;
- verzekeringen en verzekeringsberekeningen.
Wanneer voor een berekening gegevens nodig zijn die niet tot de vastgestelde leerstof behoren, worden deze in de vraag of bij de exameninformatie verstrekt. Het examen toetst daarmee de calculatievaardigheid en niet het uit het hoofd kennen van wisselende tarieven of andere variabele gegevens.
Beoordeling en eindcijfer
Iedere examenvraag heeft een vooraf vastgesteld aantal punten. De beoordeling vindt plaats aan de hand van het vastgestelde antwoord- en correctiemodel.
Bij het samenstellen van iedere examenvariant wordt gecontroleerd of de vastgestelde eind- en toetstermen worden getoetst en of er een evenwichtige verdeling is tussen kennis, begrip, toepassing en analyse. De definitieve cesuur en omzetting van het behaalde puntenaantal naar het eindcijfer worden vastgesteld in de normering van het examen.
Ieder examen is uniek
Iedere examenvariant toetst dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen en hetzelfde niveau. Bedragen, percentages, organisaties, tabellen, grafieken en praktijksituaties kunnen per examenvariant verschillen.
Een proefexamen geeft daarom een beeld van de vraagstelling en het niveau, maar bevat niet de vragen die tijdens het daadwerkelijke examen worden gesteld. Het gaat erom dat de kandidaat begrijpt welke berekening bij een situatie hoort, deze correct kan uitvoeren en de uitkomst kan interpreteren.
Hulpmiddelen
Tijdens het examen mag gebruik worden gemaakt van:
- een rekenmachine;
- een pen;
- door LSSO verstrekt kladpapier.
Eigen aantekeningen, boeken, mobiele telefoons, internet, AI-toepassingen en andere niet-toegestane hulpmiddelen zijn niet toegestaan. De definitief toegestane hulpmiddelen staan vermeld in de examenoproep en/of exameninstructie.
Afname en toezicht
Het examen kan worden afgelegd op een examenlocatie van LSSO en, waar deze mogelijkheid wordt aangeboden, via een LSSO Education Partner op de opleidingslocatie.
Ongeacht de locatie vindt de examenafname plaats onder toezicht en volgens de geldende examenregels van LSSO. De identiteit van de kandidaat wordt gecontroleerd en voor iedere kandidaat gelden dezelfde exameneisen, beoordelingscriteria en kwaliteitseisen.
Passende voorzieningen
Niet iedere kandidaat heeft dezelfde omstandigheden nodig om te kunnen laten zien welke kennis en vaardigheden worden beheerst. Wanneer sprake is van bijvoorbeeld dyslexie, een lichamelijke of motorische beperking, prikkelgevoeligheid of een andere ondersteuningsbehoefte, kan vooraf worden bekeken of een passende examenvoorziening mogelijk is.
Daarbij blijft het uitgangspunt altijd hetzelfde: een voorziening kan de omstandigheden waaronder het examen wordt afgelegd aanpassen, maar verandert niet wat de kandidaat moet kennen of kunnen.
Een ondersteuningsbehoefte wordt daarom bij voorkeur ruim vóór de examenaanmelding besproken met de opleider of LSSO Onderwijsgroep. Zo kan vooraf worden beoordeeld welke voorziening binnen de exameneisen mogelijk is.
Uitslag en herkansing
Het examen wordt beoordeeld volgens vooraf vastgestelde beoordelingscriteria en normering. De uitslag wordt verstrekt binnen de termijn die is opgenomen in het geldende LSSO Examenreglement.
Bij een onvoldoende resultaat kan de kandidaat zich opnieuw aanmelden voor het examen. Een herkansing bestaat uit een andere examenvariant die dezelfde eind- en toetstermen en hetzelfde niveau toetst. Wanneer een kandidaat meerdere resultaten voor hetzelfde examen heeft behaald, geldt het hoogste resultaat.
Inzage en bezwaar
Inzage en bezwaar verlopen volgens het geldende LSSO Examenreglement. Tijdens een inzage kan inzicht worden verkregen in de beoordeling, de gehanteerde beoordelingscriteria en de normering.
De examenopgaven en bijbehorende materialen blijven eigendom van LSSO en zijn vertrouwelijk. Wanneer een kandidaat het niet eens is met de beoordeling of de gevolgde procedure, kan volgens de daarvoor geldende procedure schriftelijk bezwaar worden gemaakt.
Certificaat en vrijstelling
Bij een voldoende resultaat ontvangt de kandidaat het LSSO-certificaat Basiskennis Calculatie. Hiermee wordt aangetoond dat de getoetste zakelijke en bedrijfseconomische calculatievaardigheden op het vastgestelde niveau worden beheerst.
Voor het examen Basiskennis Calculatie is geen vrijstelling mogelijk. Om het LSSO-certificaat Basiskennis Calculatie te behalen, moet de kandidaat het examen zelf afleggen en met het vereiste resultaat afronden.
De kosten voor het examen Basiskennis Calculatie bedragen € 150,-* en zijn vrijgesteld van btw.
Het examengeld omvat de organisatie van het examen, toezicht, beoordeling, verwerking van het resultaat en bij een voldoende resultaat het digitale LSSO-certificaat.
Wil je het certificaat daarnaast fysiek per post ontvangen? Dan betaal je € 10,- voor het verzenden van het certificaat.
Een herkansing wordt tegen het geldende examentarief opnieuw geboekt.
Je kunt het examen plannen op een examenlocatie van LSSO. Is jouw opleider LSSO Education Partner, dan kan het examen mogelijk ook op jouw eigen opleidingslocatie worden afgenomen. Informeer hiervoor bij jouw opleider.
* De genoemde examenprijs geldt voor kandidaten die het examen afleggen via een LSSO Education Partner. Is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven; deze liggen in veel gevallen minimaal € 25,- hoger.
Voor de voorbereiding op het examen Basiskennis Calculatie bestaat het LSSO-lespakket uit twee onderdelen:
- het Basislesboek Rekenvaardigheid;
- het lesboek Bedrijfscalculatie – Uitbreidingsstof voor Basiskennis Calculatie.
De opbouw van het lesmateriaal is stapsgewijs. In het Basislesboek Rekenvaardigheid wordt de rekenkundige basis gelegd. Het uitbreidingsboek bouwt hierop voort met zakelijke en bedrijfseconomische onderwerpen en berekeningen die nodig zijn voor Basiskennis Calculatie.
Zo ontwikkelen kandidaten eerst de benodigde rekenvaardigheid en leren zij deze vervolgens toepassen in financiële, administratieve en commerciële situaties.
Wat behandelt het lesmateriaal?
In de combinatie van beide lesboeken komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:
- percentages en verhoudingen;
- btw en handelscalculaties;
- enkelvoudige interest;
- vreemde valuta;
- afschrijving, boekwaarde en boekresultaat;
- eenvoudige en verfijnde opslagmethoden;
- constante en variabele kosten;
- kostprijs, verkoopprijs en resultaat;
- bezetting en break-even;
- indexcijfers;
- tabellen en grafieken;
- handel, koop en verkoop;
- verzekeringen.
De onderwerpen sluiten aan op de verschillende onderdelen van de eind- en toetstermen van Basiskennis Calculatie. Daarbij gaat het niet alleen om het uitvoeren van een berekening, maar ook om het begrijpen welke rekenmethode bij een situatie past en wat de uitkomst betekent.
Online leeromgeving
Het lespakket wordt ondersteund door een online leeromgeving met aanvullende uitleg, oefeningen en uitlegvideo’s. Kandidaten kunnen hiermee zelfstandig oefenen, onderwerpen herhalen en extra aandacht besteden aan berekeningen die nog lastig zijn.
De toegangscode voor de online leeromgeving is vanaf het moment van activeren 3 maanden geldig.
Van rekenen naar toepassen
Bij de voorbereiding op het examen is het belangrijk om niet alleen afzonderlijke rekenmethoden te oefenen. In de beroepspraktijk komen verschillende gegevens en berekeningen vaak binnen één situatie samen. Ook het examen kan vragen bevatten waarbij eerst moet worden bepaald welke gegevens relevant zijn en welke berekening nodig is.
Kandidaten en opleiders wordt daarom geadviseerd tijdens de voorbereiding extra aandacht te besteden aan:
- het verschil tussen een opslag over de inkoopprijs en een marge over de verkoopprijs;
- btw berekenen vanuit bedragen exclusief én inclusief btw;
- het achtereenvolgens verwerken van kortingen en toeslagen;
- het combineren van afschrijving, boekwaarde en boekresultaat;
- het herkennen en toepassen van constante en variabele kosten;
- het kiezen en toepassen van de juiste kostprijsmethode;
- break-evenberekeningen binnen een zakelijke praktijksituatie;
- het selecteren en interpreteren van informatie uit tabellen en grafieken;
- het gebruiken van indexcijfers om ontwikkelingen te berekenen en te vergelijken;
- het controleren of een berekende uitkomst logisch is;
- het toepassen van calculatievaardigheden in herkenbare financiële, administratieve en commerciële situaties.
Hiermee verschuift de aandacht van alleen een berekening kunnen maken naar begrijpen, toepassen en interpreteren.
Actuele praktijksituaties
Ook onderwerpen als handel, koop en verkoop en verzekeringen maken deel uit van de voorbereiding. Bij deze onderwerpen is het belangrijk dat opleiders de theorie waar nodig verbinden aan actuele en herkenbare voorbeelden uit de beroepspraktijk.
Daarbij blijven de vastgestelde eind- en toetstermen leidend. Actuele voorbeelden helpen kandidaten om de leerstof in een hedendaagse context te begrijpen, maar voegen geen nieuwe exameneisen toe.
Percentages, tarieven, valutakoersen en andere gegevens die kunnen veranderen en niet tot de vastgestelde kennis behoren, worden tijdens het examen verstrekt wanneer deze nodig zijn voor het maken van een berekening. Het examen beoordeelt daarmee vooral calculatievaardigheid, begrip en toepassing, en niet het uit het hoofd kennen van veranderlijke tarieven.
Kosten lesmateriaal
Het complete lespakket Basiskennis Calculatie kost € 160,- en bestaat uit:
- het Basislesboek Rekenvaardigheid;
- Bedrijfscalculatie – Uitbreidingsstof voor Basiskennis Calculatie;
- toegang tot de online leeromgeving;
- aanvullende uitleg en uitlegvideo’s;
De toegangscode voor de online leeromgeving is na activering 3 maanden geldig. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Het LSSO-lesmateriaal is de aanbevolen voorbereiding op het examen Basiskennis Calculatie. Het gebruik ervan is niet verplicht. Opleiders kunnen ook ander lesmateriaal inzetten, mits daarmee alle actuele eind- en toetstermen van Basiskennis Calculatie volledig worden behandeld.
Lestips
Het examen Basiskennis Calculatie wordt binnen de vernieuwde LSSO-lijn gepositioneerd op mbo 3-niveau.
Van kandidaten wordt verwacht dat zij zakelijke berekeningen zelfstandig en nauwkeurig kunnen uitvoeren. Het gaat daarbij niet alleen om het uitvoeren van een rekenhandeling, maar ook om het herkennen van de relevante informatie en het kiezen van de juiste berekening.
Je moet bijvoorbeeld kunnen bepalen welke gegevens je nodig hebt om een kostprijs, verkoopprijs, interestbedrag, afschrijving of break-evenpunt te berekenen. Ook moet je gegevens uit tabellen, grafieken en andere zakelijke informatie kunnen interpreteren.
Het niveau sluit aan bij administratieve, commerciële en financieel ondersteunende werkzaamheden waarbij je binnen duidelijke kaders zelfstandig met bedrijfsgegevens en berekeningen werkt.
Het LSSO-certificaat Basiskennis Calculatie is een branchegerichte kwalificatie. Het is niet hetzelfde als een wettelijk erkend mbo-diploma van een bekostigde mbo-instelling.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


