ModulePRODit is een LSSO Pro-examen
Basiskennis Boekhouden
Dit is een LSSO Pro-examen. Lees meer over LSSO Pro.

Het examen Basiskennis Boekhouden toetst of je financiële feiten correct kunt verwerken en begrijpt hoe verschillende onderdelen van een financiële administratie met elkaar samenhangen. Je laat zien dat je boekhoudkundige regels kunt toepassen, financiële gegevens kunt controleren en zelfstandig kunt werken met een administratie op mbo 3-niveau.
Tijdens het examen werk je met onderwerpen die je kunt tegenkomen binnen financieel-administratieve werkzaamheden. Denk aan journaalposten, grootboekrekeningen, btw, debiteuren en crediteuren, afschrijvingen, overlopende posten, correctieboekingen, subadministraties, kolommenbalansen en de samenhang tussen resultaat, eigen vermogen en balans.
Bij Basiskennis Boekhouden gaat het daarmee niet alleen om het maken van een juiste boeking. Je moet ook begrijpen wat er in de administratie gebeurt, welke boeking bij een financieel feit hoort en hoe verschillende administratieve gegevens op elkaar aansluiten. Juist die samenhang is belangrijk in de beroepspraktijk, waarin je financiële gegevens niet alleen verwerkt, maar ook moet kunnen controleren en verklaren.
Basiskennis Boekhouden, Boekhouden of Basiskennis Calculatie?
De drie examens liggen binnen hetzelfde financiële en administratieve vakgebied, maar hebben ieder een eigen accent.
Bij Boekhouden ligt de nadruk op de basis van het verwerken van financiële feiten. Je leert de belangrijkste boekingsregels toepassen en werkt onder andere met journaalposten, grootboekrekeningen, btw en de kolommenbalans.
Basiskennis Boekhouden gaat hierin verder. Je werkt met uitgebreidere financiële situaties en legt meer verbanden tussen verschillende onderdelen van de administratie. Naast het correct verwerken van financiële feiten wordt van je verwacht dat je administratieve gegevens kunt controleren, verschillen kunt herkennen en begrijpt wat de gevolgen van een boeking zijn voor het resultaat en de financiële positie van een onderneming.
Bij Basiskennis Calculatie ligt het accent juist op zakelijke en bedrijfseconomische berekeningen. Je werkt bijvoorbeeld met kostprijzen, verkoopprijzen, percentages, marges, interest, afschrijvingen, break-evenberekeningen en andere cijfermatige bedrijfsgegevens. Het gaat daarbij vooral om het kiezen en uitvoeren van de juiste berekening en het interpreteren van de uitkomst.
Kort gezegd: Boekhouden legt de basis, Basiskennis Boekhouden verdiept de financiële administratie en Basiskennis Calculatie richt zich op zakelijke en bedrijfseconomische berekeningen.
Binnen de modulaire opzet van LSSO kun je afzonderlijke certificaten behalen en jouw financiële kennis en vaardigheden stap voor stap verder ontwikkelen.
Financieel-administratieve vaardigheden op mbo 3-niveau
Het examen Basiskennis Boekhouden wordt afgenomen op mbo 3-niveau. Van je wordt verwacht dat je binnen herkenbare financiële situaties zelfstandig kunt bepalen hoe gegevens administratief moeten worden verwerkt en dat je de samenhang binnen de financiële administratie begrijpt.
Het examen is daarmee geschikt voor kandidaten die werkzaam zijn of willen gaan werken in een financieel-administratieve functie en voor kandidaten die hun boekhoudkundige kennis verder willen ontwikkelen.
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Basiskennis Boekhouden. Hiermee toon je aan dat je de getoetste financieel-administratieve kennis en vaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst.
Basiskennis Boekhouden: eind- en toetstermen
Tijdens het examen Basiskennis Boekhouden laat je zien dat je financiële feiten kunt analyseren, boekhoudkundig correct kunt verwerken en de samenhang binnen een financiële administratie begrijpt. De onderstaande eind- en toetstermen zijn leidend voor het examen.
K = kennisvragen | B = begripsvragen | T = toepassingsvragen | A = analysevragen
1. Journaalposten en financiële feiten
1.1 De kandidaat kent de basisprincipes van dubbel boekhouden en begrijpt de werking van debet en credit.
1.2 De kandidaat kan financiële feiten beoordelen en de juiste grootboekrekeningen en boekingsregels bepalen.
1.3 De kandidaat kan journaalposten maken van inkopen en verkopen, contant en op rekening.
1.4 De kandidaat kan journaalposten maken van retourinkopen en retourverkopen.
1.5 De kandidaat kan inkoop-, verkoop- en betalingskortingen correct verwerken.
1.6 De kandidaat kan mutaties in kas en bank verwerken en daarbij waar nodig kruisposten gebruiken.
1.7 De kandidaat kan pin- en vergelijkbare betalingen via een passende tussenrekening verwerken.
1.8 De kandidaat kan privé-opnamen en privéstortingen binnen een eenmanszaak verwerken.
1.9 De kandidaat kan mutaties in kortlopende en langlopende schulden verwerken.
1.10 De kandidaat kan de aankoop, afschrijving en verkoop van duurzame productiemiddelen verwerken.
1.11 De kandidaat begrijpt de werking van btw bij inkoop, verkoop en afdracht.
1.12 De kandidaat kan te vorderen, te betalen en af te dragen btw berekenen en verwerken.
1.13 De kandidaat kent de opbouw van loonkosten uit brutoloon, inhoudingen, nettoloon en werkgeverslasten.
1.14 De kandidaat kan veelvoorkomende loonkosten en daarmee samenhangende verplichtingen verwerken.
1.15 De kandidaat kan betalings-, kas- en voorraadverschillen analyseren en verwerken.
1.16 De kandidaat begrijpt het begrip oninbare vordering en kan een oninbare vordering inclusief btw-correctie verwerken.
2. Permanentie en voorafgaande journaalposten
2.1 De kandidaat begrijpt het doel van periodetoerekening (permanentie) binnen een financiële administratie.
2.2 De kandidaat kan vooruitbetaalde, vooruitontvangen, te betalen en te ontvangen bedragen verwerken.
2.3 De kandidaat kan kosten en opbrengsten aan de juiste periode toerekenen.
2.4 De kandidaat kent het begrip voorafgaande journaalpost en kan voorafgaande journaalposten verwerken.
3. Grootboek, kolommenbalans, resultaat en balans
3.1 De kandidaat begrijpt de samenhang tussen journaal, grootboek, proefbalans, saldibalans, resultatenrekening en balans.
3.2 De kandidaat kan grootboekrekeningen openen, bijwerken en afsluiten.
3.3 De kandidaat kan een proefbalans en saldibalans opstellen of aanvullen.
3.4 De kandidaat kan vanuit een kolommenbalans het resultaat en de resultatenrekening bepalen.
3.5 De kandidaat kan vanuit een kolommenbalans de balans en het eigen vermogen bepalen.
3.6 De kandidaat kan het nieuwe eigen vermogen berekenen uit het oude eigen vermogen, het resultaat en privé-mutaties.
4. Debiteuren-, crediteuren- en voorraadadministratie
4.1 De kandidaat kent de functie van de debiteuren- en crediteurenadministratie.
4.2 De kandidaat kan gegevens uit de debiteuren- en crediteurenadministratie verwerken en controleren.
4.3 De kandidaat begrijpt de functie van een voorraadadministratie en de relatie met de grootboekrekening Voorraad.
4.4 De kandidaat kan eenvoudige voorraadmutaties in een subadministratie of voorraadkaart verwerken.
4.5 De kandidaat kan verschillen tussen het grootboek en een subadministratie signaleren en verklaren.
5. Controle, analyse en toepassing
5.1 De kandidaat kan administratieve gegevens controleren op juistheid, volledigheid en onderlinge aansluiting.
5.2 De kandidaat kan fouten of ontbrekende boekingen in een financiële administratie signaleren en corrigeren.
5.3 De kandidaat kan boekhoudkundige informatie uit een praktijksituatie selecteren en zelfstandig verwerken.
5.4 De kandidaat kan verbanden leggen tussen financiële feiten, resultaat, vermogen en financiële positie.
Kennis (K) | Begrip (B) | Toepassing (T) | Analyse (A) |
10% | 20–25% | 50–55% | 15–20% |
Onderbouwing: Basiskennis is nodig voor boekingsregels en begrippen, maar het examen moet vooral toetsen of financiële feiten correct worden verwerkt, gecontroleerd en in samenhang worden begrepen.
Nr. | Eind- en toetsterm | K | B | T | A |
1.1 | De kandidaat kent de basisprincipes van dubbel boekhouden en begrijpt de werking van debet en credit. | X | X |
|
|
1.2 | De kandidaat kan financiële feiten beoordelen en de juiste grootboekrekeningen en boekingsregels bepalen. |
| X | X | X |
1.3 | De kandidaat kan journaalposten maken van inkopen en verkopen, contant en op rekening. |
|
| X |
|
1.4 | De kandidaat kan journaalposten maken van retourinkopen en retourverkopen. |
|
| X |
|
1.5 | De kandidaat kan inkoop-, verkoop- en betalingskortingen correct verwerken. |
| X | X |
|
1.6 | De kandidaat kan mutaties in kas en bank verwerken en daarbij waar nodig kruisposten gebruiken. |
|
| X |
|
1.7 | De kandidaat kan pin- en vergelijkbare betalingen via een passende tussenrekening verwerken. |
| X | X |
|
1.8 | De kandidaat kan privé-opnamen en privéstortingen binnen een eenmanszaak verwerken. |
|
| X |
|
1.9 | De kandidaat kan mutaties in kortlopende en langlopende schulden verwerken. |
|
| X |
|
1.10 | De kandidaat kan de aankoop, afschrijving en verkoop van duurzame productiemiddelen verwerken. |
| X | X |
|
1.11 | De kandidaat begrijpt de werking van btw bij inkoop, verkoop en afdracht. |
| X |
|
|
1.12 | De kandidaat kan te vorderen, te betalen en af te dragen btw berekenen en verwerken. |
|
| X |
|
1.13 | De kandidaat kent de opbouw van loonkosten uit brutoloon, inhoudingen, nettoloon en werkgeverslasten. | X | X |
|
|
1.14 | De kandidaat kan veelvoorkomende loonkosten en daarmee samenhangende verplichtingen verwerken. |
| X | X |
|
1.15 | De kandidaat kan betalings-, kas- en voorraadverschillen analyseren en verwerken. |
| X | X | X |
1.16 | De kandidaat begrijpt het begrip oninbare vordering en kan een oninbare vordering inclusief btw-correctie verwerken. |
| X | X |
|
2.1 | De kandidaat begrijpt het doel van periodetoerekening (permanentie) binnen een financiële administratie. |
| X |
|
|
2.2 | De kandidaat kan vooruitbetaalde, vooruitontvangen, te betalen en te ontvangen bedragen verwerken. |
| X | X |
|
2.3 | De kandidaat kan kosten en opbrengsten aan de juiste periode toerekenen. |
| X | X | X |
2.4 | De kandidaat kent het begrip voorafgaande journaalpost en kan voorafgaande journaalposten verwerken. |
| X | X |
|
3.1 | De kandidaat begrijpt de samenhang tussen journaal, grootboek, proefbalans, saldibalans, resultatenrekening en balans. |
| X |
|
|
3.2 | De kandidaat kan grootboekrekeningen openen, bijwerken en afsluiten. |
|
| X |
|
3.3 | De kandidaat kan een proefbalans en saldibalans opstellen of aanvullen. |
|
| X |
|
3.4 | De kandidaat kan vanuit een kolommenbalans het resultaat en de resultatenrekening bepalen. |
| X | X |
|
3.5 | De kandidaat kan vanuit een kolommenbalans de balans en het eigen vermogen bepalen. |
| X | X |
|
3.6 | De kandidaat kan het nieuwe eigen vermogen berekenen uit oud eigen vermogen, resultaat en privé-mutaties. |
| X | X |
|
4.1 | De kandidaat kent de functie van debiteuren- en crediteurenadministratie. | X | X |
|
|
4.2 | De kandidaat kan gegevens uit de debiteuren- en crediteurenadministratie verwerken en controleren. |
| X | X | X |
4.3 | De kandidaat begrijpt de functie van een voorraadadministratie en de relatie met de grootboekrekening Voorraad. |
| X |
|
|
4.4 | De kandidaat kan eenvoudige voorraadmutaties in een subadministratie of voorraadkaart verwerken. |
|
| X |
|
4.5 | De kandidaat kan verschillen tussen grootboek en subadministratie signaleren en verklaren. |
| X | X | X |
5.1 | De kandidaat kan administratieve gegevens controleren op juistheid, volledigheid en onderlinge aansluiting. |
| X | X | X |
5.2 | De kandidaat kan fouten of ontbrekende boekingen in een financiële administratie signaleren en corrigeren. |
| X | X | X |
5.3 | De kandidaat kan boekhoudkundige informatie uit een praktijksituatie selecteren en zelfstandig verwerken. |
|
| X | X |
5.4 | De kandidaat kan verbanden leggen tussen financiële feiten, resultaat, vermogen en financiële positie. |
| X | X | X |
Hoe ziet het examen Basiskennis Boekhouden eruit?
Het examen Basiskennis Boekhouden is een schriftelijk examen waarin je laat zien dat je boekhoudkundige kennis zelfstandig kunt toepassen in herkenbare praktijksituaties. Je werkt met financiële feiten, boekingsstukken en administratieve overzichten en bepaalt welke verwerking nodig is.
Tijdens het examen gaat het niet alleen om het maken van journaalposten. Je moet ook verbanden kunnen leggen tussen journaal, grootboek, subadministraties, kolommenbalans, resultaat en balans. Daarnaast beoordeel en controleer je gegevens en herstel je waar nodig fouten of ontbrekende boekingen.
Duur en opbouw van het examen
Het examen duurt 120 minuten en bestaat uit 20 opdrachten. In totaal kun je 100 punten behalen:
Onderdeel | Inhoud | Punten |
A. Journaalposten en financiële feiten | Inkopen, verkopen, kortingen, liquide middelen, vaste activa, btw, lonen, verschillen en oninbare vorderingen | 55 |
B. Administratieve samenhang | Permanentie, grootboek, subadministraties, kolommenbalans, resultaat, balans en eigen vermogen | 30 |
C. Controle en analyse | Aansluitingen controleren, fouten signaleren en financiële informatie beoordelen | 15 |
Totaal |
| 100 |
De opdrachten kunnen uit meerdere deelvragen bestaan. Bij iedere opdracht staat hoeveel punten je kunt behalen. Je ontvangt bij het examen de gegevens die nodig zijn, zoals een rekeningschema en waar nodig administratieve overzichten.
Wat kun je verwachten?
journaalposten maken van financiële feiten;
kortingen, btw, loonkosten, vaste activa en oninbare vorderingen verwerken;
werken met kruisposten en andere tussenrekeningen;
kosten en opbrengsten aan de juiste periode toerekenen;
grootboek- en subadministratiegegevens verwerken en controleren;
een proef- of saldibalans en onderdelen van een kolommenbalans aanvullen;
resultaat, balans en nieuw eigen vermogen bepalen;
fouten, verschillen of ontbrekende boekingen signaleren en corrigeren;
boekhoudkundige gegevens beoordelen binnen een herkenbare praktijksituatie.
Alle noodzakelijke bedragen, percentages en administratieve gegevens worden in het examen verstrekt. Het examen toetst jouw boekhoudkundige inzicht en toepassing; je hoeft geen bedrijfsgegevens of voorbeeldopgaven uit het hoofd te leren.
Beoordeling en eindcijfer
Je antwoorden worden beoordeeld aan de hand van een vooraf vastgesteld correctiemodel. Bij journaalposten wordt onder andere gekeken naar de gekozen grootboekrekeningen, debet/credit, bedragen en de volledigheid van de boeking. Bij controle- en analysevragen wordt ook beoordeeld of jouw conclusie logisch voortvloeit uit de gegeven administratieve gegevens.
Voor het examen zijn maximaal 100 punten te behalen. De omzetting van het behaalde puntenaantal naar het eindcijfer staat in de geldende normering van het examen.
Ieder examen is uniek
Ieder LSSO-examen Basiskennis Boekhouden is uniek. De verschillende examenvarianten zijn gebaseerd op dezelfde vastgestelde eind- en toetstermen en worden op hetzelfde niveau beoordeeld. Namen van ondernemingen, bedragen, boekingsstukken, rekeningnummers en praktijksituaties kunnen per examenvariant verschillen.
Je bereidt je daarom niet voor door antwoorden uit een proefexamen uit het hoofd te leren. Het gaat erom dat je de boekhoudkundige systematiek begrijpt en deze in verschillende situaties kunt toepassen.
Hulpmiddelen
Tijdens het examen gebruik je uitsluitend de hulpmiddelen die in de examenoproep of exameninstructie zijn toegestaan. Een door LSSO verstrekt rekeningschema kan onderdeel zijn van het examen. Eigen aantekeningen, lesboeken, mobiele telefoons, internet, generatieve AI en andere niet-goedgekeurde hulpmiddelen zijn niet toegestaan.
Afname en toezicht
Je legt het examen af op een examenlocatie van LSSO of, wanneer jouw opleider LSSO Education Partner is, mogelijk op jouw eigen leslocatie. Voor aanvang wordt jouw identiteit gecontroleerd en het examen wordt onder toezicht afgenomen volgens de geldende LSSO-examenregels.
Afname bij een Education Partner kan voor kandidaten een belangrijk voordeel zijn. Je maakt het examen dan in een bekende omgeving, zonder extra reis naar een centrale examenlocatie. Zeker wanneer reizen spanning, tijd of praktische belasting geeft, kan een vertrouwde locatie helpen om met meer rust en vertrouwen aan het examen te beginnen. De inhoud, beoordeling en kwaliteitseisen van het examen blijven daarbij gelijk.
Passende voorzieningen
Niet iedere kandidaat heeft dezelfde omstandigheden nodig om te kunnen laten zien welke kennis en vaardigheden worden beheerst. Wanneer sprake is van bijvoorbeeld dyslexie, een lichamelijke of motorische beperking, prikkelgevoeligheid of een andere ondersteuningsbehoefte, kan vooraf worden bekeken of een passende examenvoorziening mogelijk is.
Daarbij blijft het uitgangspunt altijd hetzelfde: een voorziening kan de omstandigheden waaronder het examen wordt afgelegd aanpassen, maar verandert niet wat de kandidaat moet kennen of kunnen.
Een ondersteuningsbehoefte wordt daarom bij voorkeur ruim vóór de examenaanmelding besproken met de opleider of LSSO Onderwijsgroep. Zo kan vooraf worden beoordeeld welke voorziening binnen de exameneisen mogelijk is.
Uitslag en herkansing
Na het examen wordt jouw werk beoordeeld aan de hand van vooraf vastgestelde criteria en normering. Je ontvangt de uitslag uiterlijk binnen de termijn die in het geldende LSSO Examenreglement is vastgesteld.
Heb je het examen niet behaald? Dan kun je je opnieuw aanmelden. Je maakt bij een herkansing een andere examenvariant. Wanneer je hetzelfde examen meerdere keren aflegt, telt het hoogste behaalde resultaat.
Inzage en bezwaar
Na ontvangst van jouw resultaat kun je volgens de voorwaarden van het geldende LSSO Examenreglement gebruikmaken van de mogelijkheid tot inzage. Tijdens de inzage krijg je inzicht in de beoordeling, de toegepaste criteria en de normering. Het examenmateriaal blijft eigendom van LSSO en is vertrouwelijk.
Ben je het na de inzage niet eens met de beoordeling of de gevolgde procedure? Dan kun je volgens het LSSO Examenreglement schriftelijk bezwaar maken.
Certificaat en vrijstelling
Bij een voldoende resultaat ontvang je het LSSO-certificaat Basiskennis Boekhouden. Hiermee toon je aan dat je boekhoudkundige kennis en vaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst.
Het examen Basiskennis Boekhouden komt niet in aanmerking voor een vrijstellingstoets.
De kosten voor het examen Basiskennis Boekhouden bedragen € 150,-* en zijn vrijgesteld van btw.
In de examenprijs zijn de afname, beoordeling en verwerking van het examenresultaat inbegrepen. Bij een voldoende resultaat ontvang je een digitaal LSSO-certificaat Basiskennis Boekhouden.
Heb je het examen niet behaald? Dan kun je het volledige examen herkansen. Voor een herkansing geldt het reguliere examengeld van € 150,-.
Wil je het certificaat daarnaast fysiek per post ontvangen? Dan betaal je € 10,- voor het verzenden van het certificaat.
* De genoemde examenprijs geldt voor kandidaten die het examen afleggen via een LSSO Education Partner. Is jouw opleider geen Education Partner, informeer dan bij jouw opleider naar de geldende examentarieven; deze liggen in veel gevallen minimaal € 25,- hoger.
Voor de voorbereiding op het examen Basiskennis Boekhouden maak je gebruik van twee lesboeken. Het lesmateriaal bouwt voort op de basis van boekhouden en verdiept deze kennis naar het niveau dat voor Basiskennis Boekhouden wordt gevraagd.
Het complete lespakket bestaat uit:
- het Basislesboek Boekhouden;
- het lesboek Boekhouden – Uitbreidingsstof naar Basiskennis Boekhouden;
- toegang tot de online leeromgeving met uitleg, oefeningen en instructievideo’s.
De twee lesboeken vormen samen de inhoudelijke basis voor het examen. In het Basislesboek Boekhouden leer je de belangrijkste uitgangspunten en basisvaardigheden van het boekhouden. In de uitbreidingsstof worden deze vaardigheden verder verdiept en toegepast op uitgebreidere financiële en administratieve vraagstukken. De vastgestelde eind- en toetstermen van Basiskennis Boekhouden zijn daarbij altijd leidend.
Wat leer je met het lesmateriaal?
Met het lesmateriaal ontwikkel je stap voor stap de kennis en vaardigheden die je nodig hebt om een financiële administratie te begrijpen, te verwerken en te controleren. Je leert niet alleen hoe je een boeking maakt, maar ook waarom een financiële mutatie op een bepaalde manier wordt verwerkt.
Je werkt onder andere aan:
- debet, credit en dubbel boekhouden;
- journaalposten van inkopen, verkopen en betalingen;
- retouren en verschillende vormen van korting;
- kas, bank, pinbetalingen en kruisposten;
- privé-opnamen en privéstortingen;
- kortlopende en langlopende schulden;
- btw en btw-verwerking;
- loonkosten en daarmee samenhangende verplichtingen;
- duurzame productiemiddelen en afschrijvingen;
- oninbare vorderingen;
- permanentie en voorafgaande journaalposten;
- grootboek, proefbalans, saldibalans en kolommenbalans;
- resultatenrekening, balans en eigen vermogen;
- debiteuren-, crediteuren- en voorraadadministratie;
- administratieve controles;
- het signaleren, analyseren en corrigeren van verschillen.
De uitbreidingsstof behandelt onder andere kortingen, permanentie, voorraadadministratie, kruisposten, loonkosten, verschillen, oninbare vorderingen, vaste activa, btw en voorafgaande journaalposten. Daarmee wordt voortgebouwd op de boekhoudkundige basis uit het eerste lesboek.
Van Boekhouden naar Basiskennis Boekhouden
Basiskennis Boekhouden bouwt voort op Boekhouden. Het is daarom belangrijk dat je de basisprincipes van boekhouden voldoende beheerst voordat je met de verdiepende onderdelen aan de slag gaat.
Bij Boekhouden ligt de nadruk op het begrijpen en uitvoeren van de basis van financiële verwerking. Bij Basiskennis Boekhouden wordt meer inzicht, zelfstandigheid en samenhang gevraagd. Je moet bijvoorbeeld niet alleen een journaalpost kunnen maken, maar ook kunnen bepalen welke gegevens relevant zijn, welke grootboekrekeningen nodig zijn en welke gevolgen een financieel feit heeft voor de administratie.
Je leert daarnaast verschillende onderdelen van de financiële administratie met elkaar in verband te brengen. Denk aan de relatie tussen journaal, grootboek, subadministraties, kolommenbalans, resultaat en balans.
Leren met de online leeromgeving
Naast de twee lesboeken krijg je toegang tot de online leeromgeving. Hier vind je aanvullende uitleg, oefeningen en instructievideo’s waarmee je de lesstof kunt verwerken, oefenen en herhalen.
De online leeromgeving kan worden gebruikt tijdens klassikale lessen, als voorbereiding of herhaling thuis en bij volledig of gedeeltelijk zelfstandig leren. Hierdoor kun je in je eigen tempo werken en extra aandacht besteden aan onderwerpen die je nog lastig vindt.
Voor opleiders biedt de online leeromgeving de mogelijkheid om kandidaten een deel van de theorie zelfstandig te laten voorbereiden. Tijdens contactmomenten kan daardoor meer aandacht worden besteed aan uitleg, verdieping, het bespreken van fouten en het oefenen met uitgebreidere praktijksituaties.
Gericht voorbereiden op het examen
Bij Basiskennis Boekhouden is het belangrijk dat je niet alleen boekingsregels uit je hoofd leert. Tijdens het examen moet je laten zien dat je boekhoudkundige kennis begrijpt, kunt toepassen en in verschillende situaties kunt combineren.
Je kunt bijvoorbeeld gevraagd worden om een financieel feit eerst te beoordelen, vervolgens de juiste boeking te maken en daarna te bepalen welke gevolgen deze verwerking heeft voor andere onderdelen van de administratie.
Oefen daarom niet alleen met losse journaalposten, maar ook met opdrachten waarin meerdere onderdelen van de financiële administratie samenkomen.
Het proefexamen Basiskennis Boekhouden laat zien hoe de verschillende onderwerpen in een examen kunnen worden aangeboden. Een proefexamen is bedoeld om kennis te maken met de vraagstelling, opbouw en het niveau van het examen. Het vervangt niet de voorbereiding op alle vastgestelde eind- en toetstermen.
Extra aandacht tijdens de voorbereiding
De twee lesboeken vormen samen een goede inhoudelijke basis voor het examen Basiskennis Boekhouden. Kandidaten en opleiders wordt geadviseerd om tijdens de voorbereiding daarnaast extra aandacht te besteden aan het in samenhang toepassen van de boekhoudkundige kennis.
In het examen kunnen verschillende onderdelen uit de administratie binnen één praktijksituatie samenkomen. Besteed daarom extra aandacht aan:
- het beoordelen van een financieel feit voordat je een journaalpost maakt;
- het bepalen van de juiste grootboekrekeningen en de keuze voor debet en credit;
- de samenhang tussen journaal, grootboek, subadministraties, proefbalans, saldibalans, resultatenrekening en balans;
- het controleren van de aansluiting tussen debiteuren-, crediteuren- en voorraadadministratie en het grootboek;
- het signaleren, verklaren en corrigeren van betalings-, kas- en voorraadverschillen;
- het toepassen van periodetoerekening (permanentie) en voorafgaande journaalposten in praktijksituaties;
- het verwerken van oninbare vorderingen en de daarbij behorende btw-correctie;
- het berekenen en verwerken van het eigen vermogen in combinatie met resultaat en privé-mutaties;
- het beoordelen van de gevolgen van financiële feiten voor resultaat, vermogen en financiële positie;
- het zelfstandig analyseren van administratieve gegevens wanneer niet direct wordt aangegeven welke boeking of berekening moet worden gemaakt.
Besteed tijdens de voorbereiding ook aandacht aan actuele administratieve werkwijzen. In moderne boekhoudsoftware worden verschillende boekingen en controles geheel of gedeeltelijk automatisch uitgevoerd. Voor het examen blijft het belangrijk dat je begrijpt wat er administratief gebeurt en waarom een verwerking op een bepaalde manier plaatsvindt. Dit inzicht heb je nodig om boekingen te kunnen beoordelen, aansluitingen te controleren en fouten te herkennen.
Bij onderwerpen die afhankelijk kunnen zijn van actuele wet- en regelgeving, zoals btw en looncomponenten, wordt opleiders geadviseerd te controleren of gebruikte percentages, bedragen en voorbeelden nog actueel zijn. Wanneer voor een examenvraag een specifiek percentage, tarief of bedrag nodig is, wordt de benodigde informatie in de examenopgave verstrekt. Het doel is het toetsen van de boekhoudkundige toepassing en niet het uit het hoofd leren van veranderlijke tarieven.
Twee lesboeken, één doorlopende leerlijn
De twee lesboeken moeten bij de voorbereiding niet als twee losstaande onderdelen worden gezien. Samen vormen ze één doorlopende leerlijn.
Lesmateriaal | Functie binnen de voorbereiding |
|---|---|
Basislesboek Boekhouden | Legt de basis voor debet en credit, financiële feiten, journaalposten, grootboek en de belangrijkste administratieve processen. |
Boekhouden – Uitbreidingsstof naar Basiskennis Boekhouden | Verdiept de basis met uitgebreidere boekingen, permanentie, voorraadadministratie, verschillen, loonkosten, vaste activa, btw, oninbare vorderingen en andere verdiepende administratieve onderwerpen. |
Online leeromgeving | Ondersteunt de beide boeken met uitleg, oefeningen, instructievideo’s en mogelijkheden voor zelfstandig leren en herhalen. |
De vastgestelde eind- en toetstermen van Basiskennis Boekhouden bepalen uiteindelijk welke kennis en vaardigheden je voor het examen moet beheersen. Het is daarom belangrijk om bij de voorbereiding altijd te controleren of alle eind- en toetstermen zijn behandeld en geoefend.
Kosten van het lesmateriaal
Het complete LSSO-lesmateriaal voor Basiskennis Boekhouden kost € 160,-. Je ontvangt hiervoor:
- het Basislesboek Boekhouden;
- het lesboek Boekhouden – Uitbreidingsstof naar Basiskennis Boekhouden;
- toegang tot de online leeromgeving;
- de bijbehorende uitleg en instructievideo’s;
- verzending binnen Nederland.
Heb je de lesboeken al of wil je alleen gebruikmaken van de digitale leeromgeving? Dan kun je voor € 60,- losse toegang tot de online leeromgeving aanschaffen. De toegangscode voor de online leeromgeving is vanaf het moment van activeren 3 maanden geldig. Het verlengen van de code met drie maanden bedraagt 15,- euro (totaal 180 dagen).
Het gebruik van LSSO-lesmateriaal is niet verplicht. Je kunt ook ander lesmateriaal gebruiken, mits dit alle geldende eind- en toetstermen van het examen Basiskennis Boekhouden volledig behandelt.
Lestips:
Referentieniveau: mbo 3
Het examen Basiskennis Boekhouden is gericht op mbo-niveau 3. Op dit niveau wordt van je verwacht dat je boekhoudkundige werkzaamheden zelfstandig, nauwkeurig en volgens vaste administratieve procedures kunt uitvoeren.
Je verwerkt niet alleen afzonderlijke financiële feiten, maar legt ook verbanden tussen verschillende onderdelen van de administratie. Je kunt bijvoorbeeld bepalen welke journaalpost nodig is, gegevens in grootboek of subadministratie controleren en vanuit een kolommenbalans het resultaat, de balans en het nieuwe eigen vermogen afleiden.
De opdrachten sluiten aan op herkenbare situaties binnen een financiële administratie. Je moet informatie selecteren, berekeningen uitvoeren, administratieve verbanden herkennen en fouten of verschillen kunnen signaleren. Daarmee gaat Basiskennis Boekhouden verder dan alleen het reproduceren van boekingsregels.
Een praktisch voordeel van LSSO is dat het examen, wanneer jouw opleider Education Partner is, mogelijk op jouw eigen leslocatie kan worden afgenomen. Voor sommige kandidaten is de vertrouwde omgeving belangrijker dan het afleggen van het examen op een centrale locatie. Minder reistijd en een bekende omgeving kunnen bijdragen aan rust en vertrouwen, terwijl het niveau, de exameneisen en de onafhankelijke beoordeling gelijk blijven.
Het LSSO-certificaat Basiskennis Boekhouden is een branchegericht certificaat. Het laat zien dat je de getoetste boekhoudkundige vaardigheden op het vastgestelde niveau beheerst, maar is geen wettelijk erkend mbo-diploma.
LSSO Onderwijsgroep streeft naar een examenproces waarin betrouwbaarheid, transparantie, rechtsgelijkheid en kandidaatgerichtheid centraal staan. Lees in ons examenreglement hoe we dat bewerkstelligen.
Aanbevolen lesmateriaal


